Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label Buddyread. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Buddyread. Alle posts tonen

25 juli 2021

Al het blauw - Peter Terrin (Buddyread)

Terrin geeft kleine universumpjes in korte paragrafen weer

Al het blauw - Peter Terrin cover


Ik ben tegenwoordig regelmatig op zoek naar nieuwe buddy’s om een buddyread mee te doen. Wie interesse laat blijken, kan erop rekenen dat ik vraag om samen een boek te lezen en te bespreken. Dat heeft ook Marianne mogen ervaren, maar gelukkig sprong ze snel mee op de buddyread-kar. We kozen voor de laatste nieuwe roman van Peter Terrin, Al het blauw.

Marianne: Peter Terrin is voor mij geen onbekend auteur. Ik las al eerder werk van hem met 'Monte Carlo' als het boek dat me tot hiertoe het meest heeft geraakt. De verwachtingen waren dan ook hooggespannen over Al het blauw.  

Nathalie: Peter Terrin heeft me al veel leesplezier verschaft. Zijn trio boeken Blanco, Post Mortem en Yucca die in lichte mate met elkaar te maken hebben, en Patricia las ik al. Ook een oudere verhalenbundel uit 2006 De bijeneters las ik onlangs die eveneens van zijn stilistisch vernuft getuigt. Dus was ik ook heel benieuwd naar zijn nieuwste roman Al het blauw.  

Al het blauw speelt zich af in de jaren ’80 van de 20ste eeuw. Simon is een jonge man die het middenin een college opgeeft en stopt met studeren. Met zijn vriend Marc komt hij veel in de Azzurra, het café van het zwembad en de café-uitbaatster Carla, die 20 jaar ouder is, speelt daar een belangrijke rol in. Op de een of andere manier voelen deze twee zich tot elkaar aangetrokken ondanks dat ze zo verschillend zijn. Zowel Simon als Carla staan op een keerpunt in hun leven.  

Marianne: Dat het boek zich in de late jaren tachtig afspeelt maakt het heel herkenbaar. Zeker voor wie geboren werd in de jaren zestig en zeventig. Een tijd van cassettebandjes en waarin je voor een privé gesprek nog naar een telefooncel moest. Een nadeel om een roman zo uitdrukkelijk in een bepaalde tijd te plaatsen is dat het niet steeds herkenbaar blijft. De jaren tachtig zijn ondertussen al zo ver weg maar door dit verhaal toch weer dichtbij. 

Het verlangen naar iets groters al is het nog onbenoembaar doet Simon van het ene moment op het andere een beslissing nemen. Het is de kracht van Terrin om ogenschijnlijk triviale dingen zo te beschrijven dat een waterdruppel wel degelijk een hele wereld wordt. Want is er iets banaler dan vastgelopen relaties, verlangen naar ontsnappen, verraad of het gewoon willen dat je kinderen het beter hebben dan hun ouders. 

Nathalie: Het boek gaat over vriendschap, verliefdheid en het vinden van een identiteit. De ouders willen dat Simon een beter leven heeft dan hen en hebben al lang een mogelijk leven voor hem uitgestippeld, inclusief kavel in de buurt waar hij zich zou kunnen settelen maar is het dat wel wat hij wilt? Zijn moeder is extra bezorgd en ligt nachtenlang wakker totdat hij eindelijk thuiskomt van zijn nachtelijke escapades. Simon probeert het een en ander uit wat ook wel logisch is voor zijn leeftijd. Hij wil zich niet plooien naar wat zijn ouders hem voorstellen, maar heeft zelf ook nog geen duidelijk idee. Wel weet hij dat hij iets anders wil dan het milieu waarin hij is opgegroeid.  

Slim is Simon wel, als een vriend bij hem aankomt met de vraag of hij geld wil verdienen met iets wat op een soort piramidesysteem lijkt en uiteraard niet koosjer is, weet hij perfect hoe hij dit moet aanpakken en groeit hij snel uit tot een van de superverkopers. Een andere vriend brengt hem in contact met kunst en boeken, want lezen doet hij ook enorm veel. Ook daar draait de relatie uiteindelijk uit op iets anders, waaraan Simon ondanks zijn intelligentie maar gebrek aan ‘levenservaring’ zich niet aan had verwacht. 

Er worden heel wat verhalen verteld over de relatie van Carla met haar onbehouwen en brute man John. Voor Carla is het wel duidelijk dat ze wil vluchten uit haar liefdeloze slepende relatie. En hiervoor gebruikt ze haar jongere minnaar. 

Marianne: De zomer waarin het verhaal zich afspeelt is zowel voor Carla als voor Simon een kantelmoment. Carla die vastzit in een onbevredigende relatie en daaruit weg wil. Simon die stopt met studeren maar niet echt weet wat hij wil. Ontroerend vind ik hoe zijn ouders zo graag willen dat hij het beter en gemakkelijker heeft dan zij het hebben gehad. Ik herken wel die zorg, dat verlangen om het leven van je kind zoveel mogelijk uit te stippelen al is dat fout. Het pas gerust kunnen slapen wanneer hij na een nacht stappen de sleutel in de voordeur steekt. 

Simon heeft maar weinig daadkracht, hij moddert maar wat aan. Zelf lijkt hij weinig beslissingen te nemen, ook niet wanneer het er echt toe doet in zijn relatie met Carla. Hij lijkt altijd weg te vluchten als het te moeilijk wordt. Toch wil Simon wel vooruit en ontsnappen aan zijn sociale milieu. Zo trekt hij op met Pieter waarbij hij met verwondering kennis maakt met de wereld van boeken en kunst. Pieters vriendschap blijkt nadien toch een ander kantje te hebben. Dat verschil tussen sociale klassen zat ook al in Monte Carlo waar een gewone mecanicien terecht komt in de glamour van de autoraces. Toch heb ik niet de indruk dat Peter Terrin met opzet een sociale boodschap in zijn boeken steekt. Ik denk dat de personages er als het ware toevallig in terecht komen. 

De onschuld van Simon tegenover de passie van Carla, ik vraag me af of Carla Simon niet gebruikt om te ontsnappen aan de wereld van Azzura en haar leven met John. Misschien daarom dat ik het personage Simon even kwijt was naar het einde van het boek toe. 

