Zoeken in deze blog

10 april 2026

Waak over haar - Jean-Baptiste Andrea

Een overweldigend en terecht bekroond fresco van het 20ste eeuwse Italië


Boekcover

Een episch liefdesverhaal over de briljante leerling- beeldhouwer Mimo (Michelangelo) Vittaliani, geboren in een arme steenhouwersfamilie, en Viola Orsini, dochter van de belangrijke adellijke familie Orsini uit Genua: dit is het prachtige prijswinnende boek “Waak over haar” (Veiller sur elle) van de Franse auteur Jean-Baptiste Andrea.


Andrea sleepte zowel de prestigieuze Prix Goncourt als de Prix Fnac in de wacht met dit boek, na al hoge ogen te hebben gescoord met onder meer zijn minder barokke (maar niet minder heftige) roman “Honderd miljoen jaar en een dag”. Martine Woudt tekende voor de Nederlandse vertaling, die me ook al heel wat schoons uit het Franse taalgebied heeft geschonken.

Dit boek is overweldigend, veelomvattend, rijk aan actie en plottwisten. In zo'n 400 pagina's neemt Andrea je mee door de turbulente 20ste-eeuwse geschiedenis van Italië. Kunst en cultuur, feminisme, klassenstrijd, de opkomst en ondergang van het fascisme, de macht van het Vaticaan en de rol van de kunstenaar in dat alles – het komt allemaal voorbij. Zelfs de beginjaren van de Italiaanse film krijgen aandacht, met de legendarische Romeinse filmstudio Cinecittà die Mussolini hoogstpersoonlijk liet bouwen.

Vooral is deze vuistdikke roman bevolkt door de vele kleurrijke personages uit de omgeving van Mimo en de familie Orsini, waar Mimo uiteindelijk helemaal door zal worden opgenomen. Viola zal hij echter niet krijgen, vanwege hun beider afkomst maar vooral ook omdat ze elkaars opposanten zijn.

De roman is slim opgebouwd en past als een cirkel in elkaar. Het levenseinde van Mimo wordt al in de begin- en tegelijkertijd de slotscène van het boek beschreven. In het klooster waar hij de laatste 40 jaar van zijn leven heeft doorgebracht, ligt Mimo Vittaliani op sterven, omgeven door de abt en de monniken. Zelf is hij nooit als religieuze gewijd. Er moet nog wel een geheim worden onthuld in de loop van het boek. Hoe komt het dat er van Mimo maar weinig werken zijn overgebleven van hem en zijn echte pièce de résistance, de Pietà Vittaliani is weggestopt in datzelfde klooster, ontoegankelijk voor de buitenwereld? De auteur is ook beeldhouwer geworden: het eindresultaat zit al in de steen, of in dit geval het geheim in dit boek vervat, het moet er alleen nog “uitgehouwen” worden.

Je kan houden van zowel ingetogen als overvloedige boekwerken. Bij mij staat het één het ander niet in de weg. De maatschappelijke discussies en de opkomst en de neergang van het Italiaanse fascisme in dit boek zijn boeiend en leerrijk wegens nieuw voor mij. Kunst en liefde worden gebruikt als een element in de klassenstrijd.

Mimo werkt voor zijn kunstwerken op bestelling voor de kerkelijke en de steeds verschuivende politieke machten, maar levert telkens iets anders af dan er van hem wordt verwacht. Hij gebruikt het geld van zijn opdrachtgevers om zijn ambities waar te maken. Tot in de 20ste eeuw waren het rijke mecenassen, nu gaat dit dikwijls over het niet durven kwijtspelen van subsidies: wat is er nieuw aan?

