Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label Koloniale verhoudingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Koloniale verhoudingen. Alle posts tonen

22 december 2024

De zieners - Sulaiman Addonia

Een overweldigend verhaal over oorlog en het verlangen naar vrijheid

De zieners - Sulaiman Addonia cover



Na zijn vorige roman "Stilte is mijn moedertaal" las ik nu de nieuwste worp van de Brits-Ethiopisch-Eritrese auteur Sulaiman Addonia die na jaren in Londen nu in Brussel is gesetteld. Een grenzen verkennende of grensverleggende roman, voor mezelf in ieder geval. Addonia wilde zich dan ook niet laten beperken door zijn uitgeverij en wilde zijn schrijven hoger, naar een rock ’n roll-niveau tillen. Dit mondt uit in een ongebreidelde uit het onderbewuste gehaalde stroom (stream of consciousness) aan lyrische woorden, poëtische zinnen, en kwaadheid uit de mond van de jonge Eritrese vluchtelinge Hannah over pijn, verlatenheid, seks, lust, de oorlog, het nog steeds heersende kolonialisme, de trauma’s die over de generaties heen zijn overgedragen. Al deze woorden komen samen in één lange alinea van zo’n 150 pagina’s.

Hannah heeft asiel aangevraagd in Londen en komt terecht in het huis van Diana, die haar opvangt tijdens de tijd die ze moet wachten op de Britse bureaucratie. In de vorm van een dagboek gegoten lees je de woorden van Hannah als een messcherpe aanklacht tegen de hypocriete houding en het egoïsme van het westen, en word je met de neus op de feiten gedrukt hoe het moeten vluchten van oorlog en opgelopen trauma’s een groot gevoel van ontworteling met zich meebrengen, de bodem onder iemands voeten zo maar wordt weggeslagen. Hannah wordt uiteindelijk niet erkend maar ook niet weggestuurd waardoor ze in een soort niemandsland terechtkomt waarin ze verschillende opeenvolgende ontmoetingen meemaakt.

Tegelijk is dit naast de zwaarte ook een speels boek vol met lust, passie, seks waarmee het boek zelfs een aanvang neemt, al vanaf de openingszin: “Ik ben geboren uit mijn moeder in Keren, maar werd herboren uit mijzelf in Londen, die lentenacht dat ik Bina-Balozi topte op een bank op Fitzroy Square.” Hannah krijgt in de “city” van Londen dan ook de vrijheid om haar seksuele identiteit volop te ontdekken en te beleven. Haar grote liefde is Bina Balozi, O.B.B. ook wel Bina-B. Tijdens de seks die ze met hem heeft, vertelt ze hem haar schrijnende verhaal dat ze meemaakte in haar huis, in het dorp waar ze opgroeide.

De vele seksscènes die elkaar in de roman opvolgen, zullen misschien niet door iedereen gesmaakt worden. Het is wel daarmee dat Hannah haar vrijheid opeist en haar identiteit vormgeeft. Wonen doet ze voor het tweede deel van het boek onder een boom in een park, haar “thuis”. Daar gaat ze in gesprek met de geesten van grote auteurs als Jorge Luis Borges, Arthur Rimbaud, Samuel Beckett, Virginia Woolf, Roberto Bolaño, Pablo Neruda, enz.
Haar vader begroef de boeken van haar geschoolde en werkende moeder in hun tuin zodat deze bewaard zouden blijven, hij zelf was analfabeet. Hannah leerde lezen en liet zich voortdurend omringen met boeken. Ook als ze bij Diana woont, laaft ze zich aan de daar prominent aanwezige boekenkast.

“Alles gaat voorbij, de liefde blijft”, een Eritrees gezegde, loopt als een mantra doorheen deze korte roman. Zo heftig en prachtig heb ik een tekst nog niet vaak meegemaakt. De beelden prikkelen de zintuigen, het is alsof je in een soort “trip” of hallucinatie zit, waardoor er ook niet altijd zo veel voor je eigen verbeelding overblijft om eerlijk te zijn… Addonia schreef de eerste opzet van dit boek in één ruk op zijn smartphone aan de Vijvers van Elsene. We mogen die vijvers dankbaar zijn dat hem daar de naam Hannah is ingevallen, en er zo veel inspiratie kreeg.

“In Londen, en in die eerste weken, was tijd het enige dat ik bezat, zo veel zelfs dat het voelde alsof het ministerie van Binnenlandse Zaken me in die zeeën van tijd wilde laten verdrinken.”

“Meer dan een lichaam hebben we niet om ons te herinneren aan de hoop die we hebben verloren, het thuis dat we nooit terug zullen krijgen. Thuis is meer geworden dan een land alleen.”

Titel: De zieners
Auteur: Sulaiman Addonia
Vertaler: Lucie van Rooijen
Uitgever: Jurgen Maas
Jaar: 2024


--- Je reactie wordt pas zichtbaar nadat ik ze heb goedgekeurd. Your reaction will become visible after I will have approved it. Votre réaction devient visible après que je l'aurai approuvée.

21 juni 2024

Ik heb een afgehakte hand voor je meegenomen - teksten en kanttekeningen - Ghayath Almadhoun

Een waardevolle en ongemakkelijke dichtbundel

Ghayath Almadhoun - Ik heb een afgehakte  hand voor je meegenomen cover



Oorlogsverslagen in poëtische vorm. Soms liefdespoëzie geschreven in oorlogsmetaforen. Wat oorlog in een mens achterlaat, weet de Zweeds-Syrisch-Palestijnse dichter, en die zijn tijd verdeeld tussen Stockholm en Berlijn, Ghayath Almadhoun, in deze bundel in woorden te vatten. 