Nathalie: Zoals steeds hypnotiseert Terrin je met zijn verhaal en zijn taal; wat hij schrijft, is altijd wat mysterieus ook al doorspekt hij het steeds met het dagdagelijkse leven. Zijn beschrijvingen zijn ook in deze roman weer filmisch en met heel wat scènes is het alsof ze zich zo voor je ogen afspelen. Soms blijft dit verhaal echter ook wat vaag en kan je sommige dingen maar moeilijk begrijpen, een en ander bleef deze keer te abstract voor mij en te ongrijpbaar. Alsof bepaalde indrukken weg fladderden en ik ze niet goed kon vasthouden, en omdat er weer iets anders in de plaats komt. 

Marianne: Het zijn kleine universumpjes die Terrin in korte paragrafen weergeeft. Het is in zijn schrijfstijl duidelijk te zien dat hij niet alleen een begenadigd schrijver is maar ook een getalenteerd fotograaf. Visuele scènes als een snapshot. "Het lichaam ligt midden op het lege parkeerterrein. Het ligt plat op de rug, met de armen gestrekt langs de romp,  de voeten bij elkaar. Over de betonnen vlakte hangt het blauwe licht van de dageraad. Het is windstil." Ik ben een uitgesproken fan van sterke beginzinnen en dit is er zo één. Een roman die zo begint kan evengoed de openingsscène zijn van een film. Het is duidelijk dat hier heel wat aan vooraf is gegaan en dat is de spreekwoordelijke wortel voor de neus. Als lezer ga ik meteen op zoek naar antwoorden. 

Het subtiele in de zinnen waarin heel veel zit kan ik wel appreciëren. "Zijn vader zegt dat het slecht gaat op de fabriek. Voorovergebogen lepelt hij zijn soep, deelt het nieuws mee alsof hij het van zijn bord leest. Hij zegt dat mensen geen geld meer hebben voor kwaliteitsmeubels.” Dit is geen barokke zin met veel tierlantijnen maar in de ogenschijnlijk simpele structuur zit een wereld van sociale onmacht, van verlies aan waarde, het begin van de wegwerpmaatschappij. 

Het visuele in een boek trekt me sterk aan. De sfeer van een verlaten zwembad waar door een fout van het gemeentebestuur het licht 's nachts blijft branden zodat de blauwe ruimte een soort bubbel wordt, de stilte die een erotisch effect heeft samen met de verlaten ruimte en het blauwe water, het brengt de lezer wel heel dicht bij de personages. 

In elk geval is het boek een aanrader voor iedereen die houdt van intieme verhalen in een heel mooie taal. 

Nathalie: Zowel Carla als Simon moeten beslissen wat ze verder willen met hun leven, maar op die vraag geven de verschillende verhaallijnen geen direct antwoord. Het open einde voor de personages geeft net wat te weinig prijs waardoor ik dit keer toch met een wat onvoldaan gevoel bleef zitten. De gevoelige ontroerende snaar heeft Terrin dan wel weer geraakt, in die typerende simpele dagelijksheid van hem die hij heel stilistisch en toch ook simpel weet neer te zetten, zonder daar al te veel tierlantijntjes voor te moeten gebruiken.

Titel: Al het blauw
Auteur: Peter Terrin
Uitgever: De Bezige Bij
Jaar uitgave: 2021


--- Als jij een reactie post op dit bericht, krijg ik hier een melding van. Ik lees je reactie eerst voor ze onder deze blog publiek te publiceren. Als jij anoniem een reactie achterlaat, wil ik je vragen met je voornaam af te sluiten zodat ik toch een idee heb van wie jij bent! Alvast bedankt. Kopieer deze link in je browser als je mijn blog wil volgen via follow.it: https://follow.it/villanathalieoverlezen

12 juni 2021

Angstige mensen - Fredrik Backman (buddyread)

Een buddyread die dit jaar nog op mijn lijstje stond, was Angstige mensen van Fredrik Backman. Ik heb dit boek samen gelezen met mijn leesvriendin Wendy. Zij las de Nederlandse vertaling door Edith Sybesma, ik las de originele Zweedse versie.


Met Wendy

 

Angstige mensen

Backman is beroemd geworden voor romans als Een man die Ove heet (verfilmd), Britt-Marie was hier, en voor een pareltje als En elke ochtend wordt de weg naar huis steeds langer. In die verhalen blijft hij dicht bij de personages die hij opvoert in hun dagelijkse omgeving en komen er belangrijke waarden aan bod als verbondenheid, solidariteit, respect, vriendschap en liefde, die hij verpakt in een lichte, humoristische, warme en tedere toon.

De verwachtingen van Wendy

“Ik heb al een aantal recensies voorbij zien komen en ja de meeste zijn zeer positief, vooral de humor speelt waarschijnlijk een grote rol in het verhaal. Ik hou wel van humoristische verhalen, de boeken van Anne-Laure Van Neer zijn verhalen die een lach op mijn gezicht toveren, maar ik mag zeker niet in de vergelijkingsmodus geraken en wil dit verhaal op me af laten komen. Zelf heb ik van deze auteur enkel de novelle ‘En elke ochtend wordt de weg naar huis steeds langer’ gelezen, de schrijfstijl sprak me toen zeker aan en vooral de emoties raakten me als lezer.”

De inhoud

De plot van dit verhaal is in feite een pastiche op een misdaad: een debutant bankrover wordt naar zijn misdaad gedreven door de sociaaleconomische situatie waarin die zich bevindt. Als reactie daarop valt de rover binnen in een appartement waar net een bezichtiging bezig is, die vervolgens in een gijzeling uitmondt.

Als de gijzelaars uiteindelijk het appartement mogen verlaten, blijkt het leeg te zijn. Door de betrokkenen te verhoren, moeten twee lokale politie-inspecteurs er zien achter te komen wat er nu juist gebeurd is, maar niemand lijkt volledig de waarheid te spreken. De twee agenten van het stadje waar de zaak voorvalt, komen naar voor als een soort lichtgelovige niet al te snuggere Jansen en Janssen (uit Kuifje) en runnen hun station als een soort familiebedrijf. Ze zijn vader en zoon en daardoor is hun werkrelatie ook erg beïnvloed.

Wendy:

“Angstige mensen wordt op de cover aangeprezen als een meeslepende roman en dat klopt helemaal. Al was het voor mij eerder een diesel dat op gang moest komen, door de start moest ik me heen worstelen. Lagen mijn verwachtingen te hoog door de vele vijf sterren-recensies? Ik moest een aantal lange zinnen toch een aantal keer herlezen en voor mij als lezer kwam het boek haast met momenten kinderlijk over.