Zowel Viola als Mimo waren in hun tienerjaren dromers die toen samen veel tijd doorbrachten, maar moeten en route leren rekening houden met hun omgeving als beperkende factor en proberen zich elk op hun eigen manier daartegen af te zetten. Viola blijft zich verzetten tegen de institutionele machten met dank aan haar erfenis, en kijkt er als de meest intelligente telg op toe dat haar familie niet te veel schade ondervindt van de kerende trend tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Mimo is tijdens zijn leven altijd klein gebleven, 1m40. Of hij aan dwerggroei leidde, wordt niet helemaal duidelijk. Na meedogenloos gepest te zijn geweest in het atelier waar hij als leerling terechtkwam, komt hij in aanraking met de volkse circuswereld waar hij zich eindelijk onder gelijken voelt. Daar zie je de steeds weerkerende dualiteit bij hem: hij wordt er bekeken voor wie hij echt is, maar wil zich tegelijkertijd niet identificeren met “zijn groep” noch er zich tot laten reduceren.

Dit boek behelst zo veel dat je je erin kan verliezen. De prachtige beeldrijke taal en de beschrijvingen van het Pietra d’Alba-plateau zijn de kersen op de al zwaar beladen taart. Op VRTMax loopt er nu een tv-reeks over de geschiedenis van fascistisch Italië, “Mussolini, son of the century”, wat me een mooie aanvulling lijkt.


Boek gelezen en besproken met de Merksemse leesclub


Titel: Veiller sur elle | Waak over haar
Auteur: Jean-Baptiste Andrea
Vertaler: Martine Woudt
Uitgever: Editions Iconoclaste | Uitgeverij Oevers
Jaar: 2023 | 2024

09 april 2026

Gelezen januari - maart 2026

Wat ik las in januari, februari en maart 


Er was een tijd dat ik bijna constant las als ik eenmaal thuis was. Dat is de laatste twee, drie jaren wel veranderd. Toch lees ik af en toe nog eens een boek, en bespreek ik er af en toe zelfs nog één. Veel minder moet ik toegeven. 
In de plaats daarvan zijn er meer bezorgdheden en verplichtingen bijgekomen, maar ook andere activiteiten en mooie dingen die een mens goed doen. Toegegeven, de mangelende concentratie door de constante pings op mijn GSM en de overprikkeling door mijn sociale media met de crisissen van deze wereld erbovenop doen mij ook echt geen goed.  

In de eerste drie maanden van dit jaar las ik drie heel verschillende romans en twee onvergelijkbare, ontwrichtende dichtbundels


 

Drijven van Myrthe van Velden en Lander Severins: 
Soms spreiden artiesten hun gave van het woord over verschillende genres heen. Myrthe van Velden en Lander Severins zijn zo een duo. Al op jonge leeftijd mochten ze al proeven van het succes met maar liefst drie cabaretshows die een massa volk naar het theater hebben gelokt en hun nominatie in 2021 voor de Neerlands Hoop Cabaretprijzen. Hun debuutroman "Drijven" is een pakkend en humoristisch verhaal in boekvorm net als bij hun theatershows. Een heel realistisch en vlot verhaal om te lezen. Meer lees je in mijn boekbespreking. 

Mythen en stoplichten van Alara Adilow:  

Wat een krachtige sterke stem, die Alara Adilow! Oppassen geblazen voor dit speciale poëziedebuut dat erg de moeite waard is. Over verlies, trauma, wonden proberen te helen, gelaagde identiteiten, vrouwen die strijden voor zichzelf,..

District & Circle van Seamus Heaney: 

Dit zijn twee bundels in een tweetalige versie - nee, geen écht Iers oftewel Gaeilge natuurlijk - van deze Noord-Ierse Nobelprijswinnaar samengebracht. Hoewel best ingewikkeld heb ik deze bundel niet opgegeven. De gedichten waren heel verhalend en schepten een bepaalde sfeer, veel oudere woorden begreep ik zelfs niet in het Nederlands maar toch bleef dit boeiend. Dit was totaal iets nieuws ten opzichte van wat ik meestal lees. De Antwerpse bibs zijn steeds verrassend! 