Harde beelden. Over zijn dubbelzinnige houding met de Europese koloniserende machten ook. Zijn onbehagen tegenover het koude Zweden. Niet vanzelfsprekend. Wel prachtig, ontroerend en fascinerend.

Hoe veel mensen in de wereld leven er wel niet met zulke zwarte gaten in hun lijf? Eigenlijk is dit poëzie die in deze tijden (in scholen?) gelezen zou moeten worden om zodoende bij meer mensen empathie te kweken voor de vele oorlogsvluchtelingen, meestal van oorlogen die al jarenlang, veel te lang ook, aanslepen.

Dit is een waardevolle én ook ongemakkelijke dichtbundel. Twee andere dichtbundels van Ghayath Almadhoun las ik eerder al, waaronder één die hij samenstelde samen met de Nederlandse dichteres Anne Vegter. Enkele jaren geleden zag en hoorde ik hem bezig tijdens een lezing in bibliotheek Permeke in Antwerpen. Almadhoun raakt zijn lezers, en laat me ademloos en met een zwart gat in mijn borstkas achter. Hij wil mensen choqueren over wat hij als Palestijnse vluchteling in Syrië en dan in Zweden heeft gevoeld en meegemaakt. Deze dichter vindt de woorden om de beelden in zijn hoofd over te brengen op een wonderlijke en ontroerende wijze en heeft sinds die avond altijd mijn fascinatie weggedragen. 

Titel: Ik heb een afgehakte hand voor je meegenomen - teksten en kanttekeningen 
Auteur: Ghayath Almadhoun
Vertaler: Djûke Poppinga
Uitgever: Jurgen Maas
Jaar: 2024


--- Je reactie wordt pas zichtbaar nadat ik ze heb goedgekeurd. Your reaction will become visible after I will have approved it. Votre réaction devient visible après que je l'aurai approuvée.

19 december 2023

Half leven - Aya Sabi

Boeiende en leerrijke debuutroman over een urgente zoektocht 


Half leven - Aya Sabi cover


Aya Sabi schreef met Half leven in 2022 een kanjer van een debuutroman, waar ze in oktober 2023 de Fintro Publieksprijs mee won. In 2017 schreef ze al eerder een kortverhalenbundel Verkruimeld land die met stip op mijn leeslijst komt te staan.

In Half leven neemt deze in Genk opgegroeide Nederlands-Marokkaanse auteur ons mee in de verhalen van drie generaties vrouwen waar ook de Marokkaanse geschiedenis doorheen schemert. Het verhaal van grootmoeder Fatna is het meest uitgewerkt en de rode draad doorheen het boek. Zij groeit in de jaren 1950 op in een armoedig gezin in een klein dorp waar ze al als jong meisje hard moet meewerken in het huishouden. Totdat ze wordt uitgehuwelijkt, heeft ze het nog vrij gelukkig met haar zusjes. Je hart breekt als je leest over het grote trauma en het harde leven dat ze meemaakt. Door een gelukkig toeval wordt ze opgenomen in het huis van een meer wereldse progressieve Marokkaanse vrouw die een rol opneemt in het verzet tegen de Franse bezetter van die tijd, die als voorbeeld dient voor Fatna. Fatna’s leven breekt dan open vanaf het moment dat ze gezien wordt als een kokkin waarvoor velen van heinde en verre komen om van haar hemelse gerechten te proeven. Pas dan voelt ze zich ook gezien als vrouw, en zal ze ook durven spreken en uit haar eigen opgelegde zwijgen losbreken.

Het verhaal van Fatna wordt niet chronologisch verteld. En tussen de fragmenten over Fatna’s leven lees je de brieven die haar dochter Hamouda schrijft vanuit Nederland waar ze dankzij haar geëmigreerde ouders opgroeide, naar haar grote Marokkaanse liefde. Als derde verhaallijn heb je de essays van kleindochter Shams die geboren is in Nederland. De verschillen tussen de drie vrouwen zijn groot op cultureel vlak en qua opleidingsniveau, en tegelijkertijd zijn ze met elkaar verbonden door de pijn die van generatie op generatie werd doorgegeven en het leed dat ze alle drie dragen. Shams heeft Geschiedenis gestudeerd en gaat in haar essays op zoek naar de leegte die in haar zit, en probeert die te begrijpen. Tegelijkertijd graaft ze naar de geschiedenis van haar familie, hoewel de lezer meer weet over het leven van haar grootmoeder dan zij ooit kan weten. Zowel de fictie als de non-fictie zijn op zich onvoldoende om haar doel te bereiken hoewel ze de gave van het woord en een scherpe pen heeft.

Er zitten vele lagen in dit boek. De geschiedenis van Marokko is een voorbeeld van kolonisatie, verzet en dekolonisatie. Er wordt weleens gezegd en geschreven dat in Marokko de dekolonisatie van het land tegenover de Franse bezetter de metafoor is voor de dekolonisatie van de vrouw tegenover het heersende patriarchaat, de vrouw die onderdanig moet zijn aan haar man. Aya Sabi wou met dit boek een gemengd beeld brengen van verschillende vrouwen die allemaal een bepaalde evolutie hebben doorgemaakt, en wou hiermee het cliché van de stille, onderdanige vrouw bijstellen zonder deze problematiek te onderbelichten, waarin ze zeker is gelukt. Ook het beeld van de “heel luide” vrouw en als “minister van binnenlandse zaken”, een gezegde uit Marrakech, is in feite een soort cliché.