Maar eens de auteur de verschillende personages samenbrengt met als decor het appartement kwam er een zeker ritme in het verhaal. Dialogen die met momenten hilarisch zijn maar ook broos en eerlijk, met als hoofdthema ouderschap, de twijfel en onzekerheid van elke ouder waar menig lezer zich wel zal in herkennen. Deze levenswijsheden brengt de auteur met mooie metaforen en korte stukjes die haast poëtisch aanvoelden en waar je als lezer enkel bewondering voor kan hebben.

‘Want dat is de taak van een ouder: schouders zijn. Waar de kinderen op kunnen zitten als ze klein zijn. Waar de kinderen op kunnen zitten als ze klein zijn, zodat ze de wereld kunnen zien, waar ze op kunnen staan als ze groot zijn, zodat ze de wolken bereiken, waar ze af en toe op kunnen leunen als ze wankelen en weifelen.’"

Nathalie:

De gijzelaars blijken onderling meer met elkaar verbonden te zijn dan wat het begin van het boek doet vermoeden. Het groepsgevoel en de solidariteit onder hen blijkt in het verloop van het verhaal te vergroten, wat uiteraard mooi is maar ook een beetje melig en misschien wel onrealistisch? Elk personage leer je beter kennen, en wordt ingevuld door de auteur.

De absurditeit van sommige gebeurtenissen in een nochtans heel dagelijkse setting passen echter soms zoals een tang op een varken om er overtuigd en echt geraakt door te worden.”

Onze conclusie

Wendy:

“De absurde situaties, de excentrieke personages en meerdere plotwendingen vallen als een puzzel in elkaar met een einde die de cirkel van deze vertelling mooi afsluit.

Het leven, mensen staan centraal doorheen het verhaal dat echter meer kan gezien worden als een fabel en meerdere keren spreekt de verteller de lezer aan en durft wel eens met het vingertje te wijzen. Toch blijft het niet bij levenswijsheden of herkenning, wending na wending werd ik meerdere keren op het verkeerde been gezet waardoor het verhaal een soort nieuwsgierigheid bij me opwekte en ik het boek niet kon wegleggen.

Ik ben blij dat ik dit boek als buddyread heb gelezen en niet heb opgegeven want het verhaal blijkt meer dan het begin laat uitschijnen.”

Nathalie:

“Backman slaat soms wat te veel door in zijn drammerigheid en zijn prekerigheid. In dit boek is het zeker te veel doorgeslagen in die richting. Vorige boeken van hem waren subtieler en eleganter.

Stilistisch is hij ook niet altijd even sterk. Zijn verhaal voelt niet altijd even spontaan en doorleefd aan, eerder nogal ver gezocht.

Maar het is geen probleem om je goed te voelen als je de laatste bladzijden van dit boek hebt omgeslagen, ook al vormen angst en onzekerheid een rode draad doorheen het boek. Het adagium ‘Alles komt goed’ is op dit boek zeker van toepassing. Voor mensen die een mooi feelgood boek zoeken, is dit een aanrader.”

Titel: Angstige mensen - Folk med ångest 
Auteur: Fredrik Backman
Vertaler: Edith Sybesma
Uitgever: Bokförlaget Forum - Querido
Jaar uitgave: 2019, Zweden; 2020, Nederland 

--- Als jij een reactie post op dit bericht, krijg ik hier een melding van. Ik behoud me het recht voor om je reactie te bekijken alvorens ze te publiceren. Als jij anoniem een reactie achterlaat, gelieve dan met je voornaam te tekenen zodat ik toch een idee heb van wie jij bent! Alvast bedankt.

Volg mijn blog hier

17 maart 2021

Ik ben er niet - Lize Spit

Ik ben er niet - Lize Spit

Lize Spit is ongetwijfeld een van de bekendste en best verkopende auteurs van Vlaanderen, misschien wel dé beste op dit moment. Haar debuut Het smelt ging maar liefst 210.000 keer over de toonbank (uit artikel december 2020), kreeg hier en daar de prijs van beste debuut, waaronder hier op Hebban, en werd vertaald naar maar liefst vijftien talen. Haar tweede roman Ik ben er niet verscheen in december vorig jaar, en ongetwijfeld hebben vele lezers het al gelezen. Evy en ik hebben nu ook de stap gezet en ons door dit boek van maar liefst 570 pagina’s heen geploegd. Het is serieuze ‘Vlaamse kost’ deze keer.


Met Evy 

En ploegen was het wel, ook al zegt dat niets over onze appreciatie op zich hoor. Niet alleen het aantal pagina’s maar ook de zware thematiek over psychische ziekten en mentaal welzijn maken van dit boek namelijk geen vanzelfsprekende lectuur.

Het verhaal gaat over Leo (kort voor Leonie) en haar vriend Simon die elkaar tijdens hun studies in Brussel hebben gevonden en in de grootstad zijn blijven wonen. Leo studeerde net als haar vriend én de schrijfster scenarioschrijven aan de filmschool in Brussel, en net als de schrijfster voordat zij doorbrak, werkt ze in een zwangerschapswinkel. Ze zijn bevriend met het koppel Lotte, met wie Leo samen in de winkel werkt, en Coen, een collega van Simon. Zowel Leo als Simon hebben een zware jeugd achter de rug, en het verlies van hun respectieve moeders gemeenschappelijk. Net hierdoor raakte Leo overigens aangetrokken tot hem, omdat zijn verlies herkenbaar was voor haar, en ze hierover met iemand wilde kunnen praten.

Op een avond komt Simon thuis van een avondje uit en is hij zichzelf niet meer. Leo herkent hem niet meer: ‘De Simon met wie ik dit huis verbouwd had, die in de winter aan mijn kant van het bed plaatsnam terwijl ik mijn tanden stond te poetsen, om de lakens voor me op te warmen’ is niet langer. Hij is een ‘daverende man’ geworden die ‘midden in de nacht thuiskwam en alles wat zijn vriendin leuk aan hem vond besloot te veranderen’. Door de grote veranderingen in zijn gedrag komt hun relatie onder druk te staan, hoewel er toch ook nog seinen zijn van de liefde voor elkaar. Simons toestand verslechtert steeds meer en dit is het punt waar de tweede verhaallijn van het ‘nu’ , die Leo volgt in haar weg om Simon te zoeken nadat hij door zijn psychische ziekte iets ergs heeft veroorzaakt, samen valt met de onderliggende verhaallijn die vertelt hoe ze in dit 'nu' terecht zijn gekomen.