De Damiaanhoeve van Chris De Stoop:

De Damiaanhoeve van de diepgravende journalist/auteur Chris De Stoop was een eerder afstandelijk en droog literair true crime verhaal dat zich afspeelt in de Maasvallei waar er eind de jaren '90 - begin 2000 à volonté ontgrind wordt. Ik werd er niet warm van.

Weduwenspek van Monika van Paemel:

Ik las en besprak met de Merksemse Leesclub het boek Weduwenspek, een roman van Monika barones van Paemel uit 2013. Een hele kluif en er was weer heel wat te bespreken. Hier vind je mijn leeservaring. 

Mijn bijdragen aan de website antwerpenleest.be zijn nu ook op mijn blog te vinden. Zo schreef ik artikeltjes over de Startshow van de Poëzieweek op 28 januari, de uitreiking van de Herman de Coninckprijs op 21 maart en een nieuw boek over de geschiedenis van het Antwerpse Instituut voor Tropische Geneeskunde, "Het Instituut voor Tropische Geneeskunde – Van tropenschool tot wereldinstelling."

Op literair vlak bezocht ik daarnaast nog Saint Amour in februari, de Straffe Vrouwenavond van de Merksemse bibliotheek, een lezing over literatuur uit Gaza mét Gazaanze auteurs in Antwerpen in maart, en op de valreep ook al in april de enthousiasmerende boekvoorstelling van Fleur Pierets over haar nieuwste fictieboek "Als alles goed gaat". Er is nog zoveel te lezen, te bekijken, te beluisteren, te ontdekken.

Nog een geweldige tip waardoor je naar een prachtig verhaal kan luisteren: de twee seizoenen van de geweldige podcast De kunst van het verdwijnen van Bart Van Nuffelen en Lucas Derycke van theatergezelschap Martha!tentatief op VRT Max of Spotify.   

Tot de volgende keer!  

05 april 2026

Nieuw boek over de geschiedenis van het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG)

Artikel op antwerpenleest.be op 3 april 2026

Boekcover
© Instituut voor Tropische Geneeskunde, Antwerpen


Er zijn gebouwen die geschiedenis uitademen. De inkomhal van het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) aan de Nationalestraat in Antwerpen is zo’n plek. Loop er binnen en je stapt een aparte wereld binnen.

In 2026 is het de 120ste verjaardag van het ITG, een gelegenheid om de transformatie van een koloniaal instituut tot een academische hoog aangeschreven onderzoeksinstelling in de kijker te zetten.

Arts en adjunct-diensthoofd van de polikliniek Ludwig Apers beschrijft in het boek “Het Instituut voor Tropische Geneeskunde – Van tropenschool tot wereldinstelling” de geschiedenis van het ITG. Een vlot leesbare en boeiende wandeling door de knap aangelegde tuinen, het iconische art-deco gebouw en het voormalige 17de eeuwse kartuizerklooster in de Sint-Rochusstraat, omgebouwd tot een levendige campus voor vele internationale studenten. Tijdens die wandeling krijg je verhalen van talloze mensen die zich ooit met hart en ziel voor het ITG inzetten of nog steeds doen. Deze verhalen zijn rijkelijk gestoffeerd met foto’s uit het uitgebreide beeldarchief van het instituut.


© Ludwig Apers - Instituut voor Tropische Geneeskunde, Antwerpen

Daarnaast gaat het boek over wat lange tijd onuitgesproken bleef, de verwevenheid met het voormalige Belgisch Congo, over de toenmalige zucht naar exploratie en exploitatie van dat grote merengebied. “Zonder de kolonie was er geen instituut geweest,” schrijft Ludwig, “en toch is dat koloniale verhaal nooit beschreven.” Zijn boek is een inhaalbeweging, waarin het huidige ITG een spiegel wordt voorgehouden, en de lezers worden uitgenodigd om mee te kijken. Het heden en verleden van het ITG zijn onvermijdelijk gelinkt aan elkaar.


