11 april 2021

Ixion - Roberto Verde

Meer dan verdienstelijk debuut


Cover Ixion


Roberto Verde is een artiestennaam. Onder deze naam is Robert (Bob) Verlinde zowel schilder als debuterend schrijver. Onlangs bracht hij namelijk Ixion uit, een boek waarin hij een verhaal schetst over waarom de rechtertepel van de godin Hera op het schilderij Ixion van de grote P.P. Rubens ietsje lager staat dan verwacht. De mythe van Ixion gaat als volgt: de bergkoning Ixion zou godin Hera, en vrouw van oppergod Zeus, verleiden en zo zijn toorn oproepen. Aan de lezer de eer om de figuren in de personages van deze roman te herkennen. 

Herman is het rijkeluiszoontje van een steenrijke industrieel. Hij heeft echter geen gemakkelijke jeugd en wordt op zijn college zelfs gepest vanwege de rijkdom van zijn familie. Hij trapt eens goed tegen de poort die achter hem dichtslaat als hij er eindelijk mag afzwaaien. Hij wil echter wel vader Kesteloot (‘Dieu’) opvolgen in het familiebedrijf, als die hem maar eens de kans zou geven om een redelijke job te geven. Als vakantiejob mag hij alvast Rafik (Raf) rondrijden, een ingenieur die normaal gezien met zijn eigen wagen rondrijdt maar die de vraag krijgt om deze gewoonte voor een paar maanden te laten varen. Er ontstaat een hechte vriendschap tussen de twee, zeker als Herman met de vuisten opkomt voor Rafik als deze nog maar eens racistische opmerkingen over zich heen krijgt. Ten slotte is er Alain die al met Rafik op café vriendschap gesloten had, en ook Herman in hun midden opneemt, al zijn ze erg verschillend. Alain heeft zijn actieve leven al even achter de rug, en gaat op café om zijn slechte relatie met zijn vrouw te verdrinken. Dat café geeft Herman wel de kans om de echte wereld binnen te stappen. 

Ook al krijgt Herman al het geld voor een gemakkelijk leventje en voor zijn 19e verjaardag een Ferrari omdat zijn moeder de schijn hoog wil houden, is hij ongelukkig door de minachting van zijn vader. Als student op ‘kamers’ op zijn eigen familie-eigendom, tast hij de grenzen af van wat hij kan doen om te rebelleren en toch in de gunst te blijven van de afstandelijke ouders die hem maar weinig liefde betonen. De vriendschap met de twee andere mannen vormen daarvoor gelukkig een tegengif. Terwijl hij die grenzen aftast, en zich regelmatig terugtrekt in de ‘villa’ op hun eigendom, en waar hij zelfs een feest geeft dat faliekant afloopt, komt hij een ‘geheim’ tegen en wil hij meer te weten komen over een zekere Joseph Cohen die ooit bij een voorvader van hem op bezoek moet zijn geweest en in de villa zijn onderkomen gekregen had. Eindelijk krijgt Herman van zijn vader op aandringen van zijn moeder een baantje onderaan de ladder. Als hij zo enkele treden verder omhoog kan klimmen, mag hij aan projecten gaan meewerken in Noord-Frankrijk, waaronder de dependance van het Louvre in Lens. Daar komt de Rubens uit de titel dan mee in het zicht…  

Als debutant kan Verde je zeker meeslepen in dit verhaal dat getuigt van vriendschap en vertrouwen tussen de drie mannen en goed gespeend is van humor, vooral dan in de dialogen. Niet alle draadjes die hij door het verhaal weeft, zijn even goed afgewikkeld maar dat hoeft op zich ook niet een probleem te zijn; ze overtuigen alleen niet allemaal even goed. Omdat de personages Rafik en Alain misschien ook wat minder uitgewerkt zijn en de nadruk te veel op Herman ligt, ook al wordt hiertoe wel een poging ondernomen? De symboliek van het Ixion-schilderij terugvinden in het boek naast nog wat andere culturele referenties, vormt de extra af te schrapen laag in dit vlot te lezen en tragikomische boek. Voor die enkele toevallig opgemerkte schrijffouten hoeft Verde niet te vrezen, die kunnen anderen eruit halen voor hem en zijn ook niet typisch aan debuteren. Neen, als deze auteur nog verhalen te vertellen heeft, hoeft hij ze zeker niet voor zichzelf te houden.