Verschillende tijdlijnen die je het verhaal inzuigen

Nathalie: Vanaf het begin van het boek word je meegezogen in het ‘nu’ waarin er iets ergs is gebeurd, en waarvan Simon blijkbaar de aanstoker is. Leo’s fietstocht naar de plaats van het onheil kan je van punt tot punt in Brussel mee volgen, zeker als je weet over welke straten het gaat. In de andere verhaallijn leer je dan het verhaal van hen samen kennen, en hoe Simon is veranderd in een persoon waar je door zijn stoornis niet meer weet wat je ervan kan verwachten.

Evy: Allereerst moet ik misschien starten met te zeggen dat ik Het smelt niet heb gelezen en me ook niet heb toegelegd op de korte inhoud van Ik ben er niet. Ik ben er dus echt blind ingegaan. Dat levert waarschijnlijk een andere leeservaring op dan wanneer je je al hebt ingesteld op een bepaalde stijl of een bepaald thema.

Lize Spit gebruikt twee verschillende tijdlijnen om het verhaal te vertellen. Het 'nu' waarin er iets ergs gebeurt, en de geschiedenis van de hoofdpersonages die de aanleiding vormt voor de catastrofe die zich in het nu afspeelt. In het begin van het boek liggen niet alle puzzelstukjes op tafel en diegene die er liggen, staan te ver van elkaar af om er als lezer al een beeld mee te kunnen vormen. Naarmate het verhaal vordert, krijg je meer informatie en daarmee gepaard komt de angst voor de afloop ook opzetten. Lize Spit start haar boek heel sterk, want ze zet je direct op scherp door een setting te creëren waarin je wel weet dat er íets is gebeurd, maar je hebt geen idee wat. Dat levert eigenlijk vanaf bladzijde één een adrenaline-rush op (die het hoofdpersonage Leo ook voelt).

Thema en personages: onlosmakelijk verbonden

Evy: Het thema is heftig en Lize Spit slaagt erin om het heel geloofwaardig te houden. Ze bespreekt door middel van fictie het taboe dat er hangt in onze samenleving op het onderwerp 'mentale gezondheid'. Ze probeert een stem te geven aan iedereen die ermee te maken heeft, waarbij in dit geval de partner het merendeel van de aandacht krijgt. Wat opvallend knap is hoe ze situatie creëert die vrij extreem is, maar waar toch iedereen bepaalde herkenningspunten uit zal kunnen halen of in ieder geval begrip voor kan opbrengen.

Nathalie: Ook al merk je bij Spit een groot psychologisch inzicht, toch heeft ze met haar tweede roman geen uitgediepte psychologische roman afgeleverd. De jeugd van de beide hoofdpersonages komt bijvoorbeeld slechts in stukjes naar boven tijdens het verhaal en de lezer krijgt geen volledige uitgewerkte kijk op hen geserveerd. Daarvoor moet ‘gewerkt’ worden. Het boek bestaat uit aparte stukken en anekdotes die je zelf tot één geheel moet verweven. Maar de personages staan er wél, met hun volledige rugzak onderweg en met elkaar. In plaats van veel melodrama maakt de schrijfster er een erg spannend verhaal van, zoals we dat ook zagen in haar debuut, en werkt ze zoals het een scenariste betaamt, naar een geweldig plot toe.

Sobere stijl

Nathalie: Ik denk dat dit boek stilistisch sterker is dan Het smelt. De taal van Lize is voller en rijker geworden, toch blijft ze sober in haar beschrijvingen. Door de zware thematiek en de repetitie van de steeds erger wordende manische en depressieve perioden van Simon kon ik niet snel verder lezen, en dit maakte het boek in zijn geheel ook wat té lang naar mijn smaak. Simons depressieve perioden worden langer en zwaarder, zijn paranoia wordt dan ook erger en erger. In zijn manische buien denkt hij dat hij alles aan kan, verandert hij van werk, en droomt hij van grote projecten. Leo komt meer en meer alleen te staan: ze probeert haar vriend zo goed en zo kwaad als mogelijk bij te staan en hem tegelijkertijd te behoeden voor de bemoeienissen van buitenaf, terwijl eigenlijk best hulp zou inroepen. Het is ook de schaamte die haar tegenhoudt om hiertoe over te gaan. Zo komen er breuken in hun relatie omdat zij het niet kan volhouden, en tegelijkertijd een breuk met de grote boze buitenwereld, en vormen zij een eilandje op zich. Lotte en Coen zijn niet hun spiegel maar hun sidekicks. Leo wil zich enerzijds optrekken aan Lotte, maar anderzijds haar vriend niet afvallen. Hierdoor komt ze in een ondoenlijke spagaat terecht. Hierdoor komt ze in een ondoenlijke spagaat terecht. Simon op zijn beurt gebruikt Coen zonder dat die laatste het weet als zijn vijandbeeld.

Evy: Tijdens het lezen ben ik gaan opzoeken hoe oud Lize Spit is, want de manier waarop zij in dit boek aan haar personages sleutelt en het onderwerp 'psychische gezondheid' vormgeeft toont aan dat ze een oude ziel heeft. Dat kan niet anders. Het is onmogelijk om het over de impact van dit thema (mentale gezondheid) te hebben, zonder daarbij de diepgang van de personages te benoemen. Simon en Leo, Leo en Simon, zij twee tegen de hele wereld. Zo voelt het aan. Maar toch brengt Spit ook daar scheuren aan, waardoor Simon en Leo op afgebroken ijsschotsen komen te zitten die steeds verder van elkaar en van de rest van de wereld afdrijven. Wie is er 'goed' en wie is er 'slecht' in dit verhaal? Dat is iets waar je je als lezer het hoofd over breekt en waar je ook na het lezen nog uren over loopt na te denken. Meestal vorm je je als lezer een mening over de personages en over wat er allemaal gebeurt in een boek, maar in dit geval is dat gewoon niet zo eenvoudig. Keur ik de acties van Leo goed? Begrijp ik wat ze doet? Begrijp ik hoe ze Simon behandelt?