© Instituut voor Tropische Geneeskunde, Antwerpen

De School voor Tropische Geneeskunde werd in oktober 1906 opgericht door Leopold II in een villa in Brussel. De kliniek voor Tropenziekten werd ondergebracht in de Villa Coloniale in Watermaal-Bosvoorde. Dit was uit noodzaak, niet uit liefdadigheid. Heel wat kolonialen die naar Congo-Vrijstaat trokken, stierven immers binnen de tien jaar aan onbekende ziektes. Artsen en verpleegkundigen werden opgeleid zodat de uitbuiting verder kon worden gezet. Tegelijk was dit een medisch project en een pr-stunt waarmee Leopold II zijn internationale reputatie probeerde op te poetsen nadat er al heel wat verslagen van zijn vernietigende beleid in Congo waren verschenen.


© Instituut voor Tropische Geneeskunde, Antwerpen

In het gebouw zijn bepaalde kunstwerken weggehaald en naast de grote muurschilderingen in de monumentale trappenhal, geschilderd door Fernand Allard l’Olivier, zijn er QR-codes aangebracht om de context te schetsen. Hij toonde het exotisme van Afrika en zijn werken waren onderdeel van de destijdse koloniale propaganda. Het zijn kleine ingrepen in een groot gebouw. Het boek gaat ook over de vraag die op vele plaatsen in België en wereldwijd wordt gesteld: wat te doen met erfgoed dat getuigt van deze erg pijnlijke geschiedenis?


© Instituut voor Tropische Geneeskunde, Antwerpen


Het boek gaat verder ook over hoe het ITG is ontstaan in die context en verder is geëvolueerd.

Na de onafhankelijkheid van Congo in 1960 belandde het ITG in een existentiële crisis. De bestaansreden van het instituut leek weggevallen. Er werd vervolgens ingezet op ontwikkelingshulp. Artsen, veeartsen en verpleegkundigen uit Afrika, Azië en Latijns-Amerika werden uitgenodigd er te komen studeren.

Nog later kwam de switch naar wederzijdse capaciteitsversterking en academische uitwisseling met partnerinstituten. Studenten van over de hele wereld komen nu aan het ITG cursussen volgen rond gezondheidsbeleid, tuberculose, hiv, moeder- en kindzorg, epidemiologie, biomedische wetenschappen, labotechniek, enz. De cursussen willen echte uitwisseling mogelijk maken door studenten aan te trekken uit zoveel mogelijk verschillende landen.



© Instituut voor Tropische Geneeskunde, Antwerpen

Er werken ongeveer 500 medewerkers voor het ITG: onderzoekers, labotechnici, onderwijspersoneel, beleidsmedewerkers, administratief en technisch personeel ... 13 referentielaboratoria zijn nationaal en supranationaal erkend, onder andere door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), om een waaier aan parasitologische, bacteriologische en virale aandoeningen vast te stellen, zoals slaapziekte, hiv, of tuberculose.


© Instituut voor Tropische Geneeskunde, Antwerpen

Lokaal is het ITG vooral gekend voor haar polikliniek, waar het reizigers verwelkomt die vaccins willen vooraleer ze naar verre oorden vertrekken. Sommigen komen met bepaalde symptomen terug na hun vakantie, en zijn doorgestuurd naar het ITG voor een diagnose, gaande van malaria via dengue tot chikungunya.

Peter Piot, die tijdens zijn ITG-carrière ebola in kaart bracht samen met zijn Congolese partners, ging zich in 1979 richten op soa’s. Hij richtte zijn eigen soa-kliniek op, wat initieel begon met een aparte ingang en consultaties na de openingsuren, want het mocht niet te openlijk. Nadat in de jaren 1980 het hiv-virus werd ontdekt, werd deze afdeling sterk uitgebreid. Nu telt de hiv/soa-kliniek zo’n 12.000 patiënten per jaar. Hiv kan inmiddels dankzij medicatie onder controle gehouden worden, maar personen met hiv worden nog steeds levenslang opgevolgd. Het aantal nieuwe hiv-infecties is echter niet noemenswaardig afgenomen en, integendeel, weer in stijgende lijn. Hiv/aids blijft een van de belangrijkste onderzoekslijnen van het ITG.