Verschillende complexe thema’s worden in het boek aangehaald waarvan sommige weliswaar beter worden uitgewerkt dan andere. Die thema’s zijn niet typisch voor een zogenoemde “migratieroman” maar herkenbaar voor zovelen onder ons: de zoektocht naar onszelf, de pijn die kan doorgegeven worden van een (groot)moeder naar de volgende generaties, de psychologische inslag, enz.  De gehele roman is gekruid met prachtige metaforen, fragmenten en zinnen. Niet alleen dat, ook de gerechten die Fatna met haar handen ineen tovert en de bijhorende geuren uit haar keuken zijn de moeite waard om volledig in je op te nemen.

Als de verhalen van de dochter en van de kleindochter verder waren uitgewerkt, hadden we waarschijnlijk nog steeds een prachtig familieverhaal gekregen van minstens 800 pagina’s. De verhaallijn van Fatna mag dan wel de spannendste zijn, de combinatie met de andere levens beschreven in de andere stijlen en genres maken in mijn ogen het boek boeiender, origineler en leerrijker, en heeft me zeer zeker aandachtiger gemaakt en meer doen nadenken dan een volledig uitgesponnen uitwerking van de drie beschreven levens. De tijd die voor dergelijke uitwerking meestal nodig is heeft het hier waarschijnlijk afgelegd tegen de urgentie van de zoektocht van deze jonge talentvolle schrijfster. Hopelijk krijgen we nog veel moois te lezen van Aya Sabi!  


Met dank aan de leesclub van Karakter Collectief (theatergezelschap Merksem)


Titel: Half leven
Auteur: Aya Sabi
Uitgever: Das Mag
Jaar: 2022

--- Je reactie wordt pas zichtbaar nadat ik ze heb goedgekeurd. Your reaction will become visible after I will have approved it. Votre réaction devient visible après que je l'aurai approuvée.

14 maart 2022

De terugvlucht - Ines Nijs

Beklijvend menselijk verhaal met een interessante historische achtergrond

De terugvlucht Ines Nijs cover

In 2020 verscheen de eerste roman van schrijfster Ines Nijs (Tremelo), Onomkeerbaar. Daarvoor schreef ze al korte verhalen in een aantal literaire tijdschriften als Gierik & NVT, De Optimist en Extaze. Nu is haar tweede roman uit, De terugvlucht, waarin ze vertelt over een van haar grote interesses: de vliegtuigpioniers van het Belgische Sabena, met name in dit boek Victor Heylighen, die de luchtverbinding tussen Brussel en het toenmalige Leopoldstad, het huidige Kinshasa, mee hielp uitbouwen.


Als Gabrielle Deman uit Kongokorset nog met de Congoboot met haar man meereist in het begin van de 20ste eeuw (een referentie ;-) ), konden piloten zowel als reizigers in de jaren ’30 en ’40 van de 20ste eeuw voor het luchtruim kiezen, en zaten ze als avonturiers samen in het zelfde schuitje, oftewel in de eerste vliegtuigmodellen die werden gebouwd voor deze historische langeafstandsvluchten. Tot op vandaag zijn de Congo-vluchten en de Afrikaanse expertise de troef van SN Brussels. De gevolgen van die kolonisatieperiode blijven vele sectoren in de Belgische maatschappij tekenen.

Ines Nijs schetst naast een historisch verhaal ook het persoonlijke leven van Victor die met de opkomst van nieuwe vliegtuigen en moderne boordapparatuur, dit dankzij de snelle evolutie door de Tweede Wereldoorlog, niet meer het overwicht heeft als vliegenier en jongere piloten naast hem moet dulden die hiermee opgeleid zijn. Dat privéleven van hem is tegelijkertijd aan verandering onderhevig waardoor hij ook op dit vlak een nieuwe balans moet zoeken.

De relatie met zijn vrouw Helena is te vanzelfsprekend geworden en doet hem twijfelen. Toch proberen ze de opkomende relationele stormen samen te trotseren en er doorheen te navigeren. Als hij bijna tegelijkertijd door een paar incidenten als vliegenier voor een tijdje op non-actief wordt geplaatst, begint de twijfel pas goed te kiemen en neemt Victor een aanbod aan om samen met Eliane Degreef, een galeriehoudster in ‘Leo’ zoals de Congolese hoofdstad in dit boek wordt genoemd, en vrouw van een koffieplanter, een kunstroute op te zetten voor typische Afrikaanse dansmaskers en andere kunstvoorwerpen uit de Mayombe-regio, ook wel “Magie uit Mayombe” genoemd.

Deze kunstwerken werpen hoge ogen bij Europese klanten en zijn erg interessant voor de verkoop. Hiermee wordt er overigens een ‘hot’ actueel thema aangeraakt: kunstroof van gemeenschappen uit voormalige koloniale gebieden en het erg actuele debat over teruggave ervan. Victor herkent dit onrecht, evenals een goede vriend en collega van hem die met een Congolese vrouw getrouwd is; de rest van zijn omgeving is zich, overeenkomend met de periode waarin het verhaal zich afspeelt, hier minder van bewust. Eén van de maskers, het grootste voorwerp op de tentoonstelling van Eliane die Victor bezoekt, kijkt hem als een wraakengel toe en wordt als ‘voorouderbeeld’ toegedicht dat het boze geesten kan oproepen. Het beeld stelt, net als Victor er een is, een hemelbestormer voor die de elementen ook kan bedwingen. Toch blijft het bij een uitgebreide beschrijving van dit beeld en wordt er verder gedurende het verhaal nog maar af en toe naar gerefereerd. Die magische krachten zouden dan terug te vinden moeten zijn in de tegenslagen die Victor in het boek nog gaat meemaken, als een soort voorbode. Daardoor is de verwachting op een prominentere rol van dit masker, dat op de cover van het boek is geplaatst, en op meer ‘Congolese uitweidingen’ toch een beetje teniet gedaan.