Overweldigende consequenties

Evy: Dingen gebeuren, net zoals dat gaat in het 'echte leven', en je overziet niet altijd de consequenties van je eigen daden. Zoiets is er ook aan de hand in Ik ben er niet. Dat maakt trouwens het geheel niet minder droevig om te lezen en daardoor is Ik ben er niet met momenten geen prettig boek om te lezen. Lize Spit neutraliseert het thema wat door haar sobere schrijfstijl en brengt een spanning in het verhaal aan, waardoor je de noodzaak voelt om door te lezen, maar mijn maag kromp toch enkele keren in elkaar tijdens het lezen. Ik heb vrij snel een fysieke reactie op een boek, maar zelfs ik vond dit vrij heftig.

De titel is zo goed gekozen en dat viel me pas op toen de exacte woorden van de titel in het boek werden genoemd. Ik kan nu, na het lezen van het boek, zelfs weemoedig worden door alleen aan die titel te denken en waar die woorden voor staan. Het is moeilijk om het volledig uit te leggen zonder spoilers weg te geven, maar de dubbele betekenis die erachter zit slaat de nagel op de kop.

Nathalie: Ik ben er niet is een overweldigend boek dat je meeneemt in de wereld van de psychische gezondheid. Ik ken wel wat mensen die ik dit wil aanraden. Het is spannend, erg goed geschreven en brengt een sociaal-realistisch verhaal waarin dit soort problematiek in zijn context gezien kan worden en wat voor effecten dit kan hebben op de omgeving van de persoon die hiermee getroffen wordt. Ook ik werd fysiek getroffen door dit verhaal. De laatste tijd word ik nogal geraakt door heftige verhalen maar dit is er nog een graadje over. Ik heb al in tijden geen thrillers meer gelezen, maar ik denk niet dat veel boeken die ik het laatste jaar heb gelezen qua spanning en echte heftigheid het kunnen halen bij dit boek. Ook al kon het boek me niet echt ontspannen, verdient het toch alle lof van mij, net doordat het me zo bezig hield.

Waardering

Nathalie: vier sterren
Evy: vier sterren

Deze blog werd eerst gepubliceerd op Literatuur onder de Loep

Titel: Ik ben er niet 
Auteur: Lize Spit 
Uitgever: Das Mag
Jaar uitgave: 2020 

27 februari 2021

Het vloekhout - Johan de Boose (buddyread)

Samen op zoek naar de functie van Het vloekhout




Cover Het vloekhout

Voor de buddyread die ik in februari had gepland, heb ik mijn Hebbanvriendinnen Katrien en Saskia kunnen warm maken. Het boek Het Vloekhout van Johan de Boose werd in 2019 genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs maar moest uiteindelijk de duimen leggen tegenover De goede zoon van Rob van Essen. Met dit boek maken we een reis doorheen tijd én ruimte.


Het verhaal

Het vloekhout is een boek van de Belgische auteur en doctor in de Slavistiek, Johan de Boose (1962), dat op maar weinig bladzijden een aantal hoogtepunten uit 2000 jaar cultuurgeschiedenis verpakt. Omdat geen enkel persoon zo lang kan leven, kwam de Boose uit bij een stuk hout als hoofdpersonage en dan nog wel uit het ik-perspectief. Het ‘vloekhout’ waarvan sprake kan denken, voelen, in diverse talen spreken met andere objecten maar niet met mensen. Hij kan ook niet bewegen uit zichzelf. Het zit vast in zijn ‘lichaam’ en is afhankelijk van zijn eigenaren om overal naar toe genomen te worden of te overleven totdat een volgende persoon hem terugvindt.

Zijn leven begint als boom op een hoge berg in Palestina, waar hij gade moet slaan hoe de jonge Maryam wordt verkracht door een aantal Romeinse soldaten. De zoon die eruit geboren wordt, Jesjoea, voelt dat hij de zwaarte van de hele wereld op zijn hoofd moet torsen en is daar volgens het hout, dan nog de boom, te gevoelig voor. De boom wordt tot zijn eigen afgrijzen omgekapt en van het hout wordt het kruis gemaakt waaraan Jesjoea door de hand van de Romeinen zal sterven. En waar er gehakt wordt, blijven er spaanders over: ons ‘vloekhout’ blijkt zo als deel van het kruis te overleven, die al deze momenten voor de rest van het boek met zich zal meedragen en hier af en toe naar zal verwijzen. Een Romeinse reiziger, Gaius, doet het hout belanden in de grond van Belgica waar het 12 eeuwen later wordt opgegraven door 2 Moskovische monniken, Godsboterhammetje en Goedgeborene. Die eerste vermaakt het opgegraven stuk hout tot een Russisch icoon waarop de heilige maagd Maria wordt afgebeeld met ‘geloken ogen’. In deze vorm wordt ons vloekhout erg van belang voor zijn verschillende opeenvolgende eigenaren en bij elk van hen brengt het een siddering teweeg als ze het aanraken.

Onze bespreking

Katrien: Deze auteur kende ik niet. Ik heb hem eens gezien in een televisiereportage en hij leek mij een bijzonder man, hij intrigeerde me. Toen de kans zich voordeed om samen een boek van zijn hand te lezen en ook te bespreken, heb ik die niet laten liggen. Johan De Boose heeft mij overdonderd. Zijn schrijfstijl gooide me in het diepte en ik kreeg het gevoel dat ik amper kan zwemmen.

Saskia: Ik heb Johan de Boose ontmoet bij de uitreiking van de Libris-prijs. Hij was een van de genomineerden. Zijn boek had ik nog niet gelezen maar het boek had ik wel al gekocht en hij heeft het ter plekke voor me gesigneerd. Helaas kwam ik er niet eerder aan toe om het te lezen. Ik ben blij dat ik met Katrien en Nathalie dit boek samen heb mogen lezen.

Nathalie: Aan de ene kant bevat dit verhaal heel wat verwijzingen naar geschiedenis, filosofische stromingen, grote literaire werken, enz. en aan de andere kant stoot je op het avontuur en de humor in de nuchtere observaties en ironische commentaren van het vloekhout, de ingrediënten van een zogenaamde schelmenroman, oftewel een soort roadmovie doorheen de tijd.