Piot groeide uit tot wereldvermaard expert op het vlak van hiv/aids, was o.a. voormalig directeur van het UNAIDS-programma van de Verenigde Naties, en directeur van de Britse tegenhanger van het ITG, de London School of Hygiene & Tropical Medicine. In 1995 kreeg hij de Belgische adellijke titel van baron toegekend.
In 2025 kreeg de vorige directeur van het ITG, Lut Lynen, als dank voor haar vele maatschappelijke verdiensten eveneens de titel van barones toegekend.

Verschillende generaties ITG-alumni uit alle continenten zetten zich wereldwijd in voor het uitroeien van verwaarloosde tropische ziekten en het bevorderen van gezondheid wereldwijd. Het ITG heeft gedurende al die jaren ontelbare samenwerkingsverbanden met universiteiten en onderzoeksinstellingen opgebouwd om volksgezondheid wereldwijd te versterken, academisch te excelleren en maatschappelijk relevant te blijven.


© Instituut voor Tropische Geneeskunde, Antwerpen

Over al deze mensen en nog veel meer lees je in dit boek “Het Instituut voor Tropische Geneeskunde – Van tropenschool tot wereldinstelling”. Je krijgt een inkijk in wat er allemaal achter de dikke muren van dit 120 jaar oude gebouw gebeurd is, en wat er vandaag allemaal gebeurt. In dit jubileumjaar komen er nog activiteiten, zoals een Opendeurdag in mei en in het laatste kwartaal van 2026 een grote expo over 50 jaar ebola-onderzoek.

Het boek werd op 17/3/2026 voorgesteld voor een volle aula met collega’s, ex-collega’s en vrienden van het ITG. Als startpunt was er een paneldiscussie met voormalig directeur Lut Lynen, communicatieverantwoordelijke en mede-auteur van Nico Van Aerde, politicologe en auteur Nadia Nsayi, en vanuit Erfgoed Sint-Andries Gabriëlle Guldix.

Boekcover Engelse editie
Het boek is ook beschikbaar in het Engels. 


















__________________________________________________________________________

Ludwig Apers studeerde af als arts aan de Universiteit Gent en specialiseerde zich in tropische geneeskunde aan het ITG. Hij werkte meerdere jaren als arts in Zimbabwe en behaalde een master in de volksgezondheid. Sinds 2002 is hij verbonden aan het ITG, waar hij zich toelegt op hiv/soa-zorg en lesgeeft in postgraduaatopleidingen. In 2008 promoveerde hij tot doctor. Naast zijn wetenschappelijk werk, met tal van publicaties op zijn naam, schrijft hij ook fictie en non-fictie.*

Sandrine Verstraete wint de Herman de Coninckprijs 2026 met 'Kamers'

Artikel op antwerpenleest.be op 24 maart 2026, foto's: © Nathalie Brouwers 

Een verslag van de prijsuitreiking op 21 maart, Wereld Poëziedag.





Een zaterdag met zon en een helblauwe hemel, en nog wel op Wereld Poëziedag. Ik kuier rond of eerder haast me, als literaire gulzigaard:
  • van de “Poets’ Corner” met Peter Holvoet-Hanssen in “den Botaniek”
  • via het Plantin-Moretusmuseum, de bakermat van de drukkunst die in een nieuwe expo kunst, plantkunde, en dichters samenbrengt,
  • naar de Bourlaschouwburg voor een zware lezing over de vernietiging en de weerbaarheid van Gaza en waar twee Gazaanse auteurs voorlezen,
  • om tenslotte te eindigen in zaal Platform van veilinghuis Bernaerts voor de uitreiking van de Herman de Coninck-prijs 2026 voor de beste Nederlandstalige dichtbundel.