Titel: Ixion
Auteur: Roberto Verde
Uitgever: Paris Books
Jaar uitgave: 2020 

08 april 2021

Gedicht: De gloed aan de rand van je oren - Jens Meijen

 

Zwemlessen voor later cover
Een avond speelt over een oever
in het gras drijven boterbloemen, distelbollen
de bomen ruisen onder water
        hun wortels wit en volgelopen
een vis drukt zijn lippen tegen het raam
        van een autowrak vol zeewier en
        zacht zwevende hondenbotjes

je toont me kaarten die alles vertellen
        schatkaarten met lijnen die steeds roder blozen
        omhoog zwiepen
        je keel omzomen
de zeebodems zetten zich vast aan je vingers

een vogel trekt rooksporen in de lucht
ze landt op mijn hand, laat haar zwarte longen zien
in haar ogen zie je alles gebeuren:
het kobalt, het brons
de dieren, de rum de spoken van duizenden mensen
urnen van wat voor ons kwam

we vullen ze, de urnen
met kleine glibberige visjes
die we 's nachts vingen in de vijver, verscholen in het riet
en die we doodden met een stokje in hun kieuwen

we moeten elkaar al eens ontmoet hebben
in een ander leven toevallig aangeraakt
in een trein, bij het passeren op straat

we hebben elkaar al eens
naar huis gebracht, in bed gelegd
                na een avond vol dronken omwegen
        een avond vol zonsondergangen
        een dwaalspoor rodewijnvlekken
vol van een zon die alles lengt
vol van wolken in je oren
die je nog een tijdlang doof maken
        vanuit de lucht naar jezelf doen kijken
en je ziet hoe we de koolstof uit onze ogen wrijven

je vraagt of het ooit zal stoppen
het gevoel dat je zelf de ondergaande zon bent
        en de wezens beneden ziet,
        kleiner dan je vingertoppen
            en zelf ben je dan een gloed

om in te drijven
een gloed waarin we elkaar
languit veilig thuisbrengen
uitkleden, te slapen leggen


Jens Meijen
Uit: Zwemlessen voor later, Klimaatpoëzie
Klimaatdichters en Uitgeverij Vrijdag
2020

05 april 2021

De souffleur - Diane Broeckhoven

Een sfeervol boek over opgroeien


De souffleur - Diane Broeckhoven cover

Diane Broeckhoven is gezegend met een lange schrijverscarrière en sinds kort 75 levensjaren jong, Net rond haar verjaardag werd haar nieuwste roman uitgebracht: De souffleur.


In dit boek duiken we samen in het verleden van haar hoofdfiguur Susanne. Op een mooie zomerse dag haalt Susanne de voorpagina van de streekkrant, als winnaar met de hoogste zonnebloem van de tuinwijk. Ze krijgt heel wat felicitaties voor haar prestatie en voelt zich weer even in het oog van de aandacht staan. Naar aanleiding van deze voorpagina vindt ze een kaart op haar deurmat met de zonnebloemen van Vincent Van Gogh op die niet ondertekend is. Al voordat ze na lang nadenken belt naar het nummer dat erop vermeld wordt, is ze al zeker van de afzender. De kaart komt van Onno, een hoogbejaarde man die nu in een rusthuis woont, maar die bij haar op zestienjarige leeftijd ongekende gevoelens had losgemaakt. De herinneringen uit haar jeugd die dit doen bovenkomen, beleeft ze nu opnieuw.

In het jaar dat Susanne 16 wordt, blijft het contact met haar moeder die depressief is, moeilijk en afstandelijk, maar leert ze wel voor het eerst haar dode zusje kennen en kiest de jongen op wie ze voor het eerst verliefd raakt voor een ander. Om haar gedachten te doen verzetten en haar aan werk te helpen, geeft haar vader haar een baantje als assistente bij de amateurtheatergroep waarvan hij regisseur is. Zo kan ze van dichtbij meemaken hoe een toneelstuk tot stand komt, en leert ze haar vader ook in een ander licht kennen. Ze komt daardoor in contact met Onno, de souffleur en ook een duivel-doet-al voor de toneelgroep. Onno is diegene die bij haar voor het eerst heftige gevoelens oproept. Haar jonge leventje wordt door hem ondersteboven gehaald. Net als het Glazen speelgoed uit het toneelstuk van de Amerikaanse auteur Tennessee Williams voelt Susanne zich broos en breekbaar. Ze is jong en nog licht als een veertje. Susanne verdwaalt op haar zestiende net zoals vele andere opgroeiende tieners in haar gevoelens.

Onno is uiteraard verouderd en hulpbehoevender geworden, als Susanne hem na haar telefoontje opzoekt in Huis Parkzicht. Zijn gevoelens voor haar die hij haar toevertrouwt, brengen Susanne weer van haar stuk. Het verhaal is mooi opgebouwd, en subtiel ineengezet.

Diane Broeckhoven weet zoals altijd hoe ze gevoelens uit haar pen kan laten vloeien en haar kader erg sfeervol kan beschrijven. Haar stijl is helder en sober, waardoor het verhaal eerlijk toont en nog beter uit de verf komt. Ze neemt je heel gemakkelijk mee in de gevoelswereld van Susanne de tiener, zowel als van de vrouw op middelbare leeftijd. De lange ervaring van Broeckhoven met boeken voor de jeugd én voor volwassenen kan hier zeker een rol in spelen.