Het goed uitgewerkte religieuze aspect is een vruchtbare aarde waarin de lezer naar believen kan graven en er kan uithalen wat voor hem/haar belangrijk is. Dat kan je ook verder in dit artikel lezen. Andere gebeurtenissen of thema’s worden soms maar kort aangeraakt waarover ik ook wel meer had willen lezen. Het is dan ook een wikipedia-boek, een boek dat je kan aanzetten om dingen op te zoeken en waarvan je je bedenkt hoe je dit zonder ‘tinternet’ had kunnen begrijpen in zijn meerlagigheid en zelf niet zo veel van de beschreven gebeurtenissen op de hoogte bent. Ik ben zelf bv. ook niet opgegroeid als een bijbelvaste katholiek.

Saskia: Het boek is uit en mijn hoofd is vol. Het vloekhout is in de hemel maar gaat wellicht toch nog ter ziele. En daarmee kom ik meteen bij een van de vragen die voor mij opdoemen. Is het vloekhout een personificatie van God? Of is het minder groots en is het een bezield en daardoor wat magisch voorwerp?
Er zijn aanwijzingen die erop duiden dat het vloekhout wel degelijk een Goddelijke status heeft. Tegelijkertijd vindt het Vloekhout zelf dat goden verzinsels van mensen zijn, die niet veel goeds brengen. In onze op christelijkheid gebaseerde maatschappij voeren wij God vaak als getuige aan. Dit gebeurt onder andere bij het afleggen van een eed en bij het sluiten van het huwelijk.
De alwetendheid van God komt ook op meerdere plaatsen in de bijbel terug en het vloekhout vervult een zelfde functie. Hij slaat de geschiedenis gade, heeft mededogen met alle deelnemers, hoe verkeerd ze ook handelen maar hij veroordeelt hen nooit. Hij is zelfs in staat verdriet te voelen over het sterven van Stalin die zijn eigen zoon de dood injaagt. Zie hieronder toepasselijke uitspraken uit de bijbel.
In Psalm 139:1-4 staat : ‘Heer, U kent mij door en door. U weet alles van mij, waar ik ook ben. U weet alles wat ik denk. U bent dag en nacht bij mij, U weet alles wat ik doe. U kent elk woord van mij, nog voordat ik het heb gezegd.’ En Spreuken 15:3 zegt: ‘De Heer ziet alles wat er gebeurt. Hij ziet de daden van goede en van slechte mensen.’ En in 1Kronieken 28:9 ‘Want de Heer weet alles wat er in je hart en in je gedachten is’.

Katrien: Het vloekhout lijkt het hoofdpersonage te zijn dat vele vormen aanneemt, of is het vloekhout een mysterie dat door de jaren heen haar eigen reis maakt en als goed of kwaad fungeert? Of is het vloekhout de burger zelf die meerdere veranderingen heeft doorstaan? Maryam is misschien wel de weerspiegeling van het hoofdpersonage. Volgens mij kan het vloekhout gewoon ‘God” zijn, want God is altijd nabij net zoals het vloekhout overal meereist.

Het feit dat op het vloekhout een icoon komt, waarop Maryam met geloken (klinkt eens anders dan gesloten) ogen geschilderd wordt, kan ons duidelijk maken dat we ziende blind zijn, dat we niet zien waar het allemaal om draait in het verhaal, in de wereld of bij onszelf. Kan het ook een soort schaamte zijn? Dat we beschaamd moeten zijn als we in de spiegel kijken? Dit is dus nogmaals een sarcastische of paradoxale gedachte van de auteur.

Nathalie: Het vloekhout reist door de tijd en door de ruimte – ook letterlijk als hij in de handen komt van een jonge Russische kosmonaut. Je vraagt je als lezer af welke functie dit stuk hout nu eigenlijk heeft, wat je er juist achter moet zoeken. Door zijn afkomst is het religieus van belang, het evolueert van een relikwie (een object dat in aanraking is geweest met de profeet) naar een icoon dat bescherming en geluk brengt voor de drager ervan. Daarnaast is het kritisch en ironisch naar zijn eigenaren en naar de mensheid toe, en hoe het zelf verafgood wordt, en komt het pas laat op zijn reis in contact met verlichte geesten die het humanistische in plaats van het religieuze vooropstellen. De periodes waarin hij met onnoemelijk leed geconfronteerd wordt, toont het hout zich een mee-levende en mee-lijdende compagnon. Het hout zoekt naar een rechtvaardiging naar hoe het zelf ge- of misbruikt wordt door zijn verschillende eigenaren, en vindt het allemaal op z’n minst maar eigenaardig.

Saskia: Hoewel het vloekhout aardig wat goddelijke trekken lijkt te vertonen, zijn er ook andere reacties. Het heeft zelfs iets menselijks. Daarmee zou het de vleesgeworden god kunnen zijn hoewel je beter van houtgeworden god kunt spreken. Bezield is het zeker, het levert commentaar, verandert van mening en degenen die het betasten raken erdoor geobsedeerd. Het laat niemand onberoerd, heeft geen hoge pet op van religie maar geeft wel om de religieuzen die op zijn pad komen.

Terwijl het vloekhout door de wereld reist en van uiterlijk verandert, snijdt de schrijver de ene na de andere filosofische kwestie aan. Zo is er een debat over de ziel: is die individueel of goddelijk? Het antwoord erop kennen we niet, net zomin lukt het ons niet erachter te komen wat de status van het vloekhout is. Zo verlangt het vloekhout ernaar om mens te zijn terwijl de mens graag als God wil zijn, naar de sterren wil reizen en allerlei hoogdravende plannen heeft die hem een haast goddelijke status bezorgen.

Nathalie: Een kleine spoiler die volgens mij gerechtvaardigd is, is het streven van het vloekhout naar het zelf menselijk zijn. Dit verwoordt het op het einde van het boek prachtig als volgt met een referentie naar de Maryam die hij aan het begin van het boek heeft leren kennen: “Ik wil een laatste metamorfose, een gedroomde metamorfose: in plaats van een boom die schaduw geeft, wil ik een mens worden die danst met blote voeten op de hete aarde, lachend op zoek naar een boom die schaduw geeft’.

Het is wel erg toevallig dat het hout telkens aanwezig is bij een aantal belangrijke gebeurtenissen van onze westerse Europese geschiedenis. Nou ja, dat is natuurlijk al even aannemelijk als dat van een stuk hout met een eigen verhaal, dat met andere objecten converseert en zelf best ijdel is. De plotse switch in thematieken en zelfs in het perspectief in een hoofdstuk naar het einde toe van een would-be terrorist die in Molenbeek in Brussel rondloopt, lijkt gezocht en moeilijk te plaatsen. Het blijft raden naar de reden voor deze plotse verandering. Dit doet voor mij wat afbreuk aan het hele boek.