De link met de letteren is telkens aanwezig – gelukkig met hier en daar een stop om de innerlijke mens te versterken en wat frisse lucht op te snuiven.

Voor de prijsuitreiking in de geweldige zaal Platform zijn feestelijk versierde tafeltjes klaargezet voor alle poëzieliefhebbers. Vooraan een groot scherm zodat ook het publiek achteraan de volgorde van de sprekers en dichters goed kan volgen.

De shortlist werd op 21 februari — de verjaardag van Herman de Coninck — bekendgemaakt.

Alle zes genomineerden zijn aanwezig en lezen voor uit eigen werk. Eén gedicht per auteur is opgenomen in de zevende editie van bloemlezing De 44, een publicatie van Behoud de Begeerte en het PoëzieCentrum die we achteraf meekrijgen en die je ook kan aanschaffen in de betere boekhandel aan de democratische prijs van 5 €.





Deze bloemlezing bevat zowel debuterende, aan de weg timmerende als gevestigde waarden. Twee debutanten stonden dit jaar op de shortlist. De regel van de jury schrijft voor dat er telkens één debutant op de shortlist moet staan, en die lat is de laatste jaren altijd met gemak gehaald.

Piet Piryns, groot poëziekenner, presenteert en leidt het publiek vlot doorheen de avond in zijn kenmerkende eigen humoristische stijl. Singer-songwriter Emma Hessels bijt de spits af met fijn besnaarde muziek, waarna Piryns traditiegetrouw start met een gedicht van de grote Herman de Coninck zelve.

In ronde 1 staan Maxime Garcia Diaz met haar bundel 'Het netwerk moet gebouwd worden' - over het digitale bestaan - en Jolanda Kooijmans met 'Addertje' - een duistere fabel over het kwaad in nieuwe gedaantes - vooraan op het podium. Het valt direct op hoe divers de genomineerde werken zijn, in inhoud én vorm, en steevast passend bij de nieuwe moeilijke tijden.

Ronde 2 brengt Sara de Koning, wier bundel 'Tekstielen' volgens de jury een nieuwe dichtvorm introduceert die naast de limerick, de haiku en het sonnet mag staan, en Yasmin Namavar, samen, die in haar bundel 'ver/blijf' haar Nederlands-Iraanse roots tot leven wekt en Perzische lyriek met meer verhalende verzen combineert. Daar ben ik alvast erg benieuwd naar. Alle genomineerde bundels zijn hopelijk snel te vinden in de lokale bibliotheek!

Na een nieuwe muzikale pauze presenteert Piryns het laatste duo van de avond: Peter Verhelst, die zich dankzij de intro van de ginnegappende presentator “de opa van het gezelschap” voelt, met zijn genomineerde bundel 'Nachtatlas', en de na enkele jaren in de poëzie terugkerende Sandrine Verstraete die de jury ook heeft omvergeblazen. Verhelst mag zich dan al opa voelen, genieten van zijn stem als ik even enkele minuten mijn ogen sluit, lukt me nog altijd heel goed. Kan die man eraan doen dat hij al jaren prachtige bundels aflevert? Euh, ja zeker?




Maar niet voor niets staat Sandrine Verstraete als laatste op het podium: zij is dit jaar de laureate. Met haar bundel 'kamers' won ze de jury volledig voor zich. De lofbetuigingen van jurylid Jelle van Riet liegen er niet om. Na de dankwoorden ging die veelbelovende bundel — ook dankzij de kwinkslag-dreigementen van Piryns — mee naar huis dankzij de verkoopstand van De Groene Waterman.

Met woorden en beelden die nog even nazinderen wordt het tijd om op huis af te gaan. Niet zonder verwachting fiets ik nog eens de route langs de Noorderbrug. Jammer genoeg mag ik direct doorrijden, en krijg ik de gelegenheid niet dat gedicht van Stijn Vranken (tegengekomen in het Plantin Moretusmuseum) nog eens te bewonderen, en rustig de tijd te nemen om die daar te staan verliezen. Zonde, maar ach de vermoeidheid deed zich wel gevoelen na deze lange dag!



Dit was de Startshow van de Poëzieweek 2026

Artikel op antwerpenleest.be op 02/02/2026

De Arenbergschouwburg liep de voorbije woensdag goed vol voor een rijk gevulde Startshow van de Poëzieweek.


De avond werd geopend met eregaste Ellen Deckwitz, de Nederlandse dichter die de eer te beurt viel dit jaar het Poëzieweekgeschenk te mogen schrijven, en die met alle égards werd aangekondigd door presentatrice van dienst Ella Michiels. Nu ja, eerst bracht Johannes is zijn naam (aka Johannes Verschaeve) de poëtische sfeer erin met zijn uitstekende gevoelige Nederlandstalige popsongs. Qua woordkunst zijn Verschaeve’s songteksten ook pareltjes om elk om beurten door een ring te halen.




Ellen Deckwitz, die ook stadsdichter is van Nederlands literaire hoofdstad, Amsterdam, startte daarna met een wervelende performance. Om deze performance af te kruiden had ze haar broer Dirk-Jan meegevraagd om daarbij de muziek te voorzien die er een belangrijk deel van uitmaakte.

Er waren de gedichten uit haar geschenkenbundel die eerst werd opgevat als een aanzet om mensen die het vertrouwen in de wereld verloren hebben, terug vertrouwen te doen krijgen om samen dingen te bereiken. Gaandeweg verwerkte Deckwitz er vooral liefdesgedichten in die ze begon te schrijven na zelf een moeilijke periode te hebben beleefd, en die het hebben over hoe je kan veranderen – groeien, zo je wil – als je een liefdesbreuk hebt meegemaakt. Die metamorfosen waren aangrijpend en herkenbaar, uit het leven gegrepen.





Toegankelijk ook zoals het Deckwitz als promotor van de poëzie betaamt die enkele boeken op haar conto heeft staan waarmee ze probeert de vrees van poëzie bij een breed publiek weg te nemen.

Ze las ook een essay voor over de invloed van artificiële intelligentie (A.I.) op de poëzie met een aantal plezante anekdoten, en gelukkig hier en daar vrolijke noten om het opgekomen publiek er in ieder geval niet mee plat te gooien. De andere aanwezige dichters kwamen toen op het podium want n.a.v. de speech over A.I. had de presentator over dit thema enkele vragen voorbereid om af te vuren. Dean Bowen, Robin Block, Evangeline Agape en Ruth Lasters mochten hier hun ei over kwijt, en lazen natuurlijk ook voor uit hun eigen werk, ieder in de eigen stijl.

Dean Bowen, vooral bekend als slam-poëet en ex-stadsdichter van Rotterdam, bracht scherpte en zijn onverwachte invalshoeken mee, Ruth Lasters haar ervaring en engagement in het sociaal-culturele leven, Evangeline Agape een ontwapenende eerlijkheid en een pas geschreven gedicht nadat ze een examen had afgelegd (ze studeert nog, vroedvrouw in wording!), en als laatste in dit rijtje Robin Block die zijn eigen ‘soundscape’ verzorgde.

Muziek was er overvloedig deze avond, waaronder je zeker het geweldige ritme en de dito melodie in de poëzie van Block mag meerekenen.

Als smaakmaker voor de te koop aangeboden poëziebundels die avond en de gelegenheid om met de dichters even te kunnen praten en hun handtekeningen te kunnen vragen, sloegen alle optredens met vlag en wimpel. Daarnaast kreeg je bij je aankoop die avond natuurlijk direct het wonderlijk mooie poëziegeschenk mee. Als je als poëzie-smuller, of beginnende -proever nog de gelegenheid hebt om een boekhandel binnen te springen deze week, laat je dan verleiden, snuister naar een bundel die je bevalt, en geniet van de poëzie! Niet alleen deze week, het hele jaar door!

Enkele poëzietips

Populaire blogs