Daarentegen vertonen de personages de nodige diepgang en wordt er verder ingegaan op hùn problemen en bekommernissen. De sfeerschepping van o.a. Leopoldville en de plantage in het verder gelegen Tshela is enorm sterk en zintuiglijk waardoor je je er met je ogen dicht zelf kan wanen, en ook met de thuissituatie van Victor kan de lezer enorm goed meeleven. Af en toe doet de schrijfstijl wat ouderwets aan wat het verhaal ook meer in het beschreven tijdvak plaatst. Zo wordt bv. de gij-vorm in de dialogen toegepast. Liefde, onbegrip, jaloezie, verlies en rouw zijn thema’s die in het boek erg goed zijn uitgewerkt. Op die manier beklijft vooral toch het menselijke verhaal dat in een interessante historische achtergrond is verwerkt en die laatste toch niet de overhand neemt. 

Dat het einde van het verhaal je de adem even afsnijdt, neem je er graag bij waardoor je verbluft achterblijft na de laatste bladzijden te hebben omgeslagen. Ines Nijs weet je met een straffe pen mee te slepen in een onbekende wereld en je weer te raken met dit verhaal. Ook deze roman is een voorbeeld van haar vertelkunst.

Titel: De terugvlucht
Auteur: Ines Nijs
Uitgever: Davidsfonds
Jaar uitgave: 2022

--- Je reactie wordt pas zichtbaar nadat ik ze heb goedgekeurd.

28 november 2021

De Plaag - David Van Reybrouck

Persoonlijk reisverhaal, onderzoek en geschiedenis in één geweldig boeiend boek

De Plaag David Van Reybrouck


David Van Reybrouck, cultuurhistoricus, archeoloog en schrijver, bracht zijn debuutboek De Plaag in 2001 uit, negen jaar voordat hij bekend zou worden met zijn alom bejubelde en prijzen winnende epos Congo – Een geschiedenis.

Ondertitel van dit iets minder bladzijden tellende niettemin ook veelomvattende boek: Het stille knagen van schrijvers, termieten en Zuid-Afrika. Van Reybrouck komt door zijn doctoraatsonderzoek over prehistorische archeologie een boekje tegen van de Zuid-Afrikaanse auteur Eugène Marais, The Soul of the Ape. Hij ontdekt dat deze hem tot dan toe onbekende naam, de enige Belgische Nobelprijswinnaar Maurice Maeterlinck ooit had beticht van plagiaat, in verband met La vie des termites van die laatste.

“Plagiaat, dat is toch nog een stap verder dan wetenschappelijk geen gehoor vinden. Dat is zoveel waardering voor je werk krijgen dat men het je niet meer gunt.”

Een paar jaar later, na het finaliseren van zijn proefschrift, vliegt Van Reybrouck naar Zuid-Afrika om zich aan deze kwestie te wijden die hem nooit meer verlaten had. Hij neemt ons in dit boek mee in zijn ontdekkingstocht en vertelt ons tegelijkertijd over zijn eerste confrontatie met het complexe Zuid-Afrika van het post-apartheidstijdsperk en de ontmoeting met tal van mensen daar.

Confronterend zijn zeker de grote verschillen tussen zijn contacten in de hoofdstad Pretoria enerzijds en zijn kennismaking met enkele Afrikaner ‘rednecks’ op het platteland anderzijds: “ons is blank en hulle is kaffers”. Net als in zijn latere werk waarin hij beroep doet op historische getuigenissen, blijft hij in deze gesprekken zo veel mogelijk de observerende buitenstaander en probeert hij mee te gaan in de verhalen van de mensen die hij ontmoet. In dit debuut komen zijn persoonlijke beschouwingen over wat hij hoort wel meer aan bod dan in Congo en in Revolusi, en voor welke ethische dilemma’s dit hem als toehoorder stelt.

Daarnaast voert de schrijver ons in de biografieën van zowel Maeterlinck als Marais in, en komen we op die manier meer te weten over vooral deze auteurs, evenals over het in de laat 19de eeuw in zwang zijnde wetenschappelijk onderzoek dat in dat tijdsperk nog vanuit andere perspectieven wordt gevoerd. Ook kan je in de relaties tussen de onderzoekers doorheen het verhaal de (post)koloniale dynamiek zien.

De persoonlijke beschouwingen, de schrijfstijl én de opbouw naar de ontknoping over het plagiaat maken van dit non-fictieboek een geweldig vlot en met vaart geschreven werk dat je maar moeilijk weg kan leggen. Het reisverhaal, de ontmoetingen en de verhalen die Van Reybrouck haalt uit zijn opzoekingen worden vlotjes aaneengeregen, en regelmatig komt ook de nodige humor het gefilosofeer doorgeschemerd. Al is dit debuut minder ambitieus van opzet dan de volgende boeken van de auteur is dit vooral een persoonlijk, boeiend en gepassioneerd gebracht verhaal om open in te gaan, en meer te leren over tal van zaken.

Van Reybrouck is van vele markten thuis. Hij schreef al historische fictie, literaire non-fictie, romans, poëzie, theater en academische teksten. In zijn werk zowel als in zijn engagement komen tot nu toe vooral de geschiedenis van de kolonisatieperiode, het klimaat en participatieve democratie als thema’s naar voor. In België is hij de stichter van het G1000-project, een platform voor democratische innovatie en inclusieve participatieve politiek en wordt hij in het buitenland als raadgever gevraagd als dergelijke projecten worden opgestart. Hij studeerde archeologie en filosofie aan de KU Leuven, haalde een Master aan de University of Cambridge in ‘World Archaeology’ en doctoreerde aan de Universiteit van Leiden.

Voor dit debuut werd hij genomineerd voor De Gouden Uil, en kreeg hij de Vlaamse Debuutprijs toegekend. Het werd vertaald in het Afrikaans, het Frans en ook in het Hongaars.


Titel: De Plaag
Auteur: David Van Reybrouck
Uitgever: De Bezige Bij
Jaar uitgave: 2001

--- Je reactie wordt zichtbaar nadat ik ze heb goedgekeurd. Als jij anoniem een reactie achterlaat, wil ik je vragen met je voornaam af te sluiten zodat ik toch een idee heb van wie jij bent! Alvast bedankt. Kopieer deze link in je browser als je mijn blog wil volgen via follow.it: https://follow.it/villanathalieoverlezen

13 november 2021

De meermin van Black Conch - Monique Roffey

Een mythisch, meeslepend en zinderend Caribisch verhaal

De meermin van Black Conch cover

Monique Roffey (1965) is een Britse schrijfster met roots in Trinidad. Haar romans wonnen al verschillende prijzen en nominaties waaronder de Costa Book of the Year voor De Meermin van Black Conch (The Mermaid of Black Conch), haar zevende en laatste nieuwe boek uit 2020. Het boek combineert een oude legende van de Taíno, de inheemse bevolking van de Cariben die na de komst van Columbus aan het einde van de 16e eeuw uitstierf door de ziektes die naar haar kust was gebracht, met echo’s en invloeden van Ernest Hemingway (Eilanden in de golfstroom en De oude man en de zee) en Pablo Neruda (het gedicht The Mermaid and the Drunks). Dat schrijft Romney zelf in haar dankwoord.

Die meermin is geen lieftallige zeemeermin uit de Disney-films maar een mooie jonge vrouw uit vroegere tijden die door de vervloeking van de andere vrouwen vanwege haar schoonheid en de begeerte die ze bij de mannen uit haar gemeenschap opriep, gedoemd is om eeuwenlang eenzaam als meermin in de oceaan te blijven rondzwerven. Als de genaamde Aycayia op een dag in 1976 uit het water opduikt, is dat door het getokkel van David, een eenvoudige visser, op een oude gitaar, die haar uit de wateren lokt rond het vissersdorpje Black Conch, ergens in de buurt van Jamaica.

Roffey beschrijft Aycayia heel precies en ontluisterend als volgt: 

Zeemos hing als een pluizige baard aan haar schouders, zeepokken groeiden op de bolling van haar heupen, haar torso was stevig en gespierd, bedekt met dunne schubben, alsof ze een pak van haaienhuid droeg.

De twee vallen direct voor elkaar. Maar doordat Aycayia door David meer en meer naar boven wordt gelokt, komt ze in aanraking met een boot met Amerikaanse sportvissers die haar na een hevige strijd gevangen nemen en ze daarna als trofee op de kade ophangen. Het lukt David de meermin te redden en haar bij hem thuis op te vangen en haar vertrouwen te winnen. Door zijn liefde en vertrouwen verandert ze op enkele weken tijd terug in de jonge vrouw die ze ooit was. Hun beider gevoelens kan de lezer halen uit de in volkse taal jaren later neergeschreven dagboekherinneringen van David, zowel als uit de poëtische ietwat mythische memoires van Aycayia zelf die de alwetende verhaalstem beiden afwisselen. Door deze perspectieven, stilistisch zo totaal verschillend van elkaar, bijeen te brengen worden de karakters levendig en meerlagig. Of de passie en het vertrouwen tussen de twee hoofdpersonages voldoende is om de eeuwenlange vervloeking ongedaan te maken, is een ander paar mouwen. Ook de spanning wordt in deze zinderende Caribische roman opgebouwd naar het einde toe.

Roffey weet haar verhaal slim te construeren en te verdiepen, en brengt verschillende thema’s aan zoals de kwestie van de imperialistische kolonisering en de gevolgen ervan, de seksualisering van de vrouw, en de kantelende relaties tussen mannen en vrouwen. Het is bovenal een verhaal van liefde en vriendschap. Vooral de vriendschap tussen de dove zoon van buurvrouw Mejuffrouw Rain, Reggie, en Aycayia, beiden buitenbeentjes die elkaar heel snel vinden, komt heel sterk en ontroerend over. De scène met de neer regenende vissen die Aycayia achtervolgen, blijft zeker lang op het netvlies plakken. Dit mythische verhaal is wonderlijk, meeslepend en overtuigend tot aan het einde toe. 

Titel: De meermin van Black Conch
Auteur: Monique Roffey 
Vertaler: 
Kees Mollema
Uitgever: Orlando
Jaar uitgave: 2021

--- Je reactie wordt zichtbaar nadat ik ze heb goedgekeurd. Als jij anoniem een reactie achterlaat, wil ik je vragen met je voornaam af te sluiten zodat ik toch een idee heb van wie jij bent! Alvast bedankt. 

Kopieer deze link in je browser als je mijn blog wil volgen via follow.it: https://follow.it/villanathalieoverlezen

31 oktober 2021

Het diepe blauw - Ayesha Harruna Attah

Miljoenen slachtoffers van het West-Afrikaanse slavernijverleden krijgen mooie vrouwelijke protagonisten



Het diepe blauw - Attah cover


Ayesha Harruna Attah (1983), geboren en opgegroeid in Accra, Ghana, is de dochter van een journaliste en een grafisch designer. Ze studeerde Biochemie en Journalistiek in de Verenigde Staten en woont nu in Senegal. In 2014 was ze een schrijver-in-residentie in Bahía, Brazilië, een van de belangrijkste plaatsen uit haar nieuwste roman Het diepe blauw (The deep blue between) uit 2020. Sinds 28 september 2021 woont ze tijdelijk als schrijver-in-residentie in Amsterdam, via het Nederlands Letterenfonds.


Toen Attah’s vader zijn stamboom had opgemaakt, bleek dat zijn betovergrootmoeder als slaaf had geleefd in een polygaam gezin bij zijn betovergrootvader. De slavernij in West-Afrika is dus een deel van de familie van de schrijfster, en de centrale context in haar laatste twee romans, zowel in Het diepe blauw als haar vorige roman De honderd waterputten van Salaga. In Het diepe blauw gaat het over een 9 à 10-jarige tweeling, Hassana en Husseina, die aan het einde van de 19e eeuw tijdens een aanval wordt weggeroofd uit hun dorp, en waarbij de meeste leden van hun familie omkomen. Ze raken niet alleen hun oudere zus Aminah, waarover overigens die eerste roman gaat, kwijt maar ook elkaar. Dit voelt aan als een amputatie.

Hassana was altijd de krachtigste, en de leidende van de twee. Zij vlucht weg van haar ‘koper’ en heeft het geluk om mensen, en vooral sterke vrouwen, tegen te komen die haar helpen om voor haar eigen weg te kiezen, en komt in opstand tegen het onrecht dat ze rondom zich ziet. Ze is leergierig en wil haar stem krachtiger laten klinken. Husseina die zich later Vitoriá laat noemen, wordt ‘weggekocht’ van haar eigenaar door priesteres Yaya, die haar later mee naar Brazilië neemt en komt terecht in de religieuze candomblé-gemeenschap, een door een grote Afrikaanse gemeenschap in de havenstad Bahía ontwikkelde religie, en mengeling van het christendom met een uit Afrika meegebrachte geesten- en voorouderverering. In die candomblé-gemeenschap vindt Husseina haar rol. Anderen in hun gemeenschap, zoals baba Sule, behouden echter hun uit West-Afrika geadopteerde islam-geloof.

Bij Hassana evolueert het traditionele geloof dat ze als kind meekreeg door alles wat ze meemaakt, dan weer tot atheïsme, omdat geen enkele god haar geluk heeft gebracht. Hier loopt ze in haar eind 19e-eeuwse “gemissioneerde” omgeving natuurlijk niet mee te koop en woont ze wel de protestantse kerkdiensten bij die in haar omgeving gehouden worden, zoals ook de trouwdienst van haar beste vriendin. De meisjes groeien los van elkaar op, Hassana in Lagos, het huidige Nigeria, en Husseina, ver van haar in Bahía, gescheiden door de oceaan, ‘het diepe blauw dat hen scheidt’. Toch blijven ze elkaar tegenkomen want ze dromen elkaars dromen en voelen dat de ander ook nog steeds in leven is. Zo ontspringt bij Husseina na lange tijd ook eindelijk de wil om haar zus terug op te zoeken, en neemt ze de kans om terug naar West-Afrika te varen onder de hoede van een mannelijke reisgenoot die zich hiervoor ter beschikking stelt.

“Slavernij behoort nog heel erg tot het collectieve geheugen in West-Afrika”, vertelde Attah aan Gie Goris van Mo*-magazine, […] maar in de officiële geschiedschrijving of in het onderwijs wordt “Over de inheemse slavernij of over de verwoestende machtsstrijd binnen of tussen die rijken* nauwelijks gesproken. Daarom doe ik dat net wel.” (*de middeleeuwse imperia als het Mali-rijk, het Ghana-rijk, het Songhai-rijk) Attah geeft inderdaad een stem aan enkele van die miljoenen Afrikaanse slaven die zowel in de eigen regio als in het buitenland werden ingezet.

De slavernij die heerste aan de West-Afrikaanse kust, werd naar Brazilië geëxporteerd door o.a. de Nederlandse West-Indische Compagnie, (vooral opgericht door de rijke ‘vluchtelingen’ uit de Zuidelijke Nederlanden – Vlamingen dus – opgestart in de 17e Nederlandse Gouden Eeuw), naast de Portugese kolonisatoren. Zij probeerden elkaar in die tijd de loef af te steken om zo veel mogelijk kapitaal te vergaren.

De pen van Attah sleept je in dit leerzame en geëngageerde boek mee in de avonturen van de meisjes, en houdt hun verhaal levendig waardoor je nooit de indruk krijgt dat dit zich allemaal twee eeuwen eerder afspeelt. Daardoor wordt die vroegere weliswaar minder besproken roman over de oudere zus Aminah zeker ook interessant om te lezen. De hoofdpersonages zijn sterk neergezet en goed uitgewerkt, evenals hun omgeving. Hun gedachten en emoties zijn in heldere en duidelijke taal weergegeven, ook in de Nederlandse versie met dank aan het vertalerstrio Dennis Keesmaat, Daniëlle Stensen en Lara Visser. De heerlijke verteltrant en de goede balans tussen de historische en de psychologische kant, maken dit tot een boek dat indruk maakt, voor zowel jong- als wat oudere volwassenen.

Bron: Mo*, 23 oktober: ‘‘Wie tot slaaf gemaakt werd, verdient meer dan een anoniem bestaan”, interview Attah met Gie Goris

Playlist: https://open.spotify.com/playlist/40H8FhSbt52wmdQ4AeYHgq?si=99930dbe161c4b81

Titel: Het diepe blauw
Auteur: Ayesha Harruna Attah
Vertalers: 
Dennis Keesmaat, Daniëlle Stensen, Lara Visser 
Uitgever: Orlando ism Oxfam Novib
Jaar uitgave: 2021

--- Je reactie wordt zichtbaar nadat ik ze heb goedgekeurd. Als jij anoniem een reactie achterlaat, wil ik je vragen met je voornaam af te sluiten zodat ik toch een idee heb van wie jij bent! Alvast bedankt.


Kopieer deze link in je browser als je mijn blog wil volgen via follow.it: https://follow.it/villanathalieoverlezen


18 juni 2021

Moederstad. Jakarta, een familiegeschiedenis - Philip Dröge

Een zoektocht naar een afkomst in een miljoenenstad


Moederstad



Een doerian, een soort tropische vrucht afkomstig uit Zuidoost-Azië, siert de cover van het laatste nieuwe boek van schrijver, onderzoeksjournalist en columnist Philip Dröge: Moederstad. Jakarta, een familiegeschiedenis. Een heel eind verder in het boek kom je te weten dat naar analogie met The Big Apple als bijnaam voor New York Jakarta wel eens “The Big Durian” wordt genoemd: de doerian blijkt gekend te zijn voor haar penetrante geur, een stekelige schil en dat ze slecht verteerd zou worden. En dat is dus ook van toepassing op Jakarta, van oorsprong een kleine stad aan de rivier Ciliwung maar nu uitgegroeid tot een miljoenenstad met een bevolking die bijna zo groot is als die van België (10,5 miljoen inwoners). 

In dit boek gaat Philip Dröge op zoek naar zijn voorouders die nagenoeg allemaal in Jakarta/Batavia gewoond hebben sinds de kolonisatie in 1618 door de eerste Nederlandse heerser in de Hollandse gouden eeuw, werkzaam voor de Verenigde Oost-Indische Compagnie: Jan Pieterszoon Coen.

Ook David Van Reybroeck nam die slimme politicus en handelaar in zijn laatste magnum opus Revolusi als startpunt. Waar Van Reybroeck voornamelijk inzoomt op de weerstand van de lokale bevolking tegen de Nederlandse kolonisatie in een aantal stadia aan het begin van de 20ste eeuw en die opstanden en de daaropvolgende onafhankelijkheid in een breder nationaal, regionaal en internationaal kader schetst, brengt Dröge hier een persoonlijk en familiaal verhaal, een vertrekpunt waarin de grotere politiek pas later betrokken wordt en zich tot de hoofdstad van de grote archipel beperkt. Het bredere plaatje van Van Reybroeck maakt het verhaal zeker voor Belgen toegankelijker. Want soms gaat de schrijver al uit van te veel affiniteit met de regio. 

Dröge heeft een scherp oog en slaagt erin een meeslepend verhaal te maken van het leven van zijn voorouders, die afkomstig zijn uit Europa, Java, China en Papoea. Ook hij neemt je mee tijdens zijn archieven- en veldonderzoek. Door het ontbreken van wat duidelijkere kaarten, een stamboom van zo’n 300 jaar familiegeschiedenis en/of fotomateriaal (een dure keuze voor een uitgeverij) blijft het soms moeilijk je overzicht te bewaren of je een goed beeld te vormen van waar naar waar hij reist, en hoe zijn zoektochten er juist uitzien. Het blijft zo wat droge kost (pun intended) op z’n Vlaams gezegd. 

Dröge vermengt zijn familiegeschiedenis met het ontstaan, de ontwikkeling en de steeds uitdijende groei van Jakarta tot een miljoenenstad, dat ooit begon als het prinsdom Jacatra – genoemd naar de Javaanse prins Jayawikarta – en waar de Nederlandse VOC ooit begonnen was met slechts één pakhuis. Dat huidige Jakarta komt zeker chaotisch over, maar ook levendig en indrukwekkend, wat ook de nieuwsgierigheid schraagt naar het leven in die stad vandaag. Hoe is de koloniale stempel nog terug te vinden in deze metropool in een middeninkomensland en waarin verschillende religiën naast elkaar worden beleden? (De islam is de grootste godsdienst, maar is geen staatsgodsdienst.) Had de VPRO hem ook niet kunnen volgen om een reportage te maken bij zijn verhaal? 

Het is wat wennen aan zijn stijl die wel heel detaillistisch is, maar niet altijd even narratief. Zijn familieleden worden niet altijd levende personages maar worden vooral verklaard vanuit een standpunt van vandaag, er wordt wat te veel teruggekeken op wat is geweest en vooral ook veel vermoed. Die vage plekken in de geschiedenis zijn onvermijdbaar maar zo blijft het verhaal jammer genoeg ook af en toe vaag. Hierin zit waarschijnlijk de aard van de journalist die zijn feiten enkel voor zich laat spreken als hij er pas 100% van overtuigd is. En dat was met deze familiegeschiedenis gewoon onmogelijk te verifiëren.  

De grote verdienste van dit boek van Dröge is naast het aantonen van de verwevenheid en de betrokkenheid van heel wat (Indo-)Nederlanders met de oud-kolonie dat het de ogen opent voor de diversiteit van Jakarta/Batavia en Indonesië in zijn geheel en door de eeuwen heen, en vooral ook de vermenging van Europees en Aziatisch bloed zonder dat mensen er zich zelfs bewust van zijn. Uit Revolusi leer je dat Indonesië het derde grootste land ter wereld is qua inwonersaantal en qua grootte bijna een continent. Jakarta is dan weer eeuwen een magneet geweest voor magistraten, handelaars en gelukszoekers van zowel het ‘Nederlandse moederland’ als uit China, Japan, en uit de eigen regio. 

De welvaart van Nederland werd gemaakt door de specerijen- en koffiehandel via hun koloniale Indiëroute (net zoals die van de Belgen uit haar Congolese kolonie). Boeken over deze geschiedenissen stillen ongetwijfeld de honger naar kennis die te lang niet of toch veel te weinig onderwezen en onderzocht geweest is.


Titel: Moederstad. Jakarta, een familiegeschiedenis 
Auteur: Philip Dröge
Uitgever: Unieboek, Spectrum
Jaar uitgave: 2021 

--- Als jij een reactie post op dit bericht, krijg ik hier een melding van. Ik lees je reactie eerst voor ze onder deze blog publiek te publiceren. Als jij anoniem een reactie achterlaat, wil ik je vragen met je voornaam af te sluiten zodat ik toch een idee heb van wie jij bent! Alvast bedankt. Kopieer deze link in je browser als je mijn blog wil volgen via follow.it: https://follow.it/villanathalieoverlezen

27 mei 2021

Trofee - Gaea Schoeters

Wat een gruwelijk goed boek! 

Trofee Gaea Schoeters

Als er één boek me al heeft overdonderd dit jaar, is het Trofee van Gaea Schoeters wel. De aankondiging van een digitale leesclub waarop de schrijfster aanwezig zou zijn, en talrijke lovende recensies maakten me er erg nieuwsgierig naar. Het is waarschijnlijk het eerste boek dat ik las waarin ethische kwesties over de jacht op wilde dieren voorkomen. 

Hunter White is de typische Amerikaanse witte jager die leeft voor de trofeejacht op zeldzame wilde dieren. Zijn naam is niet toevallig gekozen. Schoeters leidde de naam af van een zekere J.A. Hunter, een Schotse jager die talrijke jachtsafari’s leidde van begin 1900 tot de jaren 50 van de vorige eeuw in Afrika, en daar een aantal boeken over heeft geschreven. Die ‘koloniale jachtliteratuur’ is doordrongen van het toen gangbare romantische en exotische – en paternalistische – ideaal van het Afrikaanse continent, en ook Hunter White gaat hier nog helemaal in mee. De natuur waarin hij rondloopt ziet hij als het echte Afrika. Hij is ervan overtuigd dat hij een eerlijk gevecht zal aangaan met de door hem gewenste prooi, ook al wordt hij begeleid door een heel team helpers.  

Hunter White is er als Wall Street-makelaar van overtuigd dat pas als een zaak iets waard is, het ook beschermd zal worden. Volgens hem brengt de commerciële jacht net geld in het laatje om aan natuurbehoud te kunnen doen en de lokale bevolking ertoe aan te zetten het stropen tegen te houden. Het offeren van één individu zou het voortbestaan van de soort kunnen redden. Hij heeft een licentie gekocht om in een niet nader bepaald land in het zuiden van Afrika op de laatste die hij nog mist van de Big Five, de zwarte neushoorn, te gaan jagen. Maar oh wee, Schoeters trekt dit principe in dit boek tot in het uiterste door, en dat doet vanaf het tweede deel wat met het hoofdpersonage evenals met de geest van de lezer. Een echte mindfuck! 

In het begin lijkt alles veel eenvoudiger dan het is. Gaea Schoeters brengt empathie op voor haar hoofdpersoon maar geen medelijden. De jagende witte man wordt naarmate het verhaal vordert, gedwongen om verder na te denken over zijn daden. De ethische dilemma’s die op hem afkomen zijn al even onbedwingbaar als de moeilijk te doordringen savanne. Het verhaal wordt razend spannend en Hunter neemt grotere en grotere risico’s. De geweldig goed beschreven jacht- en natuurscènes zijn krachtig en getuigen van de voorafgaande diepgravende research. Het is een bloedstollend en hypnotisch verhaal dat je moeiteloos in één ruk tot het einde kan lezen, ook al besef je wel al dat dit niet goed gaat aflopen. Daarnaast gaat de ethische thematiek ook in zijn geheel op voor onze nog steeds wijdverspreide omgang met het Afrikaanse continent, dat nog steeds ongebreideld en gewelddadig ontgonnen en ontdaan wordt van zijn natuurlijke hulpbronnen die ten goede komen van het wereldwijde consumentisme. De westerse bril op het continent verkleurt de bittere realiteit. 

Dit boek heeft door de plot zijn plaats op de shortlist van de voor het genre belangrijke VN Thriller-en Detectivegids dik verdiend, maar hoort eveneens bij de romans die de grote vragen niet schuwen. Geweldig en adembenemend.

Titel: Trofee
Auteur: Gaea Schoeters
Uitgever: Querido
Jaar uitgave: 2020 

Populaire blogs