Katrien: De zinnen zijn krachtig en moeten met de nodige aandacht worden gelezen of er zal je veel ontgaan. Soms heb ik een zin of een passage meermaals moeten lezen om echt te begrijpen waarover het ging. Johan de Boose kan in weinig woorden heel veel zeggen. Door het verhaal heen kom je heel veel stellingen tegen.

“Onze woorden zijn gevaarlijk, niet onze hoofden waarin onze woorden wonen.”

Het schrijnende doorheen het verhaal beschrijft hij zeer beeldig en met heel veel respect.

“Oculi is wat men noemt een filosoof. Hij ziet eruit als de bodem van een glas en past precies op de neusberg van een mens, waar hij diens versleten ogen weer jong maakt.”

Dit is volgens mij een leuze. Gans het boek is doorspekt van dergelijke mooie, krachtige en zeer doordachte zinnen. Hier is er nog zo een zin, een doordenkertje als je het mij vraagt.

“De tijd is blind. Je kan de toekomst niet zien en als de toekomst heden is, kan zij mij niet meer zien.”

“Bij het aanraken van het hout, krijgen ze een siddering of een schok of een niesbui”

Dit kan volgens mij naar religieuze mensen verwijzen die overtuigd zijn dat God overal aanwezig is, máár door het telkens zeer expliciet te vermelden, wordt dit, volgens mij, gezien als zijnde dat de tegenwoordigheid van God niet bestaat.

“De filosofie kan meer kennis vergaren dan de godsdienst, maar ze kan het mysterie niet overstijgen.”

“Hoe meer kennis van het mysterie, hoe groter de verwondering van het schepping.”

“Religie is de wetenschap van wat we nog niet weten.”

Nog enkele bemerkingen of gedachten:

“Ik heb achterom gekeken in de tijd om te zien wat de toekomst is.” (woorden van Jesjoea)

“Bij het luisteren van het adagio uit Mozarts drieëntwintigste pianoconcerto voel je je hoofd leeglopen, er komt ruimte vrij voor rust en ontspanning.” Deze muziek vind ik dan wel niet passend bij Stalin.

Er wordt gedacht dat de vrouw op het icoon niet Maria is maar Tiresias, de blinde ziener uit de Griekse mythologie. Kan dit mijn bemerking dat de gesloten ogen ‘het ziende blind zijn’ bevestigen?

Onze icoon wordt drie maal doorboord. Dit zou een verwijzing kunnen zijn naar de haan die drie keer gekraaid heeft, vooraleer Petrus Jezus verraden heeft.

“Het leven moet niet de inhoud van de kunst zijn, de kunst moet de inhoud zijn van het leven.”

Telkens eindigt de rol van het vloekhout en telkens transformeert het, speelt het een andere rol. Dood en leven. Sterven en opnieuw geboren worden.

Als je het vloekhout op de tijdlijn plaatst vanaf de verkrachting van Maryam tot aan de verdwijning in het heelal van het vloekhout kan je bijna zien in welke periodes het geloof zegevierde en waar het werd beschimpt en verketterd. Op het einde is het geloof weg, het distantieert zich van de mens en zweeft doelloos rond in het heelal.

Saskia: Het gebruik van tegenstellingen zoals het verlangen van mens tegenover dat van het vloekhout kom je vaker tegen in dit boek. De Russische monniken begaan bijvoorbeeld keer op keer zonden die ze vergelden door boetedoening. Het weerhoudt hun er niet van om te zondigen. En ook staat de toekomst regelmatig tegenover het verleden.
Het vloekhout is zowel een symbool van twijfel als troost, van hunker en van wanhoop. Het brengt het beste en het slechtste in de mens naar boven. Hoewel dat laatste hun zonder zijn aanwezigheid ook prima afgaat gezien de vele moorden door de eeuwen heen. Johan de Boose laat schilder Kazimir hierover zeggen: ‘De mensheid houdt niet op zichzelf te vernietigen, heruit te vinden en opnieuw te vernietigen’.

Samenvattend zie ik in Het Vloekhout een humoristisch reisverslag van een stuk hout dat filosofische overpeinzingen strooit, ons een lesje in mededogen geeft en niet schuwt ons te laten zien dat de mens tot zowel grootse als verschrikkelijke daden kan komen. Dat alles doet hij zonder er een oordeel over te geven. Het ene moment lijkt het boek te zeggen dat er ‘Iets’ is dat boven het aardse uitstijgt. Het andere moment spuit het vloekhout, dat notabene aanzet tot deze gedachten, kritiek op de behoefte van de mens om goden te creëren. Zijn wij blind dat we God niet zien? Of is God blind en moeten wij hem leren kijken? Het Vloekhout is simpelweg nooit uit. Het moet telkens weer bezinken.

Nathalie: Het werd niet op de flap van dit boek vermeld, maar twee gebeurtenissen uit de geschiedenis die aan bod komen in dit boek, zijn uitgewerkt in twee eerdere romans van deze auteur, Gaius en Jevgeni. Onder de noemer ‘trilogie’ worden er wel meer boeken gecatalogeerd die op een of andere manier samenhangen, maar deze romans staan hoe dan ook op zichzelf. Voor wie door de Libris-nominatie deze roman in handen is gekomen, en meer wil lezen van deze auteur, is het uiteraard een goede stap om deze vroegere werken ook ter hand te namen.

Alle drie gaven we dit boek vier verdiende sterren, die ons, de lezers, de weg hebben gewezen.

Titel: Het vloekhout 
Auteur: Johan de Boose
Uitgever: De Bezige Bij
Jaar uitgave: 2018 

17 januari 2021

Reisverslag van een kat - Hiro Arikawa

Een roadtrip doorheen Japan over loyale vriendschappen


Met Joëlla van den Broek


Cover Reisverslag van een kat - Hiro Arikawa


Hiro Arikawa (1972, Kochi) is een Japanse schrijfster. Ze brak internationaal door met het boek Reisverslag van een kat dat na in 2015 in Japan te zijn uitgebracht in het Engels verscheen in 2017 en nog eens 2 jaar later in het Nederlands, vertaald door Sander Schoen. Het is een titel waarop vooral positieve en goedgezinde reacties verschenen zijn, die mensen - en ons ook – vooral ontroerd heeft. Joëlla en ik hebben dit boek beiden gelezen zonder te weten wat we ervan konden verwachten.