De souffleur is geen erg verrassend boek, maar past naadloos in het oeuvre dat Diane Broeckhoven al eerder bijeen schreef, waarin ze de belangrijke levensthema’s naar voren brengt en altijd heel menselijk uit de hoek komt.

Titel: De souffleur
Auteur: Diane Broeckhoven
Uitgever: Vrijdag
Jaar uitgave: 2021 

04 april 2021

Interview - Vertalers voor het voetlicht #2: Isabel Hessel en Marcel Otten

Voor Hebban interviewde ik vier literaire vertalers over het vertaalproces en hun achtergrond. In een eerste interview kwamen Jolande van der Klis en Luc Van Haute aan bod. In dit tweede interview staan vertalers Isabel Hessel en Marcel Otten centraal.

Dit artikel verscheen op Hebban op 12 november 2019.

Isabel Hessel

Foto (c) Der Blaustrumpf

Isabel Hessel studeerde Duitse en Nederlandse literatuur en Pedagogie in Würzburg, Antwerpen en Keulen. Ze werkte als student-assistent aan de Universiteit van Keulen en deed een stage bij Toerisme Vlaanderen-Brussel in Keulen. Nadat ze naar Antwerpen was verhuisd, vertaalde ze al verschillende Vlaamse auteurs in het Duits zoals Diane Broeckhoven, Saskia De Coster, Griet Op de Beeck en Jeroen Olyslaeghers (samen met Gregor Seferens). Isabel maakt deel uit van het vertalerscollectief van Passa Porta (Brussel), waarmee ze het werk van de Dichters des Vaderlands vertaalt in het Duits. Daarnaast is ze bestuurslid van de Vlaamse Auteursvereniging (VAV), is ze afgevaardigde in CEATL (Conseil Européen des Associations de Traducteurs – European Council of Translators’ Associations, lid van het organiserend comité voor de vertalersdagen in Amsterdam en van het Expertencomité van het ELV.  

Waarom ben jij romans gaan vertalen?

‘Tijdens mijn studies Germanistiek en Neerlandistiek in Keulen volgde ik al uit nieuwsgierigheid een extra cursus Literair vertalen, dat sprak me heel erg aan, omdat het de kennis van de taal en cultuur mooi combineert met het plezier dat ik beleef in de omgang met taal.’

Ben je erin gerold of was het een bewuste keuze?

‘Ik heb ervoor gekozen, denk ik. Tijdens een stage bij uitgeverij EPO viel het kwartje. Toen sprak ik hun Franse vertaler aan hoe hij ooit aan zijn eerste opdracht is geraakt en dat deed ik hem na: Hij was een boek gaan zoeken op de boekenbeurs in Antwerpen, maakte er een proefvertaling van en ging daarmee op zoek naar een uitgever. Meestal moet je veel geduld hebben maar ik had geluk.’

Was je voordien al veel met literatuur bezig?

‘Ja, als lezer natuurlijk en tijdens mijn studies. Ik koos ervoor om romans te vertalen al dan niet in combinatie met ander werk in een uitgeverij of het volwassenenonderwijs maar uiteindelijk werd het de culturele sector in Antwerpen.’

Kies jij zelf de romans die je wilt vertalen?

‘Intussen heb ik een aantal Vlaamse schrijvers als "vaste auteurs" die blijven schrijven. Als de Duitse uitgever me terugvraagt, nadat ze de vertaalrechten hebben aangekocht, loopt dat mooi door.’

Hoe word je een vaste vertaler van een bepaalde auteur?

‘Als de uitgeverij en de auteur (indien die jouw taal ook beheerst) tevreden zijn van jouw vertaling, en je nadien opnieuw wordt gevraagd. Kwaliteit leveren en vertrouwen opbouwen, dat zijn op dat vlak de twee belangrijkste elementen.’

Ga je nog op zoek naar romans die jou interesseren, of word jij gecontacteerd door uitgeverijen of auteurs die een vertaling wensen?

‘Intussen hoef ik niet meer zelf op zoek te gaan, maar dat was niet altijd zo. Uitgeverijen vinden het ook fijn als je hen boeken tipt. Ik hou dus het literair landschap altijd in het oog. Wie weet zit er binnenkort weer een nieuwe auteur tussen die ik absoluut graag wil vertalen.’

Het vertaalproces

Heb je het boek al volledig gelezen voor je de eerste tekst begint te vertalen, of begin je er onmiddellijk aan zonder het te hebben gelezen? Weet je vooraf waarop je moet letten?

‘Soms word je gevraagd om een leesrapport van een boek te schrijven, zodat de uitgever op basis daarvan kan beslissen om eventueel de vertaalrechten aan te kopen. In dat geval lees ik het boek ook meteen met het oog op een mogelijke vertaling. Ik kan niet meer privé lezen: Altijd zit ik woorden te wikken en te wegen, ook al gaat het helemaal niet om een vertaling. Noem het gerust een beroepsmisvorming.’

Van hoeveel belang is de kennis van de culturele achtergrond en het land van herkomst van de brontaal voor de beoefening van jouw beroep?

‘Het is zeer belangrijk dat je je in de cultuur van je brontaal thuis voelt, je weg weet te vinden. Afhankelijk van het boek dat je vertaalt is dat van groot of minder groot belang. Ik vertaal dus meestal Vlaamse schrijvers, en ik leef ook in Antwerpen. Dat helpt natuurlijk, om de ‘couleur locale’ van de taal te kennen. Maar nóg belangrijker is je beheersing van de moedertaal.’

Hoe lang is de keten tot de auteur? Staat hij/zij open voor jouw vragen als vertaler? 

‘Of een auteur open staat voor vragen, hangt van zijn persoonlijkheid af, soms van zijn agenda, en of hij al dan niet jouw doeltaal beheerst. Sommigen krijgen een onwennig gevoel als je helemaal niets vraagt. Dat voelt dan alsof ze er geen vat op hebben. Wat gebeurt er met "mijn baby" in het buitenland? Anderen zijn verrast als je wel met vragen afkomt, omdat er bijvoorbeeld een foutje in het origineel is blijven staan. Meestal zijn de auteurs echt blij als je hen benadert, dat schept een vertrouwensband.’

Jij kan soms samen met de auteur bepaalde moeilijkheden bespreken die je tegenkomt tijdens de vertaling. Dat is een groot voordeel, neem ik aan?

‘Soms is dat inderdaad mogelijk. Ik probeer dan uit te leggen welke opties ik in het Duits heb en welke keuze welke nuance met zich meebrengt. Als de auteur dan de kans krijgt om wat meer duidelijkheid te scheppen, kan dat zeker helpen.’

De positie van de vertaler

Is er voldoende aandacht voor de positie van de literaire vertaler door bijvoorbeeld sectororganisaties? Welke organisaties kunnen beurzen uitreiken? 

Er zijn in het Nederlands taalgebied volgens mij voldoende organisaties die vertalers steunen. Het Expertisecentrum Literair vertalen, de vertalersvakscholen in Amsterdam en Antwerpen, Literatuur Vlaanderen, het Nederlands Letterenfonds met onder andere de Literaire vertaaldagen en het vertalershuis in Amsterdam. Wat beter kan en volgens mij ook eerlijker zou zijn, is dat vertalingen bij uitgevers als productiekost worden gerekend, en niet bij de auteurshonoraria, want ook wij zijn auteurs (van de vertaling). Ook qua zichtbaarheid is er nog een weg af te leggen. Zoals wanneer een auteur een prijs in een ander land of taalgebied toegekend krijgt en de vertaler weer eens niet wordt genoemd. Maar zonder de vertaling waren de boeken nooit voor dit taalgebied toegankelijk geweest. Dat zijn dingen die hopelijk ooit veranderen.’
‘Het fijne van een "dicht-bij-huis" vertaler, bovendien in een taal die je redelijk machtig bent, heeft ook als voordeel dat je bij twijfel kunt overleggen. De Chinese, Japanse, Poolse, Tamil en verdere vertalingen van Meneer Jules: ik heb er geen kijk op wat ze daar van gemaakt hebben...’ [lacht]  ‘Het is voor een vertaler minstens even belangrijk om de sfeer, de energie van een werk (en de auteur) aan te voelen dan om de woordenschat te beheersen. Isabel kan dat als geen ander: ik lees haar Duitse vertalingen van mijn boeken (vijf in totaal) alsof ik ze zelf geschreven heb.’ - Auteur Diane Broeckhoven 
Marcel Otten

Foto (c) Michael Kienitz 

Marcel Otten stuurde vanuit zijn nieuwe thuisland Portugal zijn respons op onze vragen:

‘In 1984 was ik als dramaturg verbonden aan Toneelgroep Theater te Arnhem – nu Toneelgroep Oostpool – en ik had vaak kritiek op de kwaliteit van de vertalingen die daar opgevoerd werden. Totdat de artistiek leider, Gees Linnebank, het beu was en zei dat ik het dan maar zelf moest doen. Ik werd meteen in het diepe gegooid, want mijn eerste opdracht was de Egmond van Goethe. Maar zoals mijn theatervader Heiner Müller het verwoordde: "De sprong maakt de ervaring, niet de voetstap". Sindsdien zijn mijn eerste vertalingen uit een nieuwe taal altijd grote uitdagingen geweest: uit het Engels het "Cockney rhyming slang" van Steven Berkoff, de middeleeuwse Edda uit het Oudijslands, het barokke De meiden van Jean Genet uit het Frans en het complexe Peer Gynt van Henrik Ibsen uit het Noors.

In mijn hele carrière als vertaler tot op de dag van vandaag heb ik mij intensief beziggehouden met het hermetische werk van Heiner Müller, zowel toneelstukken als proza, maar ook gedichten en essays. Veel van mijn Müller-vertalingen zijn opgevoerd en ik heb altijd het initiatief genomen voor publicaties. Voor De Nieuwe Toneelbibliotheek ben ik op dit moment bezig aan vier bundels die Müllers belangrijkste werk omvatten.

Ik ben begonnen met het vertalen uit het Oudijslands – oftewel het Oudnoors – uit onvrede over de enige beschikbare vertaling van de Poëzie Edda en sindsdien heb ik alle belangrijke IJslandse saga’s en de beide Edda’s vertaald die op eigen initiatief bij Ambo|Anthos en Athenaeum, Polak & van Gennep zijn uitgegeven. Dit werk vergde veel research en ik schroomde er niet voor om mijn werk te vergelijken met vertalingen uit het Duits, Engels en Frans, omdat ik van mening ben dat met het vertalen van klassiek werk je beter op elkaars schouders kunt staan. Ik heb vaak kritiek gekregen op het vertalen van eigennamen en plaatsnamen, maar ik blijf erbij dat onvertaald de namen donkere vlekken blijven die als onuitspreekbaar abracadabra de niet-geoefende lezer aanstaren. Dat werk is nu afgesloten, ik heb mijn plicht gedaan.

Door mijn vertalingen uit het Oudijslands rolden vanzelfsprekend opdrachten van uitgevers binnen voor romans uit het Modern IJslands en tot nu toe heb ik zo’n vijfentwintig romans vertaald. Het IJslands blijft een hondsmoeilijke taal en ik heb vaak uitvoerig contact met de auteurs en ga regelmatig naar IJsland om het werk te bespreken. Die reizen worden altijd door het IJslandse ministerie van cultuur of de Universiteit van Reykjavik gefinancierd.

Nu ik met pensioen ben – slechts in naam, want ik werk net zo hard als daarvoor – ben ik niet meer financieel afhankelijk van opdrachten uit de wereld van het toneel of die van de uitgeverijen. Nu kan ik vertaalprojecten initiëren die ik persoonlijk belangrijk vind, in casu het werk van Heiner Müller en de belangrijkste stukken van Henrik Ibsen – vijf voltooid, nog zeven te gaan – voor De Nieuwe Toneelbibliotheek. Plannen voor de toekomst: vertalingen van de Beowulf uit het Angelsaksisch en Het Nibelungenlied uit het Middelhoogduits. Daarnaast ben ik met vallen en opstaan bezig Russisch te leren, want de toneelstukken van Anton Tjechov zijn altijd door slavisten vertaald en ik ben benieuwd wat het oplevert als een theaterman ermee aan de haal gaat. Daarnaast moet ik in mijn nieuwe woonland, Portugal, het Portugees onder de knie zien te krijgen.

Wat het verschil betreft tussen literair vertalen en het vertalen van toneelstukken: er is een enorme discrepantie tussen die twee. Menig gerenommeerde literair vertaler of schrijver is de mist in gegaan bij het vertalen van toneel: het ritme van de tekst, of een tekst voor een acteur "goed bekt" en voor een publiek goed in het gehoor ligt, is oneindig veel belangrijker dan een precieze weergave van het origineel. Het publiek kan immers niet teruglezen, de tekst moet onmiddellijk begrepen worden.

Ik heb geen flauw idee hoe de universitaire opleidingen voor vertalers zijn, in mijn studietijd bestonden die niet. Ik heb het geluk gehad dat het leren van meerdere vreemde talen vanzelfsprekend was vanaf mijn lagere school. In mijn studietijd bestond nog de luxe dat je op de universiteit meerdere studies naast elkaar kon doen en je makkelijk van de ene studie naar de andere kon switchen.

Er wordt vaak geklaagd over de positie van de vertaler, zowel financieel als maatschappelijk. De werkbeurzen voor vertalers van het Nederlands Letterenfonds zijn, samen met het honorarium van de uitgever, gewoon riant te noemen. Ook de gesubsidieerde theatergezelschappen betalen heel goed voor het vertalen van toneel. Daarnaast zie ik het werk niet als "eenzaam en eentonig". Ik heb door mijn werk als vertaler enorm veel interessante mensen leren kennen en ik vind het leuk om te goochelen met de Nederlandse taal die in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Duits heel flexibel is. Hoe moeilijker de originele tekst hoe liever, anders val ik in slaap.'

Lees ook het eerste deel in deze reeks over vertalers Jolande van de Klis en Luc Van Haute.

Interview - Vertalers voor het voetlicht #1: Jolande van der Klis en Luk Van Haute

Abdelkader Benali, juryvoorzitter van de Europese Literatuurprijs 2019, schreef in mei 2019 in de NRC in een opinieartikel: 'In een alsmaar provincialer wordende wereld vecht de vertaler een soms moedeloze strijd om die wereld groter te houden. Wat niet meehelpt, is dat al dat werk in stilte gebeurt, weg van de hete actualiteit.' Ik vond het tijd worden de literaire vertaler uit die stilte te halen en voor het voetlicht te plaatsen en interviewde voor Hebban vier vertalers. 

Dit artikel verscheen op Hebban op 9 november 2019.

Op 3 november dit jaar werd de Europese Literatuurprijs 2019 uitgereikt voor het boek 'Onder de Drachenwand' van Arno Geiger en vertaler Wil Hansen. Dit is een jaarlijkse Nederlandse prijs voor de best vertaalde roman uit een Europese taal in het Nederlands en een van de weinige literaire prijzen (de enige?) die zowel auteur als vertaler bekroont. Is een plek op de cover niet terecht voor de bijdrage die vertalers leveren aan een boek? Nathalie interviewde vier vertalers over het vertaalproces, hun achtergrond en hoe de romans die zij uiteindelijk vertalen bij hen terechtkomen. In het eerste deel komen Jolande van der Klis (Nederland) en Luk Van Haute (België) aan bod, in het tweede deel Isabel Hessel (Duitsland-België) en Marcel Otten (Nederland-Portugal).

Jolande van der Klis

Jolande van der Klis, geboren in Amsterdam, deed eerst een conservatoriumopleiding blokfluit en studeerde daarna Muziekwetenschap in Utrecht. Jarenlang was ze werkzaam als muziekjournalist: voor Tijdschrift Oude Muziek, voor de Volkskrant, voor de Groene Amsterdammer, en in publicaties van onder andere Holland Festival, De Nederlandse Opera en Vredenburg. In twee boeken beschreef ze de opkomst van de oude-muziekbeweging in Nederland, in 2014 gevolgd door haar biografie van ensemble Camerata Trajectina. De laatste jaren ontwikkelt Van der Klis zich steeds meer tot vertaler. In 2016 verscheen haar vertaling van De havik van T.H. White. In 2019 mocht ze een tweede vertaling van Whites werk leveren: Arthur, de koning van eens en ooit, over de legendarische koning en zijn ridders van de Ronde Tafel.

Luk Van Haute

Foto (c) Nippon Connection

Luk Van Haute is een Japan-expert, kenner van Japanse film en vertaler van Japanse auteurs, onder wie Haruki Murakami. Hij studeerde Japanologie aan de Universiteit van Gent en Vergelijkende Cultuur en Literatuur aan de Universiteit van Tokio. Hij verbleef vele jaren in Japan als werknemer van een Japanse filmproducent, als toerist, academicus, journalist, tolk en literair vertaler, terwijl hij regelmatig bijdragen instuurde voor kranten, tijdschriften, radio en televisie over de Japanse cultuur en maatschappij. Voor een anthologie die hij samenstelde en vertaalde onder de titel Liefdesdood in Kamara en andere Japanse verhalen won hij de Filter Vertaalprijs van 2015. Hij is ook auteur van het non-fictie boek Japan. Schetsen uit het leven (Lannoo, 2019), gebaseerd op ruim dertig jaar ontmoetingen, ervaringen en belevenissen.

Waarom ben jij romans gaan vertalen? Ben je er ingerold of was het een bewuste keuze?

Jolande: ‘Mijn verhaal over hoe ik vertaler ben geworden is atypisch. Ik ben opgeleid als musicoloog en heb lang als muziekjournalist gewerkt. Toen ik werd ontslagen, ben ik om mezelf door die eerste ontreddering heen te helpen een boek gaan vertalen dat ik als veertienjarige had gelezen: The Goshawk van T.H. White. Ik vond dat boek fascinerend, maar had destijds al sterk het gevoel dat er iets niet helemaal klopte aan de Nederlandse vertaling. Omdat er nooit een nieuwe vertaling was verschenen – het ís ook een lastig boek, met een heleboel termen en beschrijvingen uit de valkerij en daarnaast allerlei onnavolgbare literaire uitbarstingen – leek het me net een klusje voor mij. Ik had al veel over de valkerij gelezen en ben ook nogal een puzzelaar. En omdat ik in mijn vorige werk al veel vertaalervaring had opgedaan en een bevriende vertaler zo aardig was om over mijn schouder mee te lezen, leek het eindresultaat niet verkeerd. Ik heb er toen enige tijd mee geleurd bij uitgevers, tot ik zag dat Athenaeum werk maakte van nieuwe vertalingen van bijvoorbeeld Jane Austen. Zo zijn De havik en ik daar in 2017 terechtgekomen.’
'Ik vond dat boek fascinerend, maar had destijds al sterk het gevoel dat er iets niet helemaal klopte aan de Nederlandse vertaling.' - Jolande van der Klis over T.H. White's De havik
Luk: ‘De interesse voor taal en literatuur was er altijd al, maar de keuze voor Japans was eerder toevallig. Mijn debuut als literair vertaler kwam voort uit een proefschrift over het vroege werk van Kenzaburo Oe. Dankzij de Nobelprijs in 1994 was de uitgever geïnteresseerd in publicatie van novellen (Seventeen & Homo sexualis) die ik voor dat proefschrift had vertaald. Een gelukkige samenloop van omstandigheden dus. De verkoopcijfers (en dus ook inkomsten) vielen tegen, zodat het bijna 10 jaar duurde voor er een tweede vertaling kwam (Schoonheid en verdriet van Yasunari Kawabata, de andere Japanse Nobelprijswinnaar). Inmiddels was het Vlaams Fonds der Letteren (nu Literatuur Vlaanderen, red.) opgericht, zodat ik projectbeurzen kon krijgen, wat het (net) leefbaar maakt.’

Kies jij zelf de romans die je wilt vertalen? Ga je op zoek naar romans die jou interesseren, of word jij gecontacteerd door uitgeverijen of auteurs die een vertaling wensen? En hoe word je een vaste vertaler van een bepaalde auteur?

Jolande: ‘Na De havik vroeg Athenaeum me om ook van White’s meesterwerk The Once and Future King over koning Arthur en zijn ridders van de Ronde Tafel een nieuwe vertaling te maken. Daar heb ik uiteraard geen nee tegen gezegd. Het was een geweldige klus, in beide betekenissen van het woord, niet het minst vanwege de curieuze zijpaden die White bewandelt en de specialistische kennis die voor dat boek vereist is. Ik heb twee jaar aan Arthur, de koning van eens en ooit gewerkt. Of ik nog meer van deze auteur ga vertalen, is de vraag. Hij heeft veel geschreven in allerlei genres, maar ook een aantal hilarische missers op zijn naam staan. Er is nog niets besloten, maar ondertussen denk ik ook na over andere auteurs.'
'Doorgaans zijn het de uitgevers die een boek kiezen en dan op zoek gaan naar een vertaler. Als ze tevreden zijn, vragen ze je opnieuw en anders niet natuurlijk.' - vertaler Luk Van Haute
Luk: ‘Aanvankelijk deed ik weleens suggesties, maar dat bleek naïef. Doorgaans zijn het de uitgevers die een boek kiezen en dan op zoek gaan naar een vertaler. Als ze tevreden zijn, vragen ze je opnieuw en anders niet natuurlijk. Voor Murakami zijn we met drie, maar dat komt door de grote inhaalbeweging bij Atlas destijds, waardoor er elk halfjaar een nieuw boek in de winkel moest liggen. Behalve Murakami zijn er tegenwoordig trouwens nauwelijks Japanse auteurs van wie echt een oeuvre wordt vertaald. (Vroeger gebeurde het wel nog, bij Tanizaki, Mishima...)’

Het vertaalproces

Heb je het boek al volledig gelezen voor je de eerste tekst begint te vertalen, of begin je er onmiddellijk aan zonder het te hebben gelezen? Weet je vooraf waarop je moet letten?

Jolande: ‘Ik richt me niet op nieuwe literatuur, omdat die vaak snel in de winkel moet liggen en ik gewoon de ervaring mis om iets vlot én naar tevredenheid af te leveren. Ik lees veel Engelse literatuur uit het interbellum, ook boeken die ik al ken en die soms al eerder vertaald zijn. Ik moet het gevoel hebben dat ik er niet alleen wat mee kan, maar er als vertaler ook wat aan kan bijdragen, zodat een nieuw publiek het boek opnieuw kan omarmen. Je moet het idioom van een auteur doorgronden en er een equivalent voor verzinnen dat de auteur recht doet én aansluit bij het taalgebruik van nu. Dat is ook een deel van dat puzzelelement dat mij in het vertalen zo aanstaat.’

Luk: ‘Ik ga het boek eerst helemaal lezen, ja, om de personages te leren kennen, het register in te schatten en dergelijke. Door de grote culturele en linguïstische afstand is mijn eerste versie heel ruw. Pas in volgende versies denk ik aan de puur literaire aspecten.’

Van hoeveel belang is de kennis van de culturele achtergrond en het land van herkomst van de brontaal voor de beoefening van jouw beroep?
'Zonder de juiste context in je achterhoofd kun je nooit een adequaat beeld oproepen van waar de auteur het over heeft' - Jolande
Jolande: ‘Achtergrondkennis is enorm belangrijk. Zonder de juiste context in je achterhoofd kun je nooit een adequaat beeld oproepen van waar de auteur het over heeft. Dat geldt niet alleen voor andere culturen, maar ook voor onze eigen, Europese cultuur van nog maar een paar decennia geleden.’

Luk: ‘Die is heel belangrijk. Ik heb hierover een langere bijdrage geschreven voor het recente boek over literair vertalen Alles verandert altijd. Perspectieven op literair vertalen. Om die reden is het werken via een Engelse tussenvertaling (wat helaas nu en dan nog gebeurt) volkomen idioot. De Nederlandse vertaler van die Engelse tekst heeft geen kennis van de Japanse cultuur, met rampzalige gevolgen.’

Jolande, hoe check je bepaalde dingen als je verhalen uit de oudheid of andere periodes vertaalt? Ga je op onderzoek uit naar hoe iets het best in het Nederlands wordt omgezet?

Jolande: ‘Altijd uitspitten tot op de bodem is mijn devies, ook al komt daarvan in je vertaling soms niets of nauwelijks iets terecht. Ik ga niet altijd alles haarfijn uitleggen, maar voor de juiste formulering is het altijd belangrijk dat jij als vertaler wél precies weet hoe het zit. Soms leverde het speurwerk trouwens zulke leuke verhalen op, dat ik het niet heb kunnen nalaten die in een verklarende woordenlijst achterin het boek te verwerken.

Luk, Hoe maak je van talen die verder afstaan van onze taal zoals het Japans vlot leesbaar Nederlands?

Luk: ‘Ik probeer ondanks de afstand toch zo dicht mogelijk bij de brontekst te blijven en de stijl van de auteur te respecteren, zonder dat de leesbaarheid eronder lijdt. In het stuk over verre culturen en het vertalen van realia, geef ik enkele voorbeelden van moeilijke gevallen in het vertalen van Japans naar Nederlands. ‘
De positie van de vertaler

Is er voldoende aandacht voor de positie van de literaire vertaler door bijvoorbeeld sectororganisaties? Welke organisaties kunnen beurzen uitreiken?

Jolande: ‘Omdat ik op zo’n ongebruikelijke manier in het vertalersvak ben beland, en dat feestelijke gevoel lang heeft aangehouden, heb ik me over de verdiensten eerder niet erg druk gemaakt. Maar het begint nu wel een knellend probleem te worden, vooral omdat mijn tempo bij dit soort puzzelklussen, die kennelijk juist voor mij zijn weggelegd, wel altijd laag zal blijven. Ik vrees dus dat ik mij zal moeten begeven in de slag om de schaarse vertalersbeurzen en daar zie ik niet naar uit.’
'Uiteraard kunnen we meer waardering (en een betere verloning) goed gebruiken.' - Luc
Luk: ‘Alleen dankzij de projectbeurzen van Literatuur Vlaanderen kun je van literair vertalen je hoofdberoep maken, en dan is het nog nipt. Er is ook wel steun van bijvoorbeeld Schwob of in mijn geval The Japan Foundation, maar die steun gaat naar de uitgever. Uiteraard kunnen we meer waardering (en een betere verloning) goed gebruiken.’

Luk, hoe ga jij om met de regionale taalverschillen tussen het (Noord-)Nederlands en het Vlaams? Hoe hard kan je op je strepen staan om jouw vertaling te behouden zoals jij het hebt bedoeld?

Luk: ‘De uitgever is mijn cliënt, en ik schik me naar de wensen van de cliënt, zo pragmatisch moet je wel zijn. Ik vermijd dus Vlaamse uitdrukkingen of aanvaard dat ze worden verwijderd als ze toch in mijn manuscript sluipen. Maar ik aanvaard niet dat ze worden vervangen door typisch ‘Hollandse’ woorden of uitdrukkingen, die ik zelf niet of nauwelijks ken. Ik moet wel mijn eigen stem blijven herkennen.’

Lees ook het tweede artikel in deze reeks met Isabel Hessel en Marcel Otten.

Relevante links
  • Tv-interview met Luk Van Haute door Andy Fierens in opdracht van Arts Flanders Japan
  • Interview Luk Van Haute met het magazine DeAuteurs
  • Expertisecentrum Literair Vertalen, artikel door Luk Van Haute
  • Arthur, de koning van eens en ooit in de vertaling van Jolande van der Klis in een Hebban meeleesproject

Populaire blogs