Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label Artikel Antwerpen Leest. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Artikel Antwerpen Leest. Alle posts tonen

19 juni 2026

Uitgever(ij) in de kijker: Jurgen Maas



Artikel gepost op antwerpenleest.be op 15 juni 2026

Door Nathalie Brouwers

Jurgen Maas is tegenwoordig veel te vinden in Antwerpen: hij was in onze stad voor enkele activiteiten in maart dit jaar toen het Nomadisch Monument voor Gaza naar Antwerpen kwam dankzij het M HKA, en er voor die gelegenheid een programma uitwaaierde van datzelfde M HKA via het oude Raamtheater in De Vrièrestraat tot in de Bourlaschouwburg. Eind maart was hij er bij in zaal Platform voor de Herman de Coninckprijs waarvoor Yasmin Namavar op de shortlist stond met haar dichtbundel Verblijf. In mei was hij met enkele auteurs aanwezig bij een activiteit van Pen Vlaanderen in boekhandel De Groene Waterman.

Met zijn uitgeverij probeert hij specifiek vertaald werk uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika aan bod te laten komen, in proza en poëzie, zowel als in literaire en journalistieke non-fictie. Daarnaast is er nog een klein Nederlandstalig aandeel waarin hij wat aan het freewheelen is, en waarin vooral de focus ligt op thema’s die hij zelf heel belangrijk vindt.

Hoe kwam je ertoe om met een uitgeverij te beginnen? Van waar kwam de liefde voor het boek?

Ik combineerde mijn liefde voor lezen met mijn job als journalist bij een Nederlandse radio-omroep. Daarnaast maakte ik 20 jaar lang als vrijwilliger ook een tijdschrift over het Midden-Oosten. In 2010, zo rond m’n 40ste, vroeg ik me af of ik daar nog mee verder wilde. Toen zat ik al met het idee om een uitgeverij van een vriend over te nemen (Bulaaq) maar daar was het toen de tijd nog niet voor. Hij stelde me de vraag waarom ik niet voor mezelf wilde beginnen. En hij wilde graag adviseur voor mij zijn. Tijdens mijn studies had ik mijn studie politicologie gecombineerd met de journalistiek, vooral rond het Midden-Oosten. En ik las daardoor in die tijd vooral non-fictie. Toen ik met mijn eigen uitgeverij begon, las ik al wel meer fictie. Ik wilde zelf meer lezen uit die regio maar kan geen Arabisch. Dus ben ik de boeken die ik zelf wilde lezen in vertaling maar beginnen uitgeven, zodat ze ook toegankelijk werden voor anderen.

Hoe kwam en kom je te weten welke boeken je wilt uitgeven als je de taal niet kent?

Ik ben begonnen met een klein netwerk van enkele informele contacten in het literaire veld, en vroeg hen of ze mij tips konden geven. Vervolgens ga je met schrijvers samenwerken, waarvan je ook weet dat ze binnen enkele jaren opnieuw een boek zullen hebben om uit te geven. En schrijvers kennen schrijvers. Zij brengen hun eigen netwerk aan. Ten derde en heel belangrijk zijn ook de vertalers. Zij brengen in de meeste van de gevallen de boeken aan, en zijn dikwijls de beslissende stem of ik iets ga uitgeven of niet. Nog meer als het gaat om poëzie.

Ik neem ook vaak gewoon op gevoel een beslissing. En ik vraag het weleens aan een journalist of zo die een boek heeft besproken. Dat was bij voorbeeld het geval met Rubberboot van Vincent Delecroix toen die voor de Internationale Booker-prijs in het VK op de shortlist kwam. Ik heb toen meteen de beslissing genomen om die rechten te kopen. Ik vraag het altijd nog eens aan de vertaler of het een goed werk is. 

Behrouz Boochani heb ik dankzij De Morgen gevonden. Uiteraard zoek ik de auteurs ook op, lees ik artikels en interviews, en ga ik rondkijken op festivals en dergelijke. Zo kwam ik van Sulaiman Addonia te weten dat hij nooit voorleest in het openbaar. Kijk, dat kan natuurlijk ook. Maar dat weerhoudt er mij natuurlijk niet van om hen te gaan uitgeven.

Gelukkig maar. Beide auteurs hebben prachtige boeken geschreven. Wat was juist je drijfveer? Was het de minder bekende stemmen naar het Nederlandse taalgebied te brengen, want dat lijkt me niet zo makkelijk?

Ja, ik ben zeker op zoek naar stemmen of verhalen die je minder hoort, voor ons nog onbekend zijn en in een niet-Europese taal schrijven, ook binnen Europa. Zij hebben ook een enorme belangrijke stem te vertolken.



Je geeft daarnaast ook een aantal Nederlandstalige auteurs uit. Daar zie je niet specifiek naar de thema’s waarover ze schrijven?

Nee, naast de 70 tot 80% van de boeken die ik uitgeef uit het Midden-Oosten, gaat het van cartoonboeken tot Russische kunstenaars en politieke dissidenten die in de gevangenis zitten. Daarnaast zijn het ook boeken over thema’s die ik gewoon heel belangrijk vind. Chris Keulemans is er een goed voorbeeld van. Net is er een derde deel in zijn trilogie uitgekomen. Dat zijn vooral reisverhalen. Eerst was er Gastvrijheid, en dan Verzet. Nu ligt het laatste deel ervan Vriendschap in de rekken.

En hoe pak je het aan om deze auteurs en verhalen vervolgens te promoten?

De Vlaamse coöperatieve uitgeverij EPO vertegenwoordigt ons in Vlaanderen voor onze promotie en perscontacten. De verdeling naar de Vlaamse boekhandels loopt wel terug via Nederland. Op zich is het onder de aandacht krijgen van je auteurs bij journalisten en festivalorganisatoren niet veranderd t.o.v. vroeger. De sociale media zijn daar de laatste jaren ook heel belangrijk in geworden. Dat de ene auteur zich bekend maakt op sociale media en de andere auteur niet, is ook hun eigen keuze. Het belangrijkste blijft dat de boekhandel weet welke nieuwe boeken er aankomen, en daarvoor zijn er 2 à 3 keer per jaar boekhandelsbeurzen. Daar kan je vertegenwoordiger dan vertellen wat er aankomt en waarom juist dat ene boek in de winkel zou moeten liggen.

Hoe lang moet je als uitgever ongeveer op voorhand plannen?

De volgende aanbiedingsbeurs is begin september, en begin juni moet ik de titels doorgeven voor de brochure voor het volgende kwartaal. Vier maanden voor verschijnen ligt je lijst al vast, maar ik kan er nog altijd mee schuiven als ik ineens een ander boek wil uitgeven. Voor de Nederlandse boekhandels is er een digitaal beursplein. Ik maak ook een papieren editie voor de Belgische boekhandels.

Begin 2025 heb je dan toch Uitgeverij Bulaaq overgenomen van die vriend van je. 

Dat klopt. Zij geven vooral klassiekers uit het Midden-Oosten uit. Bij Bulaaq is er nu het boek Honderd-en-een-nacht (red: naar analogie met Duizend-en-een nacht).

Er is ook een boek met de titel De Zaak van de Dieren tegen de Mensen, en dat is een tekst uit de 10de eeuw uit Irak, over dierenrechten nog wel. Heel speciaal hoor. Er waren ook woordenboeken maar dat aantal is afgenomen. Ik heb binnenkort een bespreking gepland voor de uitgave van een Marokkaans reisverslag uit eind 12de / begin 13e eeuw dat nog nooit in het Nederlands vertaald werd. Dat wordt ook iets fantastisch! 

Op activiteiten van PEN Vlaanderen (en Nederland) komt er logischerwijze vaak een auteur van je stal aan bod, zoals onlangs nog in de Antwerpse boekhandel De Groene Waterman bij “RIHLA: what does home mean?” met auteurs Asmaa Azaizeh en Rasha Hilwi. Fatena al-Ghorra uit Antwerpen, die er ook was, geeft ook bij je uit.

Ja, we vullen elkaar goed aan door de raakvlakken die we hebben. Ellen Van Pelt, de coördinatrice van Pen Vlaanderen, ken ik ook wel [interview te vinden hier]. Aan een aantal auteurs die ik uitgeef, heeft vooral Pen Vlaanderen al regelmatig aandacht besteed. Voor de actie met de Lege Stoel, met Oeigoerse en Palestijnse auteurs, enz. Maar nu met Joke Hermsen als nieuwe voorzitter zal Pen Nederland zeker ook weer zichtbaarder worden. Dat gaat nu eenmaal in periodes.

Asmaa Azaizeh heeft een dichtbundel uitgegeven en er zit een memoir van haar bij ons aan te komen. Rasha Hilwa gaat ook haar eerste boek bij ons uitgeven in het najaar.

Een van de eerste boeken die ik van je uitgeverij las is Alleen de bergen zijn mijn vrienden van de Iraans-Koerdische auteur Behrouz Boochani, en die nu in Nieuw-Zeeland woont. Dat boek raakte mij enorm. Ghayath Almadhoun, een Syrisch-Palestijnse dichter, is één van mijn favoriete dichters geworden. Die heb ik in Antwerpen ook al een aantal keer zien optreden. 

Ghayath zal in november een maand te gast zijn in het schrijvers-appartement van het Brusselse Passa Porta. Dan komen er ongetwijfeld ook weer optredens. Ah ja, hij komt naar Crossing Border in Antwerpen! Maar ik mag niet vergeten dat mijn dochter dan ook jarig is, dat mag niet overlappen uiteraard.

Antwerpen is helemaal niet zo ver, en voor mij dichterbij dan pakweg Groningen. En er zitten geweldige boekhandels die ik nog wil bezoeken.

Via het Nomadisch Monument dat te gast was in Antwerpen kwam ik ook uit op het project “Stemmen uit Gaza” dat je samen organiseert met Ingrid Rollema, een beeldend kunstenaar uit Gaza, om specifiek Gazaanse auteurs hier uit te geven. Kan je daarover wat meer vertellen?

“Stemmen uit Gaza” is een idee dat afkomstig is van Ingrid. Zij werkt al meer dan 30 jaar aan kunstprojecten in de Gazastrook voor kinderen, en heeft daarvoor een stichting opgericht, de Hope Foundation. Op een gegeven moment wilde zij ook de literatuur uit Gaza naar Nederland brengen, door het opzetten van een literaire commissie in Gaza met allemaal lokale mensen. Zij maken sinds het project elk jaar een shortlist op van vijf titels, die dan in Nederland nog door een aantal andere mensen worden beoordeeld. Dat zijn Ingrid, Djûke Poppinga (vertaalster Arabisch – Nederlands), Ton van der Langkruis (oprichter Writers Unlimited Festival, voorheen Winternachten) en ikzelf.

Van die vijf wordt er dan één naar het Nederlands vertaald en uitgebracht. Daar kwamen we mee in februari ‘23. In Gaza hebben we dat jaar een aantal potentiële schrijvers ontmoet en afspraken gemaakt. In september dat jaar was het eerste contract getekend voor het boek Een tuin voor verloren benen van psycholoog en auteur Mahmoud Jouda.

Tja, en een maand later is daar dan de pleuris uitgebroken natuurlijk. Er is echter verder gewerkt. In 2025 is er een tweede boek verschenen in de serie, De man die achteromkeek van Amer Almassri.  
Het toeval wil dat deze twee auteurs nu beiden in België wonen, waardoor het natuurlijk makkelijk is om hen zelf hun werk te laten presenteren op activiteiten. Dit jaar komt er een derde boek uit, nu van een schrijfster die in Gaza woont. Dat was eerst voorzien in mei maar we wilden daar een heel speciaal boek van maken, qua vormgeving dan, en daarom zal dit er waarschijnlijk pas in juli aankomen. De titel wordt Niemand op de begraafplaats, een verzameling kortverhalen. Dat zal wel moeilijker worden voor presentaties, maar we gaan proberen zoveel mogelijk online te gaan om haar ook te laten spreken. 



Hoe leefbaar is het daar eigenlijk nog om met zulke dingen bezig te zijn? Dat vraag ik me dan af.

Ja, het is onbegrijpelijk hoeveel veerkracht veel mensen hebben daar. Onze contacten blijven inderdaad bezig ondertussen hoewel het heel zware, heftige toestanden zijn. Ook Ingrid blijft actief. De Hope Foundation werkt er nog steeds met haar lokale mensen. Er worden bij voorbeeld tekeningen gemaakt en die worden dan opgestuurd naar scholen in Nederland, een culturele uitwisseling eigenlijk. Scholen worden geïmproviseerd in tentjes, enz. Ze proberen er te zorgen voor faciliteiten, dat er les kan gegeven worden, allerlei dingen eigenlijk. Daar wordt altijd mee door gedaan. 

Kan je tot slot enkele boekentips geven die we zeker moeten lezen nu? 

Rubberboot – Vincent Delecroix

Dit boek gaat je geweten opvreten. Het is het verhaal over een rubberboot met 29 opvarenden die van Calais naar Londen proberen te raken. Maar de boot gaat zinken. Wat er dan gebeurt, wordt verteld vanuit de ogen van een Franse kustwachtmedewerkster. Ze heeft ook gewerkt op basis van authentieke opnames. Echt heel goed gewoon.




The Book of Khartoum (Soedan)

Dit boekje heb ik net gekocht in Londen. Het is een bundel met allemaal Soedanese auteurs. Het is een reeks van Comma Press. Er is er nu één net in residentie in Brussel geweest. Ik hoop dat ik daar werk van ga kunnen uitgeven.




Tekstielen - Sarah De Koning

Ik heb me onlangs deze dichtbundel aangeschaft, die me aantrok tijdens de uitreiking van de Herman de Coninckprijs en waarvoor Yasmin Namavar, dichteres van mijn uitgeverij, ook was genomineerd. Ik kijk ernaar uit om dit te lezen en beter te leren kennen en ben er al eens diagonaal door gegaan.




Vriendschap – Chris Keulemans

Dit is het slot van een drieluik over wat de wereld draaiende houdt. Het zijn reisverhalen over de belangrijke dingen van het leven. Vriendschap is ook één van de mooiste dingen in het leven. Wat is de waarde en de betekenis van vriendschap? Als je dat echt wilt voelen en beleven, lees je best Vriendschap van Chris Keulemans. 

Dank voor het goede gesprek en je boekentips!

05 april 2026

Nieuw boek over de geschiedenis van het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG)

Artikel op antwerpenleest.be op 3 april 2026

Boekcover
© Instituut voor Tropische Geneeskunde, Antwerpen


Er zijn gebouwen die geschiedenis uitademen. De inkomhal van het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) aan de Nationalestraat in Antwerpen is zo’n plek. Loop er binnen en je stapt een aparte wereld binnen.

In 2026 is het de 120ste verjaardag van het ITG, een gelegenheid om de transformatie van een koloniaal instituut tot een academische hoog aangeschreven onderzoeksinstelling in de kijker te zetten.

Arts en adjunct-diensthoofd van de polikliniek Ludwig Apers beschrijft in het boek “Het Instituut voor Tropische Geneeskunde – Van tropenschool tot wereldinstelling” de geschiedenis van het ITG. Een vlot leesbare en boeiende wandeling door de knap aangelegde tuinen, het iconische art-deco gebouw en het voormalige 17de eeuwse kartuizerklooster in de Sint-Rochusstraat, omgebouwd tot een levendige campus voor vele internationale studenten. Tijdens die wandeling krijg je verhalen van talloze mensen die zich ooit met hart en ziel voor het ITG inzetten of nog steeds doen. Deze verhalen zijn rijkelijk gestoffeerd met foto’s uit het uitgebreide beeldarchief van het instituut.


© Ludwig Apers - Instituut voor Tropische Geneeskunde, Antwerpen

Daarnaast gaat het boek over wat lange tijd onuitgesproken bleef, de verwevenheid met het voormalige Belgisch Congo, over de toenmalige zucht naar exploratie en exploitatie van dat grote merengebied. “Zonder de kolonie was er geen instituut geweest,” schrijft Ludwig, “en toch is dat koloniale verhaal nooit beschreven.” Zijn boek is een inhaalbeweging, waarin het huidige ITG een spiegel wordt voorgehouden, en de lezers worden uitgenodigd om mee te kijken. Het heden en verleden van het ITG zijn onvermijdelijk gelinkt aan elkaar.


© Instituut voor Tropische Geneeskunde, Antwerpen

De School voor Tropische Geneeskunde werd in oktober 1906 opgericht door Leopold II in een villa in Brussel. De kliniek voor Tropenziekten werd ondergebracht in de Villa Coloniale in Watermaal-Bosvoorde. Dit was uit noodzaak, niet uit liefdadigheid. Heel wat kolonialen die naar Congo-Vrijstaat trokken, stierven immers binnen de tien jaar aan onbekende ziektes. Artsen en verpleegkundigen werden opgeleid zodat de uitbuiting verder kon worden gezet. Tegelijk was dit een medisch project en een pr-stunt waarmee Leopold II zijn internationale reputatie probeerde op te poetsen nadat er al heel wat verslagen van zijn vernietigende beleid in Congo waren verschenen.


© Instituut voor Tropische Geneeskunde, Antwerpen

In het gebouw zijn bepaalde kunstwerken weggehaald en naast de grote muurschilderingen in de monumentale trappenhal, geschilderd door Fernand Allard l’Olivier, zijn er QR-codes aangebracht om de context te schetsen. Hij toonde het exotisme van Afrika en zijn werken waren onderdeel van de destijdse koloniale propaganda. Het zijn kleine ingrepen in een groot gebouw. Het boek gaat ook over de vraag die op vele plaatsen in België en wereldwijd wordt gesteld: wat te doen met erfgoed dat getuigt van deze erg pijnlijke geschiedenis?


© Instituut voor Tropische Geneeskunde, Antwerpen


Het boek gaat verder ook over hoe het ITG is ontstaan in die context en verder is geëvolueerd.

Na de onafhankelijkheid van Congo in 1960 belandde het ITG in een existentiële crisis. De bestaansreden van het instituut leek weggevallen. Er werd vervolgens ingezet op ontwikkelingshulp. Artsen, veeartsen en verpleegkundigen uit Afrika, Azië en Latijns-Amerika werden uitgenodigd er te komen studeren.

Nog later kwam de switch naar wederzijdse capaciteitsversterking en academische uitwisseling met partnerinstituten. Studenten van over de hele wereld komen nu aan het ITG cursussen volgen rond gezondheidsbeleid, tuberculose, hiv, moeder- en kindzorg, epidemiologie, biomedische wetenschappen, labotechniek, enz. De cursussen willen echte uitwisseling mogelijk maken door studenten aan te trekken uit zoveel mogelijk verschillende landen.



© Instituut voor Tropische Geneeskunde, Antwerpen

Er werken ongeveer 500 medewerkers voor het ITG: onderzoekers, labotechnici, onderwijspersoneel, beleidsmedewerkers, administratief en technisch personeel ... 13 referentielaboratoria zijn nationaal en supranationaal erkend, onder andere door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), om een waaier aan parasitologische, bacteriologische en virale aandoeningen vast te stellen, zoals slaapziekte, hiv, of tuberculose.


© Instituut voor Tropische Geneeskunde, Antwerpen

Lokaal is het ITG vooral gekend voor haar polikliniek, waar het reizigers verwelkomt die vaccins willen vooraleer ze naar verre oorden vertrekken. Sommigen komen met bepaalde symptomen terug na hun vakantie, en zijn doorgestuurd naar het ITG voor een diagnose, gaande van malaria via dengue tot chikungunya.

Peter Piot, die tijdens zijn ITG-carrière ebola in kaart bracht samen met zijn Congolese partners, ging zich in 1979 richten op soa’s. Hij richtte zijn eigen soa-kliniek op, wat initieel begon met een aparte ingang en consultaties na de openingsuren, want het mocht niet te openlijk. Nadat in de jaren 1980 het hiv-virus werd ontdekt, werd deze afdeling sterk uitgebreid. Nu telt de hiv/soa-kliniek zo’n 12.000 patiënten per jaar. Hiv kan inmiddels dankzij medicatie onder controle gehouden worden, maar personen met hiv worden nog steeds levenslang opgevolgd. Het aantal nieuwe hiv-infecties is echter niet noemenswaardig afgenomen en, integendeel, weer in stijgende lijn. Hiv/aids blijft een van de belangrijkste onderzoekslijnen van het ITG.

Piot groeide uit tot wereldvermaard expert op het vlak van hiv/aids, was o.a. voormalig directeur van het UNAIDS-programma van de Verenigde Naties, en directeur van de Britse tegenhanger van het ITG, de London School of Hygiene & Tropical Medicine. In 1995 kreeg hij de Belgische adellijke titel van baron toegekend.
In 2025 kreeg de vorige directeur van het ITG, Lut Lynen, als dank voor haar vele maatschappelijke verdiensten eveneens de titel van barones toegekend.

Verschillende generaties ITG-alumni uit alle continenten zetten zich wereldwijd in voor het uitroeien van verwaarloosde tropische ziekten en het bevorderen van gezondheid wereldwijd. Het ITG heeft gedurende al die jaren ontelbare samenwerkingsverbanden met universiteiten en onderzoeksinstellingen opgebouwd om volksgezondheid wereldwijd te versterken, academisch te excelleren en maatschappelijk relevant te blijven.


© Instituut voor Tropische Geneeskunde, Antwerpen

Over al deze mensen en nog veel meer lees je in dit boek “Het Instituut voor Tropische Geneeskunde – Van tropenschool tot wereldinstelling”. Je krijgt een inkijk in wat er allemaal achter de dikke muren van dit 120 jaar oude gebouw gebeurd is, en wat er vandaag allemaal gebeurt. In dit jubileumjaar komen er nog activiteiten, zoals een Opendeurdag in mei en in het laatste kwartaal van 2026 een grote expo over 50 jaar ebola-onderzoek.

Het boek werd op 17/3/2026 voorgesteld voor een volle aula met collega’s, ex-collega’s en vrienden van het ITG. Als startpunt was er een paneldiscussie met voormalig directeur Lut Lynen, communicatieverantwoordelijke en mede-auteur van Nico Van Aerde, politicologe en auteur Nadia Nsayi, en vanuit Erfgoed Sint-Andries Gabriëlle Guldix.

Boekcover Engelse editie
Het boek is ook beschikbaar in het Engels. 


















__________________________________________________________________________

Ludwig Apers studeerde af als arts aan de Universiteit Gent en specialiseerde zich in tropische geneeskunde aan het ITG. Hij werkte meerdere jaren als arts in Zimbabwe en behaalde een master in de volksgezondheid. Sinds 2002 is hij verbonden aan het ITG, waar hij zich toelegt op hiv/soa-zorg en lesgeeft in postgraduaatopleidingen. In 2008 promoveerde hij tot doctor. Naast zijn wetenschappelijk werk, met tal van publicaties op zijn naam, schrijft hij ook fictie en non-fictie.*

Sandrine Verstraete wint de Herman de Coninckprijs 2026 met 'Kamers'

Artikel op antwerpenleest.be op 24 maart 2026, foto's: © Nathalie Brouwers 

Een verslag van de prijsuitreiking op 21 maart, Wereld Poëziedag.





Een zaterdag met zon en een helblauwe hemel, en nog wel op Wereld Poëziedag. Ik kuier rond of eerder haast me, als literaire gulzigaard:
  • van de “Poets’ Corner” met Peter Holvoet-Hanssen in “den Botaniek”
  • via het Plantin-Moretusmuseum, de bakermat van de drukkunst die in een nieuwe expo kunst, plantkunde, en dichters samenbrengt,
  • naar de Bourlaschouwburg voor een zware lezing over de vernietiging en de weerbaarheid van Gaza en waar twee Gazaanse auteurs voorlezen,
  • om tenslotte te eindigen in zaal Platform van veilinghuis Bernaerts voor de uitreiking van de Herman de Coninck-prijs 2026 voor de beste Nederlandstalige dichtbundel.

De link met de letteren is telkens aanwezig – gelukkig met hier en daar een stop om de innerlijke mens te versterken en wat frisse lucht op te snuiven.

Voor de prijsuitreiking in de geweldige zaal Platform zijn feestelijk versierde tafeltjes klaargezet voor alle poëzieliefhebbers. Vooraan een groot scherm zodat ook het publiek achteraan de volgorde van de sprekers en dichters goed kan volgen.

De shortlist werd op 21 februari — de verjaardag van Herman de Coninck — bekendgemaakt.

Alle zes genomineerden zijn aanwezig en lezen voor uit eigen werk. Eén gedicht per auteur is opgenomen in de zevende editie van bloemlezing De 44, een publicatie van Behoud de Begeerte en het PoëzieCentrum die we achteraf meekrijgen en die je ook kan aanschaffen in de betere boekhandel aan de democratische prijs van 5 €.





Deze bloemlezing bevat zowel debuterende, aan de weg timmerende als gevestigde waarden. Twee debutanten stonden dit jaar op de shortlist. De regel van de jury schrijft voor dat er telkens één debutant op de shortlist moet staan, en die lat is de laatste jaren altijd met gemak gehaald.

Piet Piryns, groot poëziekenner, presenteert en leidt het publiek vlot doorheen de avond in zijn kenmerkende eigen humoristische stijl. Singer-songwriter Emma Hessels bijt de spits af met fijn besnaarde muziek, waarna Piryns traditiegetrouw start met een gedicht van de grote Herman de Coninck zelve.

In ronde 1 staan Maxime Garcia Diaz met haar bundel 'Het netwerk moet gebouwd worden' - over het digitale bestaan - en Jolanda Kooijmans met 'Addertje' - een duistere fabel over het kwaad in nieuwe gedaantes - vooraan op het podium. Het valt direct op hoe divers de genomineerde werken zijn, in inhoud én vorm, en steevast passend bij de nieuwe moeilijke tijden.

Ronde 2 brengt Sara de Koning, wier bundel 'Tekstielen' volgens de jury een nieuwe dichtvorm introduceert die naast de limerick, de haiku en het sonnet mag staan, en Yasmin Namavar, samen, die in haar bundel 'ver/blijf' haar Nederlands-Iraanse roots tot leven wekt en Perzische lyriek met meer verhalende verzen combineert. Daar ben ik alvast erg benieuwd naar. Alle genomineerde bundels zijn hopelijk snel te vinden in de lokale bibliotheek!

Na een nieuwe muzikale pauze presenteert Piryns het laatste duo van de avond: Peter Verhelst, die zich dankzij de intro van de ginnegappende presentator “de opa van het gezelschap” voelt, met zijn genomineerde bundel 'Nachtatlas', en de na enkele jaren in de poëzie terugkerende Sandrine Verstraete die de jury ook heeft omvergeblazen. Verhelst mag zich dan al opa voelen, genieten van zijn stem als ik even enkele minuten mijn ogen sluit, lukt me nog altijd heel goed. Kan die man eraan doen dat hij al jaren prachtige bundels aflevert? Euh, ja zeker?




Maar niet voor niets staat Sandrine Verstraete als laatste op het podium: zij is dit jaar de laureate. Met haar bundel 'kamers' won ze de jury volledig voor zich. De lofbetuigingen van jurylid Jelle van Riet liegen er niet om. Na de dankwoorden ging die veelbelovende bundel — ook dankzij de kwinkslag-dreigementen van Piryns — mee naar huis dankzij de verkoopstand van De Groene Waterman.

Met woorden en beelden die nog even nazinderen wordt het tijd om op huis af te gaan. Niet zonder verwachting fiets ik nog eens de route langs de Noorderbrug. Jammer genoeg mag ik direct doorrijden, en krijg ik de gelegenheid niet dat gedicht van Stijn Vranken (tegengekomen in het Plantin Moretusmuseum) nog eens te bewonderen, en rustig de tijd te nemen om die daar te staan verliezen. Zonde, maar ach de vermoeidheid deed zich wel gevoelen na deze lange dag!



Dit was de Startshow van de Poëzieweek 2026

Artikel op antwerpenleest.be op 02/02/2026

De Arenbergschouwburg liep de voorbije woensdag goed vol voor een rijk gevulde Startshow van de Poëzieweek.


De avond werd geopend met eregaste Ellen Deckwitz, de Nederlandse dichter die de eer te beurt viel dit jaar het Poëzieweekgeschenk te mogen schrijven, en die met alle égards werd aangekondigd door presentatrice van dienst Ella Michiels. Nu ja, eerst bracht Johannes is zijn naam (aka Johannes Verschaeve) de poëtische sfeer erin met zijn uitstekende gevoelige Nederlandstalige popsongs. Qua woordkunst zijn Verschaeve’s songteksten ook pareltjes om elk om beurten door een ring te halen.




Ellen Deckwitz, die ook stadsdichter is van Nederlands literaire hoofdstad, Amsterdam, startte daarna met een wervelende performance. Om deze performance af te kruiden had ze haar broer Dirk-Jan meegevraagd om daarbij de muziek te voorzien die er een belangrijk deel van uitmaakte.

Er waren de gedichten uit haar geschenkenbundel die eerst werd opgevat als een aanzet om mensen die het vertrouwen in de wereld verloren hebben, terug vertrouwen te doen krijgen om samen dingen te bereiken. Gaandeweg verwerkte Deckwitz er vooral liefdesgedichten in die ze begon te schrijven na zelf een moeilijke periode te hebben beleefd, en die het hebben over hoe je kan veranderen – groeien, zo je wil – als je een liefdesbreuk hebt meegemaakt. Die metamorfosen waren aangrijpend en herkenbaar, uit het leven gegrepen.





Toegankelijk ook zoals het Deckwitz als promotor van de poëzie betaamt die enkele boeken op haar conto heeft staan waarmee ze probeert de vrees van poëzie bij een breed publiek weg te nemen.

Ze las ook een essay voor over de invloed van artificiële intelligentie (A.I.) op de poëzie met een aantal plezante anekdoten, en gelukkig hier en daar vrolijke noten om het opgekomen publiek er in ieder geval niet mee plat te gooien. De andere aanwezige dichters kwamen toen op het podium want n.a.v. de speech over A.I. had de presentator over dit thema enkele vragen voorbereid om af te vuren. Dean Bowen, Robin Block, Evangeline Agape en Ruth Lasters mochten hier hun ei over kwijt, en lazen natuurlijk ook voor uit hun eigen werk, ieder in de eigen stijl.

Dean Bowen, vooral bekend als slam-poëet en ex-stadsdichter van Rotterdam, bracht scherpte en zijn onverwachte invalshoeken mee, Ruth Lasters haar ervaring en engagement in het sociaal-culturele leven, Evangeline Agape een ontwapenende eerlijkheid en een pas geschreven gedicht nadat ze een examen had afgelegd (ze studeert nog, vroedvrouw in wording!), en als laatste in dit rijtje Robin Block die zijn eigen ‘soundscape’ verzorgde.

Muziek was er overvloedig deze avond, waaronder je zeker het geweldige ritme en de dito melodie in de poëzie van Block mag meerekenen.

Als smaakmaker voor de te koop aangeboden poëziebundels die avond en de gelegenheid om met de dichters even te kunnen praten en hun handtekeningen te kunnen vragen, sloegen alle optredens met vlag en wimpel. Daarnaast kreeg je bij je aankoop die avond natuurlijk direct het wonderlijk mooie poëziegeschenk mee. Als je als poëzie-smuller, of beginnende -proever nog de gelegenheid hebt om een boekhandel binnen te springen deze week, laat je dan verleiden, snuister naar een bundel die je bevalt, en geniet van de poëzie! Niet alleen deze week, het hele jaar door!

Enkele poëzietips

12 oktober 2025

Boekvoorstelling Achter de donkere wouden

Boekvoorstelling Achter de donkere wouden – Aleksandr Skorobogatov 

Door Behoud de begeerte

Aangepast artikel op antwerpenleest.be op 9/5/2025

Op 4 september stelde Aleksandr Skorobogatov zijn nieuwste boek voor, Achter de donkere wouden, in bibliotheek Permeke. 

De Witrussisch-Russische auteur woont en werkt al 33 jaar in België. Zijn debuutroman Sergeant Bertrand bereikte wereldwijd miljoenen lezers, een aantal dat Belgische auteurs kan doen duizelen. In 2015 verscheen het ontzettend mooie Portret van een onbekend meisje, in 2017 het als in een roes geschreven Cocaïne en in 2020 het absurde hilarische boek De wasbeer. In 2024 ontving hij de Arkprijs van het Vrije Woord voor het publiekelijk aan de kaak stellen van het regime van de Russische president Poetin en diens voortdurende oorlog die Rusland voert in Oekraïne.

Het werd een intense avond over dit wel erg speciale boek over het verlies van het meest dierbare voor deze auteur: zijn 15-jarige zoon Vladimir op een fatale nacht in Rusland in 2002. Dat Rusland had Skorobogatov verlaten nadat hij van de moeder van zijn zoon gescheiden was en naar Antwerpen was getrokken toen Vladimir 5 jaar oud was.  

Cover Achter de donkere wouden

-> Achter de donkere wouden van Aleksandr Skorobogatov is een roman over het verlies van een kind en de morele ineenstorting van een natie. Het is tegelijk een intieme, hartverscheurende brief van een vader aan zijn vermoorde zoon, en een vlijmscherpe analyse van het Rusland van Poetin waarin geweld en onverschilligheid de norm zijn. 


Muzikant Sam Gysel gaf al het beste van zichzelf om de avond in te zetten met een scherp en indrukwekkend stuk. Daarna was het de beurt aan de uitgever van De Geus die bij wijze van een korte introductie het “eerste boek” aan de auteur mocht overhandigen.

Dichter en auteur Peter Verhelst, die ondertussen een goede vriend is geworden van “Sacha”, de bijnaam van Aleksandr voor de goede vrienden en vriendinnen, en vooral zij die er bij waren op deze avond, gaf vervolgens een prachtige persoonlijke laudatio ten berde, waarin hij Sacha uitvoerig bedankte dat hij zijn zoon door dit enorm complete relaas mocht leren kennen, en dit ook eindelijk 20 jaar na datum met zijn talrijke lezers wilde delen. Verhelst omarmde figuurlijk en letterlijk op het podium de gevierde schrijver, en je werd mededeelgenoot van de vriendschap tussen deze twee mannen die onomstotelijk duidelijk werd, en de ontroering die eruit sprak.

Toen kreeg Amber Maes, de moderator van de avond, pas de gewichtige taak om Aleksandr te interviewen, en hoewel dit niet gemakkelijk leek te worden, was het alsof de knop bij Sacha was omgedraaid, en hoewel soms hakkelend bij het zoeken, in weloverwogen woorden het verhaal deed dat al die jaren bij hem was blijven borrelen.

Vladimir, Sacha’s zoon is om het leven gekomen in één fatale nacht, toen een groepje “hooligans” in opdracht van een Russisch-orthodoxe “priester” op zoek ging naar satanisten, volgens hem jongens van 13-14-15 jaar die samen optrekken en plezier hebben wat niet zou stroken met de strenge Russisch-orthodoxe kerk. Zonder enige reden zijn jongens door deze “sekte” ontvoerd, gefolterd en vermoord, en dit werd ook het lot van Vladimir. Skorobogatov probeert de daders van de moord op zijn zoon te begrijpen wat enorm moeilijk moet zijn geweest voor hem. De moordenaars kregen uiteindelijk 20 jaar gevangenisstraf, maar de priester in kwestie werd nooit bestraft wegens gebrek aan bewijslast, wat voor hem niet verrassend was aangezien dit nooit goed werd onderzocht. Vladimir werd het slachtoffer, omdat hij samen met een vriend van hem was, die werd aangevallen met een fles en die zo zijn evenwicht had verloren maar op die manier wel sneller samen met de rest van de vriendengroep het donkere bos wist in te vluchten. Vladimir bleef staan, en Sacha blijft zich in zijn boek afvragen waarom en waarom.

Skorobogatov ging gebukt onder een schuldgevoel na dit verlies omdat hij zo lang geen contact meer had gehad met zijn zoon en hij er niet was om hem te redden van dit vreselijke lot. Het heeft 20 jaar geduurd vooraleer hij dit boek kon schrijven. In het besef de geliefde zoon niet meer tot leven te kunnen wekken, doet Aleksandr net dit voor zijn lezers door de brieven die hij met hem uitwisselt te delen, en hem zo ook terug dichter bij hem zelf te brengen. Hoewel hij dit boek niet wilde schrijven, moest het toch en nu ligt het er na al die jaren.

Vele lezers en recensenten heeft hij al weten te ontroeren met zijn verhaal. Het deed hem op een of andere manier deugd, om zijn zoon terug bij hem te hebben en dat hij in een boek blijft verder leven. De ontstellende woorden die naar het hoe en het waarom zoeken, de gruwel beschrijven en tegelijkertijd dit ontzettende verlies en alle daarbij opduikende gevoelens op zulk een prachtige wijze weten te uiten, blijven lang nazinderen bij iedereen die het al las.

De muziek die Gysel nog liet horen naar het einde toe, sneed na het afsluiten van de voorstelling nog diep. Ik bleef bij momenten nog lang nadenken over wat ik gehoord heb die avond. De opdracht van het boek luidt “Voor elk kind dat ons ontnomen is”. Als je daar even over nadenkt in deze tijden… 💔💔💔

19 augustus 2025

In gesprek met Gaea Schoeters: “Een denkproces op gang brengen, dat is eigenlijk wat een leesclub doet.”

Op 30 november wordt er voor de tweede keer op rij een Leesclub XL georganiseerd door Antwerpen Leest in bibliotheek Permeke, ditmaal met Gaea Schoeters. Antwerpse leesclubs kunnen hiervoor inschrijven en krijgen haar laatste boek, de novelle Het Geschenk cadeau.


28 juli 2025, artikel op antwerpenleest.be 


Door een bijzonder drukke agenda de laatste maanden, en met het oog op een welverdiende langere rustpauze, spreken we begin juli al af en daar komt ze inderdaad aangesneld op het terras van afspraak.

Laten we even bij het begin beginnen. Hoewel je al veel langer schrijft, ben je bij het brede publiek maar echt doorgebroken met je vorige boek Trofee. Mag ik dat zo stellen?


Dat klopt. Het boek is uitgekomen in 2020 tijdens de coronaperiode en heeft dus in het begin hier niet zoveel zichtbaarheid gehad. Lezingen waren toen niet mogelijk, en er is geen echte boekvoorstelling geweest. We hebben die daarna nog wel wat ingehaald, maar dat maakt voor een boek toch een heel groot verschil. Mensen moeten ergens naartoe kunnen gaan, ook naar de boekhandels. Dat voel ik nu met het succes in Duitsland, ook met Het geschenk, waardoor Trofee ook plots weer overal opduikt.

Was er een verschil in ontvangst voor Trofee in Nederland en Duitsland ten opzichte van hier?

In Nederland gebeurde ongeveer hetzelfde als bij ons. Ik heb altijd het gevoel, ook als je naar cijfers en feiten kijkt, dat Vlamingen heel moeilijk gezien worden in het Nederlands literatuurlandschap. In Duitsland was Trofee echt een bom. We zijn ondertussen aan bijna 60.000 exemplaren. Dat is zelfs voor een Duitse auteur een gigantisch aantal. Dat is echt wel spectaculair.

Ik denk dat daar twee redenen voor zijn. Ten eerste waren we gastland samen met Nederland op de Boekenbeurs in Leipzig vorig jaar. En daar was dus heel veel aandacht voor Vlaamse en Nederlandstalige literatuur.

En ten tweede omdat er in Duitsland zo lang – heel begrijpelijk ook - is stilgestaan bij de Tweede Wereldoorlog, er zoveel literatuur over is gemaakt en achtereenvolgens ook over het verdeelde zowel als het terug eengemaakte Duitsland. Veel politieke romans gaan nog steeds over die Duitse eenmaking. Duitsland heeft nauwelijks koloniale literatuur, hoewel ze wel kolonies hadden, en is ook nog niet toegekomen aan een eigen dekolonisatie-literatuur. Dat debat werd plotseling ook heel actueel omdat Namibië (een Duitse ex-kolonie) dit ineens zelf geopend heeft. En dat was ongeveer net op het moment dat dit boek uitkwam. Ik denk dat Trofee ook een manier is geweest voor veel Duitsers om over hun koloniale verleden te praten zonder dat heel persoonlijk te moeten doen. Ik denk dat ik voor hen een nieuw thema vast had en daarmee kon binnenkomen.

Ethische vragen en het kolonialisme komen voor in Trofee en ook in je nieuwe boek Het geschenk. Maar hierin draai je de rollen om en wordt er wat gespeeld met de voeten van Duitsland, en vooral dan die van de Duitse eerste minister. Was dat een consequente of eerder een toevallige keuze?

Ik ben mij via Trofee beginnen te verdiepen in deze thematiek, Ik kreeg onlangs ook nog in een ander interview de vraag. Er is veel discussie of we nu in koloniale, postkoloniale of neokoloniale tijden leven. Ik denk dat heel veel West-Europeanen, en vooral de progressieve West-Europeanen, graag geloven dat we in postkoloniale tijden leven. Omdat we dat misschien het liefst zouden hebben. Maar als je die dingen van iets dichterbij bekijkt, dan is het maar de vraag in hoeverre we echt dat kolonialisme voorbij zijn, en of het niet gewoon een ander -economisch - jasje heeft aangetrokken. Je merkt dat met alle Chinese, maar ook Arabische en Russische en Europese en Amerikaanse investeringen in al die Afrikaanse landen, dat onze inmenging er zowel politiek als economisch nog altijd gigantisch is.

En zeker ook ecologisch. Kijk, we vinden het fantastisch als een Afrikaans land de helft van zijn grondgebied in een natuurgebied verandert, want dat is toch goed voor het klimaat en dat willen we toch allemaal. Maar we vergeten wél dat we ons klimaatprobleem grotendeels zelf veroorzaken, en dat we de gevolgen en de oplossingen daarvan outsourcen naar landen op het zuidelijke halfrond. Die we dan gaan vertellen wat wij vinden wat ze moeten doen. Deze tijden lijken dan toch niet echt postkoloniaal te zijn. We denken ook graag van onszelf dat we allang voorbij dat koloniale denken zijn.

In het begin van Het geschenk verschijnen er twintigduizend olifanten in Berlijn en omgeving. Je bent er niet verder op doorgegaan om uit te leggen hoe ze daar geraakt zijn. Dan begin ik mezelf toch af te vragen hoe dat gebeurd is. Je wilde geen tip van de sluier oplichten?

Ik vind het erg grappig dat iedereen daardoor gefascineerd is, want het is zo Europees dat we voor alles een verklaring willen. Het kan ook korter: “Ja, it's magic.” Waarmee je dat onverklaarbare gewoon accepteert, en denkt: wat nu? In heel wat landen is er een heel andere kijk op die dingen. Ik wou het ook niet uitleggen omdat die olifanten enerzijds heel compleet en concreet worden voorgesteld en anderzijds zijn ze natuurlijk ook een metafoor voor eender welke crisis of politiek probleem. Het idee dat alles op een wetenschappelijk manier te verklaren moet zijn, is heel westers: we kunnen het vast allemaal oplossen met technologie.

Het probleem dat die 20.000 olifanten creëerden, interesseerde mij nu meer. Tenslotte vind ik magisch realisme toch ook iets heel Belgisch. Kijk naar onze kunst, zoals het surrealisme van René Magritte, films zoals Antonia (waarin er plots onze lieve vrouwbeeldjes beginnen te bewegen) of de literatuur. Dit past toch bij ons Belgische denken.
Plots wemelt het in Berlijn van de olifanten. Algauw wordt duidelijk dat de dieren niet uit de dierentuin komen, maar een geschenk van de president van Botswana zijn. 20.000 olifanten heeft hij de Duitsers cadeau gedaan, als ‘dank’ voor de verscherpte wetgeving met betrekking tot de invoer ven jachttrofeeën. ‘Jullie Europeanen willen ons vertellen hoe we moeten leven. Misschien moeten jullie zelf maar een proberen hoe het is om met megafauna samen te leven.’ De bondskanselier zit met de handen in het haar: hij moet deze crisis snel en daadkrachtig aanpakken, want straks zijn er verkiezingen en zijn politieke tegenstanders ruiken bloed…


Ik vond Het geschenk echt een politieke satire. Ik vond het heel leuk geschreven, heb het zelf heel graag en ook snel gelezen. De vergelijking met de vluchtelingenproblematiek was ook snel heel duidelijk natuurlijk.

Klopt, maar slechts ten dele. Ik laat het de mentor van de Duitse bondskanselier, Erica Lange, ook heel uitdrukkelijk zeggen. Er is wél een groot verschil. 20.000 olifanten in Berlijn zijn een gigantisch probleem. De klimaatcrisis is ook een echt probleem. Er zijn nog wel een aantal grote problemen. Van de vluchtelingencrisis kun je je wel afvragen in hoeverre dat een probleem is. Is het geen natuurlijk verschijnsel dat mensen en groepen mensen migreren in de loop van de geschiedenis?

Ik heb in zekere zin ook opzettelijk een deel de lezer in een foute richting gestuurd, en in het begin eigenlijk iedereen. Ik heb bondskanselier Winkler doen denken dat zijn olifantencrisis iets is zoals de vluchtelingencrisis. Dit leende zich ook heel erg met de Duitse uitspraak “Wir schaffen das”, wat letterlijk komt uit die crisistijd van jaren terug.

Je hebt je volledig kunnen laten gaan over hoe het er nu aan toegaat in de politiek, niet? De bondskanselier duidt een vrouwelijke minister aan om de olifantencrisis op te lossen. Zij wordt voor het blok gezet. Als vrouwen de crisissen maar weer moeten oplossen, wordt dit ook wel de glazen klif-theorie genoemd. Wat behelst die juist? En kunnen vrouwen zich daartegen wapenen of daartegenin gaan?

Het glazen plafond kennen we allemaal. Dat is het niveau waarop vrouwen worden afgestopt. De “glass cliff”-theorie zegt dat vrouwen op het moment dat er een grote crisis is in die mate dat het waarschijnlijk niet oplosbaar is of enkel met zeer impopulaire maatregelen, pas dan plots top-jobs aangeboden krijgen. Als de vrouw het dan niet kan oplossen, zegt men nadien: “kijk, zij kon het niet”. En als ze het wel oplost, schuift men haar aan de kant, en gaan anderen met de pluimen strijken. Er zijn heel veel politieke voorbeelden te noemen waarbij in de recente geschiedenis vrouwen op stoelen zijn gezet die op dat moment zeer ongemakkelijk en wankel waren en als ze het opgelost hadden vriendelijk bedankt werden voor bewezen diensten.

Zowel met Hunter White in Trofee als H.C. Winkler in Het geschenk kunnen we helemaal meegaan in hoe ze denken. We worden als lezer meegetrokken in hun verhaal en in hun gedachten tot op een punt dat je zegt “Nee, nu stopt het”. Bij Winkler kon ik het toch nog langer verdragen. Hoe zie jij dat?

Ik denk dat Winkler in Het geschenk een minder extreme figuur is dan Hunter White in Trofee. In het geval van Hunter White denk ik dat iedereen met uitzondering van de psychopaten onder ons op een bepaald moment wel denkt: “Nu wil ik met deze man niet verder”. Bij Winkler denk ik inderdaad dat het subtieler ligt. Een deel van de mensen zal denken “Ja, wat moet je anders doen?”, en “Dat is toch de manier waarop er aan politiek gedaan wordt”.

Stel dat evenveel mensen zouden schrikken van de beslissingen van Winkler dan dat er mensen zouden schrikken van de acties van Hunter White. In dat geval zouden we volgens mij in een politiek andere samenleving leven en willen we al die compromispolitiek niet meer. We zouden geen gesjacher meer willen met de klimaatdeal en in al dat gemekker over politieke haalbaarheid zouden we ook niet meer geloven.

Ik denk en hoop eigenlijk dat Winkler een figuur is die veel mensen zal doen nadenken over waar ze precies staan op dat politieke spectrum. Wat vind ik nog oké en wat niet? Dat vertelt je ook weer iets over jezelf. Dat standpunt vind ik op zich niet het belangrijkste maar wel dat lezers dit denkproces bij zichzelf op gang brengen. En dat is eigenlijk wat een leesclub doet.

De ontvangst van Trofee was in Duitsland dus denderend. Hopelijk zal dit boek er ook zo veel succes hebben. Denk je dat dit nu ook gaat lukken?

Het verschijnt er op 23 juli en we zijn er nu al aan een tweede druk omdat boekhandels het zo breed inkopen. Blijkbaar rekenen ze erop dat het boek het heel goed zal doen. Aan de ene kant hoop ik dat mensen niet verwachten dat het een tweede Trofee wordt. Dit is een lichtere en sneller geschreven novelle, geen complexe roman zoals Trofee, die alle perspectieven probeert te belichten. Aan de andere kant zal dit boek misschien ook een breder publiek trekken omdat het thema van Trofee, de jacht, een heel niche thema was dat ook heel veel weerstand kan oproepen.

Heb je eigenlijk lezers in Afrikaanse landen met Trofee kunnen bereiken of Afrikaanse diaspora?

Het leuke is dat de Duitse versie in Namibië wel circuleert maar voorlopig vooral onder Duitse expats in Namibië wat natuurlijk een heel andere lezing oplevert en waar ik soms ook heel interessante berichten van terug krijg. Ik kreeg bv een berichtje van een aantal safari-organisatoren die in Namibië actief zijn en die Trofee een interessant boek vonden. Dat vind ik erg leuk. Maar ik zit hiervoor eigenlijk te wachten op de Engelse versie omdat ik best al wel wat vragen heb gekregen uit bv. Tanzania, Kenia en Zuid-Afrika.

Even verder over die vertalingen. Trofee heeft intussen 19 vertalingen. Je plaatst interviews met al deze vertalers op je eigen website, en dat is best interessant. Hoe belangrijk zijn vertalers voor jou?

Ja, op verschillende manieren zijn literaire vertalers belangrijk. Je kunt een boek ook echt kapot maken. Zo las ik mijn eerste Jeanette Winterson in het Nederlands en vond ik haar geen goede auteur omdat ik het boek stilistisch zwak vond. Een jaar later las ik datzelfde boek in het Engels en vond ik het fantastisch. Er is in die vertaling iets fout gegaan, waardoor dat boek plots niet meer dezelfde ritmiek had. En als zoiets gebeurt met een boek van jou in een taal die je zelf niet kunt lezen, dan weet je dat zelfs niet. Dat is heel kwetsbaar voor een auteur. Je bent in het buitenland maar even goed als je vertaler.



Daarnaast kan een goede vertaling een boek echt optillen. Ik zeg altijd al lachend dat de Duitse versie van Trofee veel beter is dan de Nederlandse. Die is zeker even goed en soms vind ik dat Lisa Mensing die de vertaling heeft gemaakt, zelfs winst heeft gemaakt en een betere zin heeft geschreven dan de mijne. Een boek dat in vertaling verschijnt is ten dele ook het boek van de vertaler. In die zin ben ik wel blij dat Lisa en ik nu ook weer samenwerken voor Het geschenk en dat je samen een duurzaam parcours kunt afleggen.

Je bent onlangs in Bern geweest in Zwitserland voor een gastprofessorschap. Hoe ben je daar terechtgekomen, en wat heb je er allemaal mogen doen?

Ik denk eigenlijk dat ik in Bern ben ingevallen voor een - vermoedelijk Afrikaanse - collega, wegens een visum dat niet op tijd in orde was. Trofee heeft er ook wel mee te maken, want ik ben er in Zwitserland best veel mee onderweg geweest. Het toffe was dat ik daar gastprofessor was voor het vak Wereldliteratuur maar eigenlijk mocht ik dat invullen op eender welke manier die ik interessant vond. Ik heb er dan voor gekozen om de helft opera en muziektheater te doen en de helft echt over literatuur te praten.

Weet je, die hele wereld van opera en muziektheater, als niemand je daar ooit mee naartoe neemt, dan denkt iedereen “Dat is niks voor mij”. Dus heb ik daar een hoop 19-, 20-, 21-jarigen allemaal meegesleept naar de opera. We zijn dan begonnen met de opera achter de schermen: een rondleiding in de kostuumateliers, in de ateliers waar al de attributen worden gemaakt. Een gesprek met een dramaturg, een gesprek met een regisseur, … We zijn naar een repetitie gaan kijken, hebben gehoord hoe een voorstelling ontstaat. Daarna zijn we pas naar een opera geweest, na een inleiding in muziekgeschiedenis. Daardoor gaat heel die wereld van de opera open. Alles kon zolang ik het zelf organiseerde. Ik heb er ook heel veel werk in gestoken. Dat was heel tof maar ook best spannend. En in de andere helft over literatuur koos ik voor dingen die mij interesseerden: Fixdit en vrouwelijke auteurs, queer literatuur en vrouwbeelden in de literatuur. En dan hield ik nog wat tijd vrij voor Paul van Ostaijen en andere Vlaamse literatuur omdat dat specifiek iets was dat ik nog kon bijbrengen.

Nu ben je heel enthousiast over opera bezig, niet zo toevallig omdat je daar ook zo veel mee doet. Waarschijnlijk zijn er best veel lezers die je boeken lezen die daar niet zo veel over kennen.

Ik denk dat er twee aparte werelden zijn. Ik vind het heel raar dat lezers en muziekliefhebbers elkaar zelden kruisen. Ik probeer die verschillende doelgroepen met allerlei projecten expres te mengen. Net omdat ik dat spannend vind. Dat is ook de reden dat ik in mijn Dead Ladies Shows die ik organiseer, ook absoluut muziek wil hebben.

De Dead Ladies Shows die je organiseert, dat zijn shows waarin je vrouwen die tijdens hun leven wel bekend waren maar vergeten raakten na hun dood, terug in het voetlicht brengt. Er is dan ook altijd een zangeres die een mini-recital brengt. Hoe kies je eigenlijk de vrouwen die daarin aan bod komen?

Het zijn altijd dode vrouwen die we kiezen. Daar hebben we één keer een uitzondering op gemaakt. Dat ging over een verdwenen vrouw, maar waarvan we niet honderd procent wisten of ze al dood was, maar ze is al zo lang vermist dat het nauwelijks anders kan. Ze moeten in hun leven iets hebben gedaan wat bijzonder was op eender welk terrein, bv in de wetenschappen, de literatuur, de kunst, de sport, als activist, enz.

Ginger Rogers is ook de revue gepasseerd. Iedereen kent haar wel van naam maar de vraag is, wat weten we nog over haar? Dan blijft het heel snel hangen op het samen dansen met Fred Astaire, en daar houdt het dan bij op. We hebben altijd drie gasten, een auteur, een acteur en nog een andere spreker, die elk in een kwartier het leven en het werk van een vrouw introduceren. Daartussen wordt dan muziek gespeeld van twee componistes die ook dood zijn.



Naast de Dead Ladies Shows om vrouwen terug hun plaats te laten opeisen in de literaire wereld, deed je dat ook met het collectief Fixdit en opnieuw als adviseur voor het vastleggen van de nieuwe Literaire Canon. Kan je uit al deze initiatieven iets kiezen waarvan je zegt “Dat is wel heel goed gelukt”, of “Daar ben ik het meest trots op.”?

De Dead Ladies Show is wel echt mijn persoonlijk troetelkindje, door net die combinatie met de muziek en van al die fantastische vrouwen waarvan we nooit gehoord hebben, en we ontdekken er ook steeds meer en meer. Je ziet dan ook mensen naar een show komen die nog nooit een klassieke zangeres hebben horen zingen. Die komen voor iets anders, voor bv één van de sprekers, en pikken dat dan ook weer op.

Ik denk dat de nieuwe versie van de Literaire Canon zoals die er nu uitziet, heel duidelijk toont dat Fixdit zin heeft gehad. Van 5 vrouwen in de vorige editie is het aantal naar 13 gestegen.

Kunnen we ooit tot het punt komen dat “de achterstand” helemaal wordt ingehaald? Kijk bijv. naar de scholen waar er zo lang altijd mannelijke namen op de leeslijsten stonden.

Oh, ik denk als je het echt wezenlijk wilt veranderen, dan moeten we naar een situatie waarin het echt 50/50 is. Daar zijn we mijlenver vanaf. Het zou al veel zijn als we zouden kunnen komen tot een punt waarop we beseffen dat de situatie waarin we leven, die we allemaal als neutraal ervaren, niet neutraal is. En dat die mannelijke dominantie in alles zit, in de meest zotte dingen: in straatnamen, in het aantal standbeelden van een vrouw die er in een stad staan. Hoeveel namen zijn er bekend van vrouwelijke wiskundigen, fysici, of scheikundigen, hoeveel daarvan staan er in schoolboeken? 90% van de uitvindingen in de vroege geschiedenis van de informatica zijn door vrouwen gedaan. En toch kom je die namen bijna nooit tegen. Die mannelijke dominantie raakt aan alle sectoren. In de geneeskunde bijv. zijn veel studies en medicatie afgestemd op het mannenlichaam. Daar is men zich nu pas meer van bewust en aan het evolueren. Ik vind het heel choquerend dat je heel veel mannen nu hoort zeggen, “Ja, maar dat feminisme is toch wat doorgeslagen. Het mag toch iets minder zijn.” Maar we zijn nog maar net begonnen jongens. Het is ook niet alleen in ons voordeel om het anders te maken. Ik denk dat dit hele model ook voor mannen heel belastend is. Al die verwachtingen, al die hokjes.

Pia Fraus is een vrouw die ik nog even aan bod wou laten komen. Onder dat pseudoniem heb je bijna twintig jaar geleden een bundel met erotische verhalen uitgegeven, wat je onlangs in een radio-interview hebt toegegeven. Had je dit vroeger willen vertellen of later? Was dit een goede moment?

Ja, ik denk dat ik er niet aan kan ontsnappen. Friedl’ Lesage (VRT-radio 1) stelde me de vraag, en ik wist echt even niet wat ik daar en dan zou antwoorden. Ik wou het eigenlijk volgend jaar vertellen. Want dan zou het net twintig jaar geleden zijn dat de eerste bundel uitkwam, en word ik ook vijftig.

Ik had me het idee al gevormd om dan een derde bundel te maken, om de evolutie te tonen met de verhalen die ik tussen m’n 20ste en 30ste heb geschreven, een bundel tussen m’n 30ste en 40ste en dan nog eens één 10 jaar later. Omdat je er in al die fases anders naar kijkt, en als je 50 wordt, er ook andere dingen over te vertellen hebt. Ik schrijf nu ook anders dan toen natuurlijk.

Dat de mensen die het al twintig jaar wisten, allemaal heel vriendelijk zijn geweest om er zo lang niets over te zeggen, vind ik schoon. Het pseudoniem had ik niet aangenomen vanwege een of andere gêne, maar ten eerste om niet in een hokje gestopt te worden en ten tweede omdat veel van die verhalen toevallig in een ik-perspectief geschreven zijn en ik niet had gewild dat iedere lezer dan bij elk ik-personage, dat nooit hetzelfde is en niet consequent, aan mij denkt. Dan is toch drie kwart van de lol eraf. Die verhalen verschenen eerst in ZiZo (een magazine over gender- en seksuele diversiteit van de organisatie çavaria) en waren eerst niet bedoeld om als bundel te verschijnen.

Ik denk dat mensen die de eerste bundel toen gemist hebben, nu willen gaan zoeken naar die eerste bundel. Kan daar nog een herdruk van komen?

Die komt er in het najaar aan, bij Querido.

Goed nieuws voor de geïnteresseerden dus!

Heb je ooit al een leesclub bijgewoond terwijl je werk besproken wordt? Dat is ook wel speciaal, want dat gebeurt toch niet heel veel.

Met Trofee is dat een paar keer gebeurd, en ik vond dat tof. Vroeger dacht ik altijd dat je als auteur heel veel impact had op hoe lezers je boek lezen, maar nu ben ik tot de conclusie gekomen dat dat niet zo is. Iedereen leest een boek anders en vertrekt vanuit zijn eigen ervaring of gevoel op dat moment, de vragen die hem bezighouden, of zijn levensfase. Ik vond het heel boeiend om te merken wat er wel goed is overgekomen van wat ik wou zeggen en wat niet. Wat interpreteren mensen anders? Ik vind enerzijds dat je mensen denkruimte moet laten om hun eigen interpretatie te hebben, en anderzijds zijn er dingen waarvan ik wil dat de lezer ze goed snapt en zijn er andere zaken die ik écht niet gezegd wil hebben. Dan is het goed om te weten wat er werkt en wat niet.

Welke boeken zou je zelf graag bespreken in een leesclub?

Ten eerste Ik die nooit een man heb gekend of Orlanda van Jacqueline Harpman. Zij is een Belgische auteur die in het Frans schreef en ik vind haar een fantastische auteur.. Maar slechts drie van haar boeken zijn vertaald. Misschien vind ik Orlanda nog wel het spannendste boek voor een leesclub. (Daarvan komt er ook een heruitgave aan!). Over beiden kan je erg goed discussiëren en daarom vind ik dit goede leesclubboeken. Je kan er echt goed over doorbomen.

Van Jeanette Winterson wil ik The Passion aanraden. Ik vind dit nog altijd een heel fijn boek voor een leesclub. Omdat het een niet-realistisch boek is en tegelijkertijd toch heel romantisch. Dat is iets wat mensen ook echt meepakt. En omdat het niet altijd een politiek thema moet zijn waar je over discussieert. Het mag ook wel eens over iets anders gaan. (lacht)



En heb je nog wat extra boekentips voor Antwerpen Leest?

Oranges are not the only fruit, het debuut van Jeanette Winterson, vind ik nog altijd heel geestig. Dat zou op zich ook weer een tof leesclubboek zijn, omdat er echt heel veel discussiestof in zit. Het is een soort semi-autobiografische vertelling van haar jeugd. Maar ze blaast dat bijna op tot bijbelse proporties. Het is tegelijkertijd hilarisch en tragisch.

De kolonel slaapt niet van Emilienne Malfatto. Dat is niet zo’n gezellig boek want de kolonel in het boek heeft als taak om in een niet nader genoemde oorlog gevangenen te martelen om informatie los te krijgen. Malfatto gaat hier op een hele slimme manier mee om zonder het geweld zelf te reproduceren en toch nog te zoeken naar een manier die je als lezer wel raakt.

De patiënten van dokter Garcia van Almudena Grandes. Dat is iets helemaal anders, een boek over de Spaanse burgeroorlog. Veel klassieker, maar gewoon een echt goed verteld verhaal.

Eva van Carry van Bruggen. Dit boek staat nu in de nieuwe Canon. Ik vind dat een fantastisch, fenomenaal, geniaal boek, en dat had ik absoluut niet verwacht voor een boek uit de jaren 1920. Je moet je overgeven aan dit boek zoals je je zou overgeven aan muziek. Er bestaat ook een gratis spoken-opera podcast van, die ik samen met Sjaron Minaillo en Annelies Van Parys maakte.

Tips Gaea alle4

Hartelijk dank voor dit lange gesprek en tot in november Gaea!

18 mei 2025

Literaire organisatie in de kijker: Pen Vlaanderen

Drie mei is de Internationale Dag van de Persvrijheid. PEN International zet zich wereldwijd in voor vrije meningsuiting, vrede en internationale verstandhouding. De organisatie komt op voor auteurs en journalisten die bedreigd, vervolgd, opgesloten of berecht worden omwille van wat ze schreven en gelooft in literatuur als intercultureel bindmiddel. Het letterwoord PEN staat voor “Poets, playwrights, Essayists, editors & Novelists’.

25 april 2025, artikel op www.antwerpenleest.be

Naast auteur is Ellen van Pelt de coördinator van de Vlaamse tak, PEN Vlaanderen, die vanuit Antwerpen werkt. Hoe zet deze organisatie haar missie om in haar activiteiten hier?

Sinds wanneer bestaat PEN Vlaanderen?

Onze moederorganisatie PEN International werd opgericht in 1921 in Londen, vanuit het idee dat we door literatuur verbondenheid konden creëren om een nieuwe oorlog te vermijden. PEN Vlaanderen was een van de eerste lokale centra en werd opgericht in 1922.

PEN organiseert in samenwerking met literaire en andere organisaties lezingen met auteurs die gevlucht zijn en al dan niet in ballingschap leven. Hoe kom je met deze auteurs in contact?

PEN Vlaanderen tracht al sinds jaren om schrijvers in ballingschap die in Vlaanderen leven te ondersteunen. Sinds juni zijn we gestart met het project PEN-auteurs waarbij we vijf gevluchte auteurs koppelen aan twee mentoren, schrijvers van hier. Deze PEN-auteurs vinden ons zelf, of komen met ons in contact via hun begeleiders in het asielcentrum, via Atlas (begeleidende organisatie voor nieuwkomers in de stad Antwerpen voor hun integratie en inburgering), via Encora waar ze vaak lessen Nederlands volgen,… Ook geven de lokale PEN-centra namen aan elkaar door. Een van onze PEN-auteurs kwam met ons in contact nadat hij beroep had gedaan op het PEN Emergency Fund, een fonds dat eenmalig financiële ondersteuning geeft aan auteurs in acute nood.

Jullie PEN-flat verwelkomt al een tijdje auteurs voor een (uitwisselings)verblijf hier. Sinds wanneer is de PEN-flat actief, en hoe vind je de auteurs die dan naar hier komen?

De PEN-flat bestaat sinds 2002 en maakt deel uit van ICORN (International Cities of Refuge Network), een netwerk dat bestaat voor gevluchte schrijvers en artiesten. ICORN selecteert voor ons gevluchte schrijvers die dan voor een half jaar tot een jaar naar onze flat komen. Rond de flat is er een team van bevlogen vrijwilligers die met de flatgast de stad in trekken, etentjes organiseren, naar voorstellingen gaan of een koffie gaan drinken. Geïnteresseerden die hieraan willen meewerken, kunnen steeds iets laten weten op het e-mailadres ellen@penvlaanderen.be.

Hoe nauw sta je in contact met deze schrijvers? Hoe sterk raak je betrokken bij hun verhaal, probeer je toch een bepaalde afstand te behouden?

Onze flatgasten hebben allen een zware rugzak. Ze zijn hun thuisland moeten ontvluchten omwille van wat ze schreven. Dit zorgt vaak ook voor familiale drama’s. Sommigen van hen hebben een tijd in de gevangenis gezeten of zijn gefolterd. Ze zijn getekend door trauma’s. Het is als schrijver ook bijzonder moeilijk om buiten je moedertaal je literaire carrière verder te zetten. Met onze meeste gasten staan we in nauw contact, maar dat verschilt erg per schrijver. Er zijn er al geweest die bijna dagelijks nood hadden aan een gesprek met een van onze vrijwilligers, maar ook schrijvers die zich liefst vooral op het schrijven wilden toeleggen en waarmee we slechts om de twee weken contact hadden. De verhalen die ze te horen krijgen, wegen vaak op onze vrijwilligers. Daarom proberen we om regelmatig met het flatteam samen te komen.

Heel wat van deze auteurs zullen onbekend zijn bij ons. Lukt het om hen hier te introduceren?

Het is niet eenvoudig om hen hier te introduceren, omdat hun namen vreemd klinken. In eigen land zijn ze soms gevierde auteurs maar hier kent niemand hen. De mentoren die ik hierboven al vermeldde, proberen daarbij te helpen. We investeren ook in proefvertalingen van hun werk, zodat Nederlandstalige uitgeverijen en Vlaamse lezers hun stemmen kunnen leren kennen.

Daarnaast vragen we ook aandacht voor gevangen schrijvers. Dit doen we met een Lege Stoel op tal van literaire podia. Daarvoor zijn onze PEN-ambassadeurs van grote waarde. Erik Vlaminck, Annemie Struyf, Lize Spit, Aya Sabi en David Van Reybrouck nemen een Lege Stoel mee op hun lezingen en bereiken zo een groot publiek voor ons.

Hoe hard beïnvloedt de actualiteit PEN Vlaanderen? Of is het ook PEN die onbelichte of minder belichte conflicten en mensenrechtenschendingen naar voren probeert te brengen?

De actualiteit beïnvloedt ons werk altijd. Daarom vragen we aan onze subsidiegever ook altijd de nodige witruimte in ons beleidsplan, zodat we daarop kunnen inspelen. We zien het ook als onze plicht om onderbelichte situaties onder de aandacht te brengen, zoals bijvoorbeeld de situatie van de Oeigoeren. Zij zijn een minderheid in China, die daar wordt opgesloten in kampen. Een van onze ereleden, de Oeigoerse schrijver Perhat Tursun, verdween in zo’n kamp.

Heeft je werk voor PEN Vlaanderen je ook anders naar je eigen schrijverschap doen kijken?

Mijn werk voor PEN doet me eens te meer beseffen wat een luxepositie we als schrijver in Vlaanderen hebben. Die luxepositie betekent voor mij ook dat ik het mijn plicht vind om te ijveren voor zij die dat geluk niet hebben. Dankzij PEN heb ik heel wat bijzondere schrijvers leren kennen uit landen overal ter wereld. Hoewel zij vaak uit heel andere en moeilijkere situaties komen dan ikzelf, valt het me altijd op in onze gesprekken dat we elkaar als schrijvers snel begrijpen. Zij worstelen vaak ook met dezelfde dingen als ik: hoe maak ik schrijftijd vrij? Welke vertelvorm heeft mijn verhaal nodig?

Welke boeken kan je zelf aanraden van auteurs en journalisten die je via PEN hebt leren kennen?

We hebben op onze PEN website een boekenkast, eigenlijk alle boeken daarin zijn aanraders. Onlangs heb ik erg genoten van ‘Ik wens mijn huis as’ van Daria Serenko. Het is belangrijk dat we ook de Russische tegenstemmen steunen en bovendien is dit echt een prachtig boek.


Een van de auteurs die nu in de PEN-flat verblijven, is de Palestijnse schrijfster uit Gaza, Sahar Mousa. Op 30 maart was ze aanwezig op het tweejarige internationale Passa Porta-festival in Brussel.

Kan je ons wat meer over jezelf vertellen? Welke weg heb je tot nu toe gevolgd?

Ik heb in Gaza gewoond tot ik 24 was. Toen schreef ik politieke artikels en poëzie. Ik werkte ook voor een literair magazine, getiteld “28”, in een bestuursfunctie, volledig vrijwillig. Het cijfer 28 staat trouwens voor het aantal letters in het Arabisch. Begin 2016 werden er bedreigingen geuit naar ons, een groep schrijvers waar ik deel van uitmaakte. Toen besloot ik te vluchten, eerst naar Egypte waar ik twee jaar gewoond heb. En in 2018 ben ik dankzij ICORN en op uitnodiging van de Zweedse PEN-tak in Stockholm beland. Nu ben ik sinds maart tot augustus op uitwisseling hier in Antwerpen.

Je was uitgenodigd op het internationale Passa Porta-festival in Brussel om daar te komen spreken. Hoe was dat voor jou?

Het was een geweldige ervaring. Voor mij was het een gelegenheid om te spreken over wat er nu gebeurt in Gaza. Het was de eerste keer dat ik dat in het openbaar deed. Nu voelde ik dat ik de stem moest vertolken van wie nu in Gaza leeft en wat er nu aan het gebeuren is. Ghayath Almadhoun [een Syrisch-Palestijnse dichter] en ik werden geïnterviewd door Öznur Karaca [een Belgisch-Turkse schrijfster]. We spraken over literatuur, over hoe onze situatie ons werk als schrijver beïnvloedt, en over de toestand in Gaza nu.

Ook in Zweden deed ik dat nog niet want het waren twee zware jaren in het begin, en ik kon dat nog niet. In Brussel had ik die moed eindelijk wel opgebouwd. Ik ben bij het uitbreken van de oorlog in Gaza drie maanden met een heel diverse groep mensen van overal in hongerstaking gegaan in Zweden, niet alleen Palestijnen. Ik kon toen wegens mijn gezondheid niet werken of mobiel zijn. De enige manier om toen verslag te doen van wat er in Gaza gebeurde, was online en dat deed ik dan ook. Ik probeerde een brugpersoon te zijn: hulp zoeken en bieden aan mijn familie en vrienden die daar wonen, en vertellen over de situatie in Gaza naar buiten toe, om al die stemmen te vertegenwoordigen.

Je schreef journalistieke stukken en poëzie toen je in Gaza woonde. Hoe lang ben je daar mee verder gegaan?

Ik ben gestopt met het schrijven over andere zaken toen de oorlog begon, en gebruikte toen mijn journalistieke ervaring om over de situatie nu te berichten. Ik kon over niets anders schrijven sindsdien, ook omdat ik steeds het gevoel heb dat ik de vele stemmen uit Gaza moet vertegenwoordigen en moet vertellen over het vele lijden. De oorlog heeft mij overmeesterd en ik heb het gevoel dat mijn stem niet meer van mezelf is. Ik voel alsof ik mezelf verloren heb door de hele toestand. Het persoonlijke gesprek is meestal verdwenen.

Is dat zo omdat je er zelf altijd over wilt praten, of ook omdat anderen zoals ik nu, er telkens naar vragen?

Dat komt van beide kanten. Ik voel dat ikzelf niet anders kan dan het erover te hebben, en ook omdat mensen ernaar vragen. Mensen zien jou als een vertegenwoordiger, en ik voel mij verantwoordelijk. Mijn hele familie woont daar. Het is een existentiële zaak. Er is een macht die Gaza en de Gazanen aan het uitwissen is. Alles wat ik ken uit mijn verleden, is aan het verdwijnen en het voelt alsof mijn identiteit wordt aangevallen.

Palestijnen worden ook erg geëngageerd en politiek groot gebracht. Het is iets in onze persoonlijkheid omdat we gedurende heel ons leven al strijd hebben gevoerd, en dit ook nog lang zo zal blijven.

Hoe ben je met schrijven gestart?

Ik heb altijd geschreven tijdens mijn schooltijd, en tijdens mijn hogere studies ben ik daarin volwassener geworden. Ik had dan mijn werk voor het literaire tijdschrift “28” dat ik volledig vrijwillig deed. Onze groep draaide zelf op voor de kosten van het tijdschrift en mijn job was om de fondsenwerving te doen om te kunnen blijven functioneren. Het tijdschrift is nog steeds actief en dat is een mooi succes. De periode dat ik in Egypte zat, was op financieel vlak erg moeilijk maar tegelijkertijd ook heel rijk voor mij. Gaza is geïsoleerd en je bent er op jezelf teruggeworpen. Je wereld is er heel klein. In Caïro is mijn wereld open gegaan en kon ik blijven schrijven. Ik ben verliefd geraakt op Caïro. Het was een moeilijke tijd maar ik kijk er met nostalgie op terug. Ik was vroeger steeds aan het lezen en ik had dromen en verwachtingen van hoe het leven eruit zou zien. In Egypte ben ik in het werkelijke leven gegooid en heb ik zelfstandig leren leven zonder de controle van mijn familie. Ik denk wel dat ik Egypte vandaag niet meer zou herkennen. De situatie is er weer helemaal anders en ook veel moeilijker geworden.

Probeer je hier in Antwerpen meer te schrijven? Heb je de stad al wat leren kennen?

Ik probeer hier meer te focussen op het schrijven inderdaad. En de vrijwilligers van de PEN-flat hebben me al wat rondgeleid en dingen getoond. Ik ben gebiologeerd door Antwerpen, ik vind dat Antwerpen een identiteit uitstraalt. Zelfs de gebouwen hier schijnen dit uit. Hier staan veel oude gebouwen uit verschillende periodes die een verhaal hebben.

In Gaza is er niets meer. Ik heb de vernietiging die er plaats vond, altijd gehaat. Er zijn altijd nieuwe gebouwen gezet. Gaza moe(s)t altijd nieuw opgebouwd worden, en opnieuw en opnieuw, na iedere verwoesting. Je hebt er niets meer wat overblijft van de geschiedenis. Dan heb je ook geen verhalen meer. Antwerpen is een stad die al heel lang bestaat, en er is best nog heel wat van overgebleven om te tonen.

Voor mij is Palestina ook altijd meer een idee geweest van een thuisland dan dat het een echt thuisland is. Palestina is al heel lang en voor heel veel generaties geen leefbaar thuisland meer waar je in vrede kan leven en vooruitgaan.

Gaat Palestina dat ooit kunnen zijn volgens jou?

We hebben alleen maar de hoop dat het dat ooit zal worden. En dat het geen tijdelijk onderkomen blijft. We zullen het streven naar dat thuisland altijd in ons bewustzijn hebben.

Ellen: ICORN heeft de ervaring dat de auteurs en journalisten die aankomen in hun gaststad overdonderd zijn. Net zoals andere nieuwkomers moeten zij integreren, een nieuwe taal leren, een huis, een job vinden en een nieuwe levenswijze. En daarnaast hebben ze elk een zware rugzak te dragen. Dat is erg veel voor hen. Zo kunnen ze niet altijd ontspannen en opnieuw aan schrijven toekomen. In onze PEN-flat verwelkomen we auteurs om hen uit hun dagelijkse stresserende leven te halen zodat ze zich hier meer kunnen focussen op het schrijven zelf.

Sahar: Ik moest aantonen dat ik zelf in mijn levensonderhoud kon voorzien om een officiële domicilie te krijgen. Ik heb in Zweden steeds kunnen werken en zodoende was dat niet zo moeilijk voor mij. Ik ben er ook wel aangekomen voordat het Zweedse immigratiebeleid nu veel rechtser en harder is geworden. Ik heb nog altijd heel wat stress in mijn dagelijkse leven, en ben blij dat ik nu even in Antwerpen ben.

Wat voor auteur was je in Gaza? En welke literatuur en auteurs hebben je beïnvloed?

Ik schreef poëzie, maar de moderne stijl die meer bij die van het Westen aanleunt. De traditionele Arabische stijl in poëzie is heel ritmisch en muzikaal. De stemmen klinken ook erg luid. De nieuwere poëzie is persoonlijker. Als auteur kan je je eigen taal dan meer uitvinden. De poëzie nu is meer open voor verschillende invloeden en is vrijer. Ik hou daar meer van. In de jaren 60 en 70 van de 20ste eeuw waren er vele politieke auteurs en dichters in onze regio, waaronder Mahmoud Darwish. Ik sta open voor veel vormen van poëzie, bv. ook Amal Dunqul, een Egyptische dichter uit de jaren 60 die zijn tijd ver vooruit was. Ik ben ook beïnvloed door het surrealisme, bv. Salvador Dali, de schilder, en het magisch realisme. In de jaren 50 en 60 is er in het Midden-Oosten een grote vertaalbeweging geweest van auteurs over heel de wereld, en zijn er heel wat nieuwe namen bekend geworden. Jorge Borges [een Argentijnse dichter en schrijver] heeft mijn hart ook geraakt.

Helemaal in het begin ben ik kunnen vluchten in boeken en was ik een veellezer. Ik leefde toen mijn leven door wat ik aan het lezen was. Ik probeerde zo mijn eigen taal te vinden omdat ik toen veel had waarover ik niet kon spreken. En op een dag merk je dan tot je eigen verbazing dat je de woorden hebt gevonden om uit te drukken wat je binnenin jezelf voelt. Voor mij is dat de poëzie geworden, de manier om me uit te drukken. Zo ben ik een tijdje gaan leven op papier, voor mij ook een manier van escapisme.

Ten slotte: Haalt het iets uit dat wij ons hier blijven uitspreken tegen de oorlog voor de mensen die proberen te overleven in Gaza terwijl onze politici er niets mee doen?

De bewustwording in de internationale gemeenschap, ook in de westerse wereld, bij de burgers is vrij groot en dat is hartverwarmend. Er zijn soms kleine openingen, bv nu president Macron van Frankrijk die een verdere stap wil nemen t.a.v. Palestina. Wat mijn hart nog meer verwarmt, is dat vele jonge mensen zich interesseren in de situatie in Gaza, en de oorlog sterk blijven verwerpen. Dat geeft me hoop dat de toestand die er nu heerst op langere termijn kan veranderen. Als mensen zich blijven uitspreken tegen de oorlog wordt dat gezien door de mensen in Gaza. Ze putten daar hoop uit om verder te gaan met hun leven.

06 april 2025

Straffe avond: Esohe Weyden, Annelies Verbeke en Maud Van Hauwaert

Een avondje samen lezen en samen luisteren


Foto van de auteurs, vlnr: Esohe Weyden, Annelies Verbeke, Maud Vanhauwaert
(c) Isabel Hessel, Antwerpen Leest

12 maart, artikel op www.antwerpenleest.be


Op woensdag 5 maart werden naar aanleiding van de Internationale Vrouwendag drie “straffe vrouwen” aan elkaar gekoppeld in een nieuw concept van bibliotheek Merksem. Op Kasteel Bouckenborgh werden Esohe Weyden, Annelies Verbeke en Maud Vanhauwaert verwelkomd om een gesprek met elkaar aan te gaan, door middel van vragen i) die ze zelf hadden voorbereid, ii) van de zogenaamde “Marcel Proust-vragenlijst” (vooral rond zelfinzicht) en iii) uit het publiek. De laatste twee categorieën vragen kwamen in een bokaal om willekeurig vragen uit te halen. Hun antwoorden werden afgewisseld met stukjes uit eigen werk. Boeiend, vermakelijk en soms ook verrassend. Conclusie: straffe vrouwen!

Vooraf deed ik mee aan een sessie “Samen lezen”. Gewoonlijk duurt zo een samenkomst twee uur, nu hadden we een uurtje om met een volle tafel twee gedichten van Esohe en Maud, en een stuk uit een theatertekst van Annelies te lezen en te bespreken. Tot een conclusie kwamen we niet, maar met de aanwezigen, waaronder toch weer een aantal bekende gezichten, werd er toch zoals steeds fijn over en weer gebabbeld. Het was alvast een toffe kennismaking en opwarmer om vervolgens de drie dames zelf te aanhoren.

Het vragenstellenconceptje werkte wonderwel. Het zou kunnen liggen aan het feit dat de genodigden hun vragen goed hadden voorbereid en goed naar elkaar luisterden. Het zou eraan kunnen liggen dat het publiek in mooie getale gekomen was en ook aandachtig luisterde. Maud kreeg de taak om de timing in de gaten te houden, en brak alvast zelf het ijs met de vraag of haar collega’s liever de vragen zelf stelden als interviewer, of liever de antwoorden gaven. De volgende vragen van de twee anderen haakten daar direct goed op in en eigenlijk leek alles zo heel vlotjes op elkaar te volgen. 

Boeiend om te horen was in welke mate ieder van hen meer schreef in eerste instantie voor de lezer en om goed begrepen te worden of toch meer voor zichzelf. Na 22 jaar schrijfervaring vroeg Annelies zich hardop af of ze durfde meer de lezer los te laten, en of dit wel wenselijk is.

En hoe ging Esohe haar stadsdichterschap invullen? Als iemand die haar roots in de podiumpoëzie heeft, wil ze vooral terug meer fysieke samenkomsten organiseren, ook met diegenen die niet direct naar een klassieke poëzieavond komen. Deze dingen verzoenen zag ze wel als een uitdaging. Dat is immers niet alleen goed schrijven, maar ook organiseren, vormgeven, en dat in een context die past bij een stad als Antwerpen.

Fijn was te horen dat, na een periode waarin het stadsdichterschap gebrouilleerd raakte met het Antwerpse stadsbestuur, er met het aanstellen van Esohe opnieuw een nieuwe wind aan het waaien is. De literaire organisaties die het stadsdichterschap eerder ondersteunden, blijven ook betrokken. Maar, zo vertelde Esohe, het blijft een strijd om financiering te krijgen om de projecten van de stadsdichter te kunnen organiseren. Wat haar ertoe dreef om dit mandaat te aanvaarden, ook toen het nog niet zeker was wie het nieuwe bestuur zou vormen, en ze onzeker was en het eng vond om de sprong in het diepe te wagen, is dat ze zich vereerd voelde. Ze vindt het belangrijk dat het stadsdichterschap blijft bestaan en ze wil hier zelf mee voor zorgen.

Voor het komende jaar klinkt dit alvast veelbelovend. Laten we dus allemaal duimen dat de concrete ideeën waar onze nieuwe stadsdichter al mee bezig is, ook verder uitgevoerd kunnen worden!

Vanuit het publiek kwam ook een vraag over de rechtmatige plaats van vrouwelijke auteurs in het literaire landschap. Wie zou nu op deze vraag gekomen kunnen zijn? 😉 Annelies heeft zelf tijdens haar literatuuropleiding een gat in haar cultuur opgelopen omdat in die tijd maar heel weinig vrouwelijke auteurs werden besproken.

Vanaf 2020 tot april ’24 is ze lid geweest van Fixdit, een collectief van Nederlandse en Vlaamse schrijfsters, dat streeft naar meer diversiteit in de canon, op de leeslijsten van scholen, en in de literaire prijzen waarin vrouwen steeds ondervertegenwoordigd zijn geweest. Samen met Janna Loontjens en in samenwerking met de Nederlandse “De Gids” maakte Annelies de “Fixdit-podcast”, met maar liefst 18 episodes, waarin klassieke werken werden uitgelicht met behulp van kenners, van vrouwelijke auteurs die in hun eigen tijd bekend waren maar in de vergetelheid zijn geraakt. Een paar interessante namen in deze podcast zijn bv Virginie Loveling, Patricia De Martelaere en Carry van Bruggen. Deze vrouwelijke auteurs zijn in het literaire landschap zo terug op de kaart gezet, en enkele uitgevers hebben hierdoor ook enkele van deze werken en auteurs opnieuw uitgebracht.

Nog vele andere vragen werden gesteld en beantwoord. Door eentje van de Marcel Proust-vragenlijst kwamen we te weten dat Maud haar werkmotto heeft geleend van de grote Herman de Coninck “Poëzie komt pas als je er op wacht, zonder nog te wachten.” Een levensmotto kon ze zo voor de vuist weg wel niet direct geven.

Esohe’s leeslust werd gefnuikt tijdens en na haar studie Rechten. Ze is nu ook recent een doctoraat begonnen in deze richting. Ze leest nu meer gedichten en kortere teksten omdat ze ook als onderzoekster natuurlijk altijd met haar neus in de (juridische!) teksten zit. Dat je je brein dan even wil laten rusten met totaal iets anders, verrast me helemaal niet. Esohe had op haar leeslijst als 16-jarige ook enkel maar poëzie van mannelijke dichters staan, waardoor ze nadien veel diverser is gaan lezen om zo haar opgelopen achterstand in te halen. Dit is ook heel herkenbaar voor mezelf.

Fijn was toch ook om deze drie straffe vrouwen te horen voordragen uit eigen werk.

Allemaal straf werk van deze fijn vrouwenavond. Ik zag nog een hele groep lezers napraten, sommigen met een nieuwe literatuuraankoop, allen met een voldane glimlach, en weer opgeladen voor een tijdje. 

Populaire blogs