Het verhaal

Arikawa neemt ons mee op een roadtrip door de ogen van kater Nana, ja ondanks de naam een mannetjeskat. Nana heeft zich een tijd lang als straatkat goed uit de slag getrokken maar sinds een ongeluk aan een van zijn pootjes kreeg hij een baasje, de alleenstaande dertiger Satoru, die zich over hem ontfermde. Sindsdien zijn beiden alles voor elkaar gaan betekenen en onafscheidelijk. Satoru heeft op een aantal plaatsen in Japan gewoond sinds zijn jeugd en heeft vroeger als kind een andere kat gehad, Hachi, waar hij al afscheid van heeft moeten nemen. Hachi betekent acht, deze kat had namelijk een vlekje dat leek op het Japanse teken voor ‘hachi’. Nana betekent in het Japans dan weer zeven, omdat de naar boven gerichte knik in zijn staart Satoru dan weer aan dat cijfer doet denken. Beide katten zouden erg op elkaar lijken; ze zijn ook beiden wit, terwijl er op de cover van de Nederlandse uitgave toch een zwarte kat staat afgebeeld. Bij het begin van dit boek vertrekt Satoru met Nana in een zilverkleurig minibusje naar een aantal oude vrienden van hem. Hij zal hen vragen of een van hen zijn kat niet wil overnemen omdat hij er na vijf jaar niet meer voor kan zorgen.

+++

Joëlla: We lezen over het verleden en het heden van Satoru en ontdekken hoe hij verschillende vriendschappen is aangegaan in verschillende fasen van zijn leven. Met de Japanse namen had ik soms wel wat moeite. Je volgt het boek en de reis door de ogen van de kat Nana, die het verhaal naar de lezer overbrengt.

Nathalie: Het boek is erg gemakkelijk geconstrueerd. De verschillende vrienden van Satoru staan voor een bepaalde periode uit zijn leven, waarin hij hen heeft leren kennen. Hij heeft op enkele scholen gezeten en is nadien in Tokyo gaan studeren. Satoru is blijkbaar niet alleen een kattenmens, maar heeft ook altijd veel voor mensen gegeven, van wie hij ook veel teruggekregen heeft. Het waren stuk voor stuk vriendschappen zonder tierlantijnen waar nog geen hightech en sociale media tussen zaten. Ondanks een zware tegenslag heeft hij zo toch heel wat van zijn leven kunnen maken.

Joëlla: De reis is uiteraard met een bijzondere reden ondernomen. De liefde tussen mens en dier wordt erg mooi verwoord in het verhaal. Door de verschillende hoofdstukken word ik gemakkelijk telkens weer in het verhaal getrokken. Alsof je zelf met hen in Japan wandelt en in het busje samen rondreist en de vrienden mag ontmoeten. Je maakt samen de reis, je bent er bij. Ik vind de beschrijving van de omgeving ook erg beeldend.

Nathalie: De kat heeft een humoristische ietwat sarcastische ondertoon meegekregen in het verhaal dat hij vertelt, maar die wordt opzij gezet als de verhalen van de jeugd van Satoru aan bod komen die hij aanhoort, die hij dus niet mee heeft beleefd. Die verhalen geven ook een beeld mee van hoe Satoru in het hedendaagse Japan is opgegroeid.

+++

Als Nana erachter komt dat hij zou wegmoeten van Satoru en waarom, probeert hij er alles aan te doen om dit te vermijden en door enkele slimme trucs slaagt hij daar telkens ook in. Verderop in het verhaal wordt het einddoel van de reis de tante van Satoru, Noriko, ook zijn dichtst bijstaande familielid. Hoewel ze geen kattenmens is, probeert ze het vanwege haar neef toch met Nana, en slaagt ze daar wonderwel uiteindelijk toch in. 

+++

Joella: De pijn, de laatste reis komt keihard bij me binnen als ik hierover lees. De ziekte van Satoru is allesverslindend. De aftakeling, het verdriet, de oneerlijkheid. Dat is wat me zo diep raakt, omdat ik het ook zelf heb meegemaakt. De humoristische toon van Nana maakt het luchtiger, even die druk weg nemen. Even samen adem halen. En het afscheid aan het einde van het boek beleef je ook mee. Maar deze reis zul je je voor altijd herinneren. 

Nathalie: Hoe loyaal een huisdier kan zijn, heeft de schrijfster goed in de verf gezet. Naast de vriendschap heeft zij hiermee een ode aan de huisdieren gebracht. Het is een heel leuk boek voor kattenliefhebbers. Niet alleen kattenmensen komen overigens aan hun trekken, ook enkele honden komen er in voor, die al dan niet erg vriendelijk tegen Nana doen trouwens.

+++

Conclusie

Joëlla: Het verhaal is rustig opgebouwd, en op het einde heb ik een traantje moeten wegpinken. Wij hebben zelf namelijk ook een huisdier, een zelfde ras hond die ook in het boek voorkomt, een shih tzu. Het boek heeft me daarom ontroerd. Ik wou telkens verder lezen, en van elk hoofdstuk heb ik genoten. Satoru die zoveel liefde geeft aan mens en dier. Na alles wat hij heeft mee gemaakt. Dat mag voor ons een les zijn. Dit boek zal dan ook in mijn geheugen gegrift staan. Ik geef het 4 sterren.

Nathalie: Dit is duidelijk een feelgood boek met dat tikkeltje meer. Korte zinnen, korte hoofdstukken waardoor het wat staccato overkomt maar waar toch veel in wordt verteld. Terwijl het verhaal van Satoru soms wat klef en melig overkomt, is de kat gelukkig wat humoristischer en is het geheel daarom meer in balans. Ik kon een en ander uit het boek halen over de levensstijl van een aantal doorsnee Japanse mensen, en tegelijkertijd is het lief en ontroerend. We worden bovendien ook nog meegenomen naar het tweede grootste eiland van Japan, Hokkaido dat erg mooi beschreven wordt. Ik heb er geen moeite mee om dit boek 4 sterren te geven. 

Deze blog werd ook gepubliceerd op Antwerpen Leest

Titel: Reisverslag van een kat
Auteur: Hiro Arikawa
Vertaler: Sander Schoen
Uitgever: Ambo Anthos
Jaar uitgave: 2019

Populaire blogs