Zoeken in deze blog

05 april 2026

Nieuw boek over de geschiedenis van het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG)

Artikel op antwerpenleest.be op 3 april 2026


Er zijn gebouwen die geschiedenis uitademen. De inkomhal van het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) aan de Nationalestraat in Antwerpen is zo’n plek. Loop er binnen en je stapt een aparte wereld binnen.

In 2026 is het de 120ste verjaardag van het ITG, een gelegenheid om de transformatie van een koloniaal instituut tot een academische hoog aangeschreven onderzoeksinstelling in de kijker te zetten.

Arts en adjunct-diensthoofd van de polikliniek Ludwig Apers beschrijft in het boek “Het Instituut voor Tropische Geneeskunde – Van tropenschool tot wereldinstelling” de geschiedenis van het ITG. Een vlot leesbare en boeiende wandeling door de knap aangelegde tuinen, het iconische art-deco gebouw en het voormalige 17de eeuwse kartuizerklooster in de Sint-Rochusstraat, omgebouwd tot een levendige campus voor vele internationale studenten. Tijdens die wandeling krijg je verhalen van talloze mensen die zich ooit met hart en ziel voor het ITG inzetten of nog steeds doen. Deze verhalen zijn rijkelijk gestoffeerd met foto’s uit het uitgebreide beeldarchief van het instituut.


© Ludwig Apers - Instituut voor Tropische Geneeskunde, Antwerpen

Daarnaast gaat het boek over wat lange tijd onuitgesproken bleef, de verwevenheid met het voormalige Belgisch Congo, over de toenmalige zucht naar exploratie en exploitatie van dat grote merengebied. “Zonder de kolonie was er geen instituut geweest,” schrijft Ludwig, “en toch is dat koloniale verhaal nooit beschreven.” Zijn boek is een inhaalbeweging, waarin het huidige ITG een spiegel wordt voorgehouden, en de lezers worden uitgenodigd om mee te kijken. Het heden en verleden van het ITG zijn onvermijdelijk gelinkt aan elkaar.


© Instituut voor Tropische Geneeskunde, Antwerpen

De School voor Tropische Geneeskunde werd in oktober 1906 opgericht door Leopold II in een villa in Brussel. De kliniek voor Tropenziekten werd ondergebracht in de Villa Coloniale in Watermaal-Bosvoorde. Dit was uit noodzaak, niet uit liefdadigheid. Heel wat kolonialen die naar Congo-Vrijstaat trokken, stierven immers binnen de tien jaar aan onbekende ziektes. Artsen en verpleegkundigen werden opgeleid zodat de uitbuiting verder kon worden gezet. Tegelijk was dit een medisch project en een pr-stunt waarmee Leopold II zijn internationale reputatie probeerde op te poetsen nadat er al heel wat verslagen van zijn vernietigende beleid in Congo waren verschenen.


© Instituut voor Tropische Geneeskunde, Antwerpen

In het gebouw zijn bepaalde kunstwerken weggehaald en naast de grote muurschilderingen in de monumentale trappenhal, geschilderd door Fernand Allard l’Olivier, zijn er QR-codes aangebracht om de context te schetsen. Hij toonde het exotisme van Afrika en zijn werken waren onderdeel van de destijdse koloniale propaganda. Het zijn kleine ingrepen in een groot gebouw. Het boek gaat ook over de vraag die op vele plaatsen in België en wereldwijd wordt gesteld: wat te doen met erfgoed dat getuigt van deze erg pijnlijke geschiedenis?


© Instituut voor Tropische Geneeskunde, Antwerpen


Het boek gaat verder ook over hoe het ITG is ontstaan in die context en verder is geëvolueerd.

Na de onafhankelijkheid van Congo in 1960 belandde het ITG in een existentiële crisis. De bestaansreden van het instituut leek weggevallen. Er werd vervolgens ingezet op ontwikkelingshulp. Artsen, veeartsen en verpleegkundigen uit Afrika, Azië en Latijns-Amerika werden uitgenodigd er te komen studeren.

Nog later kwam de switch naar wederzijdse capaciteitsversterking en academische uitwisseling met partnerinstituten. Studenten van over de hele wereld komen nu aan het ITG cursussen volgen rond gezondheidsbeleid, tuberculose, hiv, moeder- en kindzorg, epidemiologie, biomedische wetenschappen, labotechniek, enz. De cursussen willen echte uitwisseling mogelijk maken door studenten aan te trekken uit zoveel mogelijk verschillende landen.


© Instituut voor Tropische Geneeskunde, Antwerpen

Er werken ongeveer 500 medewerkers voor het ITG: onderzoekers, labotechnici, onderwijspersoneel, beleidsmedewerkers, administratief en technisch personeel ... 13 referentielaboratoria zijn nationaal en supranationaal erkend, onder andere door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), om een waaier aan parasitologische, bacteriologische en virale aandoeningen vast te stellen, zoals slaapziekte, hiv, of tuberculose.


© Instituut voor Tropische Geneeskunde, Antwerpen

Lokaal is het ITG vooral gekend voor haar polikliniek, waar het reizigers verwelkomt die vaccins willen vooraleer ze naar verre oorden vertrekken. Sommigen komen met bepaalde symptomen terug na hun vakantie, en zijn doorgestuurd naar het ITG voor een diagnose, gaande van malaria via dengue tot chikungunya.

Peter Piot, die tijdens zijn ITG-carrière ebola in kaart bracht samen met zijn Congolese partners, ging zich in 1979 richten op soa’s. Hij richtte zijn eigen soa-kliniek op, wat initieel begon met een aparte ingang en consultaties na de openingsuren, want het mocht niet te openlijk. Nadat in de jaren 1980 het hiv-virus werd ontdekt, werd deze afdeling sterk uitgebreid. Nu telt de hiv/soa-kliniek zo’n 12.000 patiënten per jaar. Hiv kan inmiddels dankzij medicatie onder controle gehouden worden, maar personen met hiv worden nog steeds levenslang opgevolgd. Het aantal nieuwe hiv-infecties is echter niet noemenswaardig afgenomen en, integendeel, weer in stijgende lijn. Hiv/aids blijft een van de belangrijkste onderzoekslijnen van het ITG.

Piot groeide uit tot wereldvermaard expert op het vlak van hiv/aids, was o.a. voormalig directeur van het UNAIDS-programma van de Verenigde Naties, en directeur van de Britse tegenhanger van het ITG, de London School of Hygiene & Tropical Medicine. In 1995 kreeg hij de Belgische adellijke titel van baron toegekend.
In 2025 kreeg de vorige directeur van het ITG, Lut Lynen, als dank voor haar vele maatschappelijke verdiensten eveneens de titel van barones toegekend.

Verschillende generaties ITG-alumni uit alle continenten zetten zich wereldwijd in voor het uitroeien van verwaarloosde tropische ziekten en het bevorderen van gezondheid wereldwijd. Het ITG heeft gedurende al die jaren ontelbare samenwerkingsverbanden met universiteiten en onderzoeksinstellingen opgebouwd om volksgezondheid wereldwijd te versterken, academisch te excelleren en maatschappelijk relevant te blijven.


© Instituut voor Tropische Geneeskunde, Antwerpen

Over al deze mensen en nog veel meer lees je in dit boek “Het Instituut voor Tropische Geneeskunde – Van tropenschool tot wereldinstelling”. Je krijgt een inkijk in wat er allemaal achter de dikke muren van dit 120 jaar oude gebouw gebeurd is, en wat er vandaag allemaal gebeurt. In dit jubileumjaar komen er nog activiteiten, zoals een Opendeurdag in mei en in het laatste kwartaal van 2026 een grote expo over 50 jaar ebola-onderzoek.

Het boek werd op 17/3/2026 voorgesteld voor een volle aula met collega’s, ex-collega’s en vrienden van het ITG. Als startpunt was er een paneldiscussie met voormalig directeur Lut Lynen, communicatieverantwoordelijke en mede-auteur van Nico Van Aerde, politicologe en auteur Nadia Nsayi, en vanuit Erfgoed Sint-Andries Gabriëlle Guldix.

Het boek is ook beschikbaar in het Engels. 
__________________________________________________________________________

Ludwig Apers studeerde af als arts aan de Universiteit Gent en specialiseerde zich in tropische geneeskunde aan het ITG. Hij werkte meerdere jaren als arts in Zimbabwe en behaalde een master in de volksgezondheid. Sinds 2002 is hij verbonden aan het ITG, waar hij zich toelegt op hiv/soa-zorg en lesgeeft in postgraduaatopleidingen. In 2008 promoveerde hij tot doctor. Naast zijn wetenschappelijk werk, met tal van publicaties op zijn naam, schrijft hij ook fictie en non-fictie.*

Sandrine Verstraete wint de Herman de Coninckprijs 2026 met 'Kamers'

Artikel op antwerpenleest.be op 24 maart 2026, foto's: © Nathalie Brouwers 

Een verslag van de prijsuitreiking op 21 maart, Wereld Poëziedag.





Een zaterdag met zon en een helblauwe hemel, en nog wel op Wereld Poëziedag. Ik kuier rond of eerder haast me, als literaire gulzigaard:
  • van de “Poets’ Corner” met Peter Holvoet-Hanssen in “den Botaniek”
  • via het Plantin-Moretusmuseum, de bakermat van de drukkunst die in een nieuwe expo kunst, plantkunde, en dichters samenbrengt,
  • naar de Bourlaschouwburg voor een zware lezing over de vernietiging en de weerbaarheid van Gaza en waar twee Gazaanse auteurs voorlezen,
  • om tenslotte te eindigen in zaal Platform van veilinghuis Bernaerts voor de uitreiking van de Herman de Coninck-prijs 2026 voor de beste Nederlandstalige dichtbundel.

De link met de letteren is telkens aanwezig – gelukkig met hier en daar een stop om de innerlijke mens te versterken en wat frisse lucht op te snuiven.

Voor de prijsuitreiking in de geweldige zaal Platform zijn feestelijk versierde tafeltjes klaargezet voor alle poëzieliefhebbers. Vooraan een groot scherm zodat ook het publiek achteraan de volgorde van de sprekers en dichters goed kan volgen.

De shortlist werd op 21 februari — de verjaardag van Herman de Coninck — bekendgemaakt.

Alle zes genomineerden zijn aanwezig en lezen voor uit eigen werk. Eén gedicht per auteur is opgenomen in de zevende editie van bloemlezing De 44, een publicatie van Behoud de Begeerte en het PoëzieCentrum die we achteraf meekrijgen en die je ook kan aanschaffen in de betere boekhandel aan de democratische prijs van 5 €.





Deze bloemlezing bevat zowel debuterende, aan de weg timmerende als gevestigde waarden. Twee debutanten stonden dit jaar op de shortlist. De regel van de jury schrijft voor dat er telkens één debutant op de shortlist moet staan, en die lat is de laatste jaren altijd met gemak gehaald.

Piet Piryns, groot poëziekenner, presenteert en leidt het publiek vlot doorheen de avond in zijn kenmerkende eigen humoristische stijl. Singer-songwriter Emma Hessels bijt de spits af met fijn besnaarde muziek, waarna Piryns traditiegetrouw start met een gedicht van de grote Herman de Coninck zelve.

In ronde 1 staan Maxime Garcia Diaz met haar bundel 'Het netwerk moet gebouwd worden' - over het digitale bestaan - en Jolanda Kooijmans met 'Addertje' - een duistere fabel over het kwaad in nieuwe gedaantes - vooraan op het podium. Het valt direct op hoe divers de genomineerde werken zijn, in inhoud én vorm, en steevast passend bij de nieuwe moeilijke tijden.

Ronde 2 brengt Sara de Koning, wier bundel 'Tekstielen' volgens de jury een nieuwe dichtvorm introduceert die naast de limerick, de haiku en het sonnet mag staan, en Yasmin Namavar, samen, die in haar bundel 'ver/blijf' haar Nederlands-Iraanse roots tot leven wekt en Perzische lyriek met meer verhalende verzen combineert. Daar ben ik alvast erg benieuwd naar. Alle genomineerde bundels zijn hopelijk snel te vinden in de lokale bibliotheek!

Na een nieuwe muzikale pauze presenteert Piryns het laatste duo van de avond: Peter Verhelst, die zich dankzij de intro van de ginnegappende presentator “de opa van het gezelschap” voelt, met zijn genomineerde bundel 'Nachtatlas', en de na enkele jaren in de poëzie terugkerende Sandrine Verstraete die de jury ook heeft omvergeblazen. Verhelst mag zich dan al opa voelen, genieten van zijn stem als ik even enkele minuten mijn ogen sluit, lukt me nog altijd heel goed. Kan die man eraan doen dat hij al jaren prachtige bundels aflevert? Euh, ja zeker?




Maar niet voor niets staat Sandrine Verstraete als laatste op het podium: zij is dit jaar de laureate. Met haar bundel 'kamers' won ze de jury volledig voor zich. De lofbetuigingen van jurylid Jelle van Riet liegen er niet om. Na de dankwoorden ging die veelbelovende bundel — ook dankzij de kwinkslag-dreigementen van Piryns — mee naar huis dankzij de verkoopstand van De Groene Waterman.

Met woorden en beelden die nog even nazinderen wordt het tijd om op huis af te gaan. Niet zonder verwachting fiets ik nog eens de route langs de Noorderbrug. Jammer genoeg mag ik direct doorrijden, en krijg ik de gelegenheid niet dat gedicht van Stijn Vranken (tegengekomen in het Plantin Moretusmuseum) nog eens te bewonderen, en rustig de tijd te nemen om die daar te staan verliezen. Zonde, maar ach de vermoeidheid deed zich wel gevoelen na deze lange dag!



Populaire